-
Met betrekking tot de bij wege van aanslag geheven gemeentelijke belastingen kan in de belastingverordening voor de in artikel 9, eerste en derde lid, van de Algemene wet genoemde termijn van ten minste een maand een kortere termijn in de plaats worden gesteld.
-
Met betrekking tot de bij wege van voldoening op aangifte geheven gemeentelijke belastingen kan in de belastingverordening voor de termijn van een maand, genoemd in artikel 10, tweede lid, en artikel 19, eerste, derde en vierde lid, van de Algemene wet, een kortere termijn in de plaats worden gesteld.
Inhoud
Artikel 238
Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 04-06-2026.
Deze versie geldt vanaf 04-06-2026.
04-06-2026
Huidig
21-03-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
31-12-2025
Historisch
12-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
11-12-2024
Historisch
31-01-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-04-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
05-11-2022
Historisch
01-08-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-05-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
10-07-2021
Historisch
01-07-2021
Historisch
02-06-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
-
Met betrekking tot de bij wege van aanslag geheven gemeentelijke belastingen kan in de belastingverordening voor de in artikel 9, eerste en derde lid, van de Algemene wet genoemde termijn van ten minste een maand een kortere termijn in de plaats worden gesteld.
-
Met betrekking tot de bij wege van voldoening op aangifte geheven gemeentelijke belastingen kan in de belastingverordening voor de termijn van een maand, genoemd in artikel 10, tweede lid, en artikel 19, eerste, derde en vierde lid, van de Algemene wet, een kortere termijn in de plaats worden gesteld.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.