De leden van het gemeentebestuur en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor dan wel worden verplicht getuigenis af te leggen als bedoeld in artikel 165, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering over hetgeen zij in de vergadering van de raad hebben gezegd of aan de raad schriftelijk hebben overgelegd.
Inhoud
Artikel 22
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2022.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2022.
04-06-2026
Huidig
21-03-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
31-12-2025
Historisch
12-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
11-12-2024
Historisch
31-01-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-04-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
05-11-2022
Historisch
01-08-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-05-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
10-07-2021
Historisch
01-07-2021
Historisch
02-06-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
De leden van het gemeentebestuur en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor dan wel worden verplicht getuigenis af te leggen als bedoeld in artikel 165, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering over hetgeen zij in de vergadering van de raad hebben gezegd of aan de raad schriftelijk hebben overgelegd.
1 verwijzing(en)
Hoge Raad
|
16-05-2017
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.