-
Beslissingen van gemeentebesturen kunnen slechts aan goedkeuring worden onderworpen in bij de wet of krachtens de wet bij provinciale verordening bepaalde gevallen.
-
Ten aanzien van de goedkeuring van andere beslissingen dan besluiten zijn artikel 266 alsmede afdeling 10.2.1 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
Gemeentewet Laatste controle 18-04-2026, laatste wijziging 13-04-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).
Inhoud
Titel II De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur
Hoofdstuk I Algemene bepaling
Hoofdstuk II De raad
- Artikel 7
- Artikel 8
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 11
- Artikel 12
- Artikel 13
- Artikel 14
- Artikel 15
- Artikel 16
- Artikel 17
- Artikel 18
- Artikel 19
- Artikel 20
- Artikel 21
- Artikel 22
- Artikel 23
- Artikel 24
- Artikel 25
- Artikel 26
- Artikel 27
- Artikel 28
- Artikel 29
- Artikel 30
- Artikel 31
- Artikel 32
- Artikel 32a
- Artikel 33
Hoofdstuk III Het college van burgemeester en wethouders
- Artikel 34
- Artikel 35
- Artikel 36
- Artikel 36a
- Artikel 36b
- Artikel 37
- Artikel 38
- Artikel 39
- Artikel 40
- Artikel 41
- Artikel 41a
- Artikel 41b
- Artikel 41c
- Artikel 42
- Artikel 43
- Artikel 44
- Artikel 44a
- Artikel 44b
- Artikel 44c
- Artikel 44d
- Artikel 44e
- Artikel 44f
- Artikel 44g
- Artikel 44h
- Artikel 44i
- Artikel 44j
- Artikel 45
- Artikel 45a
- Artikel 45b
- Artikel 46
- Artikel 47
- Artikel 48
- Artikel 49
- Artikel 50
- Artikel 51
- Artikel 52
- Artikel 53
- Artikel 53a
- Artikel 54
- Artikel 55
- Artikel 56
- Artikel 57
- Artikel 58
- Artikel 59
- Artikel 59a
- Artikel 60
Hoofdstuk IV De burgemeester
- Artikel 61
- Artikel 61a
- Artikel 61b
- Artikel 61c
- Artikel 61d
- Artikel 61e
- Artikel 62
- Artikel 63
- Artikel 64
- Artikel 65
- Artikel 66
- Artikel 67
- Artikel 68
- Artikel 69
- Artikel 70
- Artikel 71
- Artikel 72
- Artikel 73
- Artikel 74
- Artikel 75
- Artikel 76
- Artikel 77
- Artikel 78
- Artikel 79
- Artikel 80
- Artikel 81
- Artikel 81bis
Hoofdstuk IVa De rekenkamer
Paragraaf 1 De gemeentelijke rekenkamer
Paragraaf 2 De gemeenschappelijke rekenkamer
Hoofdstuk IVb De rekenkamerfunctie
Hoofdstuk IVc De ombudsman
Paragraaf 1 Algemene bepaling
Paragraaf 2 De gemeentelijke ombudsman
Paragraaf 3 De gemeentelijke ombudscommissie
Paragraaf 4 De gezamenlijke ombudsman en de gezamenlijke ombudscommissie
Hoofdstuk V De commissies
Hoofdstuk Va Geheimhouding
Hoofdstuk VI Geldelijke voorzieningen ten behoeve van de leden van de raad en de commissies
Hoofdstuk VII De secretaris en de griffier
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2 De secretaris
Titel III De bevoegdheid van het gemeentebestuur
Hoofdstuk VIII Algemene bepalingen
Hoofdstuk IX De bevoegdheid van de raad
- Artikel 147
- Artikel 147a
- Artikel 147b
- Artikel 148
- Artikel 149
- Artikel 149a
- Artikel 150
- Artikel 151
- Artikel 151a
- Artikel 151b
- Artikel 151c
- Artikel 151d
- Artikel 152
- Artikel 153
- Artikel 154
- Artikel 154a
- Artikel 154b
- Artikel 154c
- Artikel 154d
- Artikel 154e
- Artikel 154f
- Artikel 154g
- Artikel 154h
- Artikel 154i
- Artikel 154j
- Artikel 154k
- Artikel 154l
- Artikel 154m
- Artikel 154n
- Artikel 155
- Artikel 155a
- Artikel 155b
- Artikel 155c
- Artikel 155d
- Artikel 155e
- Artikel 155f
- Artikel 155g
- Artikel 155h
- Artikel 156
- Artikel 157
- Artikel 158
- Artikel 159
Hoofdstuk X De bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders
Hoofdstuk XI De bevoegdheid van de burgemeester
Hoofdstuk XIa De bevoegdheid van de rekenkamer
Titel IV De financiën van de gemeente
Hoofdstuk XII Algemene bepalingen
Hoofdstuk XIII De begroting en de jaarrekening
Hoofdstuk XIV De administratie en de controle
Hoofdstuk XV De gemeentelijke belastingen
§ 1 Algemene bepalingen
§ 2 Bijzondere bepalingen omtrent de onroerende-zaakbelastingen
§ 3 Bijzondere bepalingen omtrent de andere belastingen dan de onroerende-zaakbelastingen
§ 4 Heffing en invordering
- Artikel 230
- Artikel 231
- Artikel 232
- Artikel 233
- Artikel 233a
- Artikel 234
- Artikel 234a
- Artikel 234b
- Artikel 235
- Artikel 236
- Artikel 237
- Artikel 238
- Artikel 239
- Artikel 240
- Artikel 241
- Artikel 242
- Artikel 243
- Artikel 244
- Artikel 245
- Artikel 246
- Artikel 246a
- Artikel 247
- Artikel 248
- Artikel 249
- Artikel 250
- Artikel 250a
- Artikel 251
- Artikel 251a
- Artikel 252
- Artikel 253
- Artikel 254
- Artikel 255
- Artikel 255a
- Artikel 256
- Artikel 257
- Artikel 258
Titel V Aanvullende bepalingen inzake het toezicht op het gemeentebestuur
Hoofdstuk XVI Goedkeuring
Titel VII Overgangs- en slotbepalingen
- Artikel 289
- Artikel 290
- Artikel 291
- Artikel 292
- Artikel 293
- Artikel 294
- Artikel 295
- Artikel 296
- Artikel 297
- Artikel 298
- Artikel 299
- Artikel 299a
- Artikel 299b
- Artikel 300
- Artikel 300a
- Artikel 300b
- Artikel 301
- Artikel 302
- Artikel 303
- Artikel 304
- Artikel 305
- Artikel 305a
- Artikel 306
- Artikel 307
- Artikel 308
- Artikel 309
- Artikel 310
Bijlage I bedoeld in artikel 124b, eerste lid, van de Gemeentewet
Titel V
Artikel 260
Artikel 261
Artikel 262
Artikel 263
Artikel 264
Artikel 265
Artikel 266
-
Een beslissing die aan goedkeuring bij koninklijk besluit is onderworpen, wordt toegezonden aan Onze Minister wie het aangaat.
-
Een voordracht tot onthouding van goedkeuring wordt gedaan door of mede door Onze Minister.
-
Onthouding van goedkeuring geschiedt niet, dan nadat de Raad van State is gehoord. De toepassing van artikel 10:30, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht vindt in dat geval plaats voordat het ontwerp-besluit bij de Raad van State ter overweging wordt gebracht. Artikel 27d van de Wet op de Raad van State is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 267
Artikel 268
-
Een besluit dan wel een niet-schriftelijke beslissing gericht op enig rechtsgevolg van het gemeentebestuur kan bij koninklijk besluit worden vernietigd.
-
Ten aanzien van de vernietiging van een niet-schriftelijke beslissing gericht op enig rechtsgevolg zijn de artikelen 273 tot en met 281a alsmede de afdelingen 10.2.2 en 10.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
Artikel 269
Artikel 270
Artikel 271
Artikel 272
Artikel 273
-
Indien een besluit naar het oordeel van de burgemeester voor vernietiging in aanmerking komt, doet hij daarvan binnen twee dagen nadat het te zijner kennis is gekomen, door tussenkomst van gedeputeerde staten, mededeling aan Onze Minister wie het aangaat. Hij geeft hiervan tegelijkertijd kennis aan het orgaan dat het besluit nam, en zo nodig aan het orgaan dat met de uitvoering van het besluit is belast.
-
Gedeputeerde staten zenden de stukken, vergezeld van hun advies, binnen een week na de dagtekening van de mededeling van de burgemeester toe aan Onze Minister wie het aangaat.
-
Het besluit ten aanzien waarvan het eerste lid toepassing heeft gevonden, wordt niet of niet verder uitgevoerd, voordat van Onze Minister wie het aangaat de mededeling is ontvangen, dat voor schorsing of vernietiging geen redenen bestaan. Indien het besluit niet binnen vier weken na de dagtekening van de mededeling van de burgemeester is geschorst of vernietigd, wordt het uitgevoerd.
Artikel 273a
-
Indien een besluit van de raad of het college naar het oordeel van gedeputeerde staten of indien een besluit van de burgemeester naar het oordeel van de commissaris van de Koning voor vernietiging in aanmerking komt, doen zij daarvan binnen tien dagen nadat het te hunner kennis is gekomen, mededeling aan Onze Minister wie het aangaat. Zij geven hiervan tegelijkertijd kennis aan het orgaan dat het besluit nam, en zo nodig aan het orgaan dat met de uitvoering van het besluit is belast en aan de geadresseerde van het besluit.
-
Het besluit ten aanzien waarvan het eerste lid toepassing heeft gevonden, wordt niet of niet verder uitgevoerd, voordat van Onze Minister wie het aangaat de mededeling is ontvangen, dat voor schorsing of vernietiging geen redenen bestaan. Indien het besluit niet binnen vier weken na de dagtekening van de mededeling van gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning is geschorst of vernietigd, wordt het uitgevoerd.
-
In geval de bevoegdheid tot het nemen van een besluit aan de raad, het college of de burgemeester is verleend bij andere wet dan deze en het besluit in aanmerking komt voor vernietiging wegens strijd met het recht, kunnen gedeputeerde staten onderscheidenlijk de commissaris van de Koning mededeling doen dat zij overwegen toepassing te geven aan het eerste lid. De mededeling wordt gedaan aan het orgaan dat het besluit heeft genomen, het orgaan dat met de uitvoering van het besluit is belast en de geadresseerde van het besluit. Nadat gedeputeerde staten onderscheidenlijk de commissaris van de Koning, mededeling hebben gedaan, wordt het besluit niet of niet verder uitgevoerd. Indien niet binnen tien dagen toepassing is gegeven aan het eerste lid, dan wel indien gedeputeerde staten onderscheidenlijk de commissaris van de Koning mededelen dat geen toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt het besluit uitgevoerd.
Artikel 274
-
Een voordracht tot schorsing wordt gedaan door Onze Minister wie het aangaat.
-
Over de voordracht pleegt Onze Minister wie het aangaat overleg met Onze Minister, tenzij schorsing onverwijld plaats dient te vinden. In de voordracht wordt het achterwege blijven van overleg gemotiveerd.
Artikel 275
In het koninklijk besluit kan voor de duur van de schorsing een voorziening worden getroffen.
Artikel 276
Artikel 277
Indien een bekendgemaakt besluit niet is vernietigd binnen de tijd waarvoor het is geschorst, wordt hiervan door het gemeentebestuur kennisgegeven in het gemeenteblad.
Artikel 278
-
De voordracht tot vernietiging wordt gedaan door of mede door Onze Minister.
-
Artikel 17, derde lid, van de Wet op de Raad van State is niet van toepassing.
Artikel 278a
-
In het koninklijk besluit kan een voorziening worden getroffen voor de periode tussen de inwerkingtreding en het tijdstip dat het op grond van artikel 281 genomen besluit in werking is getreden.
-
Indien, gelet op het koninklijk besluit, het gemeentebestuur bij de toepassing van artikel 281 niet over beleidsvrijheid beschikt, kan het koninklijk besluit bepalen dat het in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
-
In het koninklijk besluit kan worden bepaald dat ter zake van het vernietigde besluit geen nieuw besluit wordt genomen.
-
In het koninklijk besluit kan het gemeentebestuur een aanwijzing worden gegeven over de uitvoering van het koninklijk besluit. De artikelen 124 tot en met 124h zijn van overeenkomstige toepassing ingeval de aanwijzing niet wordt opgevolgd.
-
Indien het koninklijk besluit betrekking heeft op de vernietiging van een algemeen verbindend voorschrift of een ander besluit van algemene strekking, kan worden bepaald dat de vernietiging tevens betrekking heeft op besluiten die zijn genomen op grond van of ter uitvoering van het algemeen verbindend voorschrift of het andere besluit van algemene strekking.
Artikel 279
Het koninklijk besluit tot schorsing, opheffing of verlenging van de schorsing of tot vernietiging wordt in de Staatscourant geplaatst.
Artikel 280
Artikel 281
-
Het gemeentebestuur neemt opnieuw een besluit omtrent het onderwerp van het vernietigde besluit, waarbij met het koninklijk besluit wordt rekening gehouden, tenzij in het koninklijk besluit toepassing is gegeven aan artikel 278a, tweede of derde lid.
-
In het koninklijk besluit kan een termijn worden gesteld waarbinnen toepassing wordt gegeven aan het eerste lid. De artikelen 124 tot en met 124h zijn van overeenkomstige toepassing ingeval niet binnen de termijn toepassing is gegeven aan het eerste lid.
Artikel 281a
In afwijking van artikel 8:4, eerste lid, onderdeel d, van de Algemene wet bestuursrecht kan een belanghebbende tegen een koninklijk besluit als bedoeld in artikel 268, eerste lid, dan wel tegen een vernietigingsbesluit als bedoeld in artikel 85, tweede lid, beroep instellen.