-
Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen wordt als onroerende zaak aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.
-
Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van de onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Inhoud
Artikel 220a
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 21-03-2026.
Deze versie geldt vanaf 21-03-2026.
04-06-2026
Huidig
21-03-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
31-12-2025
Historisch
12-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
11-12-2024
Historisch
31-01-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-04-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
05-11-2022
Historisch
01-08-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-05-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
10-07-2021
Historisch
01-07-2021
Historisch
02-06-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
-
Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen wordt als onroerende zaak aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.
-
Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van de onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
1 verwijzing(en)
Hoge Raad
|
14-07-2017
|
04-08-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.