Kentekenreglement

Inhoud

Artikel 25

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 11-03-2005.
  1. De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste afgifte van een tweedelig kentekenbewijs wordt gevraagd, stelt het voertuig voor een onderzoek ter beschikking bij de Dienst Wegverkeer en vraagt bij deze dienst onder overlegging van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs, een kentekenbewijs aan.

  2. De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste afgifte van een tweedelig kentekenbewijs wordt gevraagd en waarvoor reeds een nog niet tenaamgesteld kentekenbewijs is afgegeven krachtens artikel 46, tweede lid, onderdeel b, vraagt dit tweedelig kentekenbewijs aan bij de Dienst Wegverkeer onder overlegging van het deel I A, het deel II en het in het eerste lid bedoelde legitimatiebewijs.

  3. De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen in het eerste of tweede lid heeft voldaan, een kentekenbewijs, respectievelijk een deel I B af.

  4. Indien de aanvraag wordt gedaan door een erkend bedrijf dat geen gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b, geeft de Dienst Wegverkeer in plaats van een deel I B een formulier af met gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad.

  5. Ingeval een formulier als bedoeld in het vierde lid is afgegeven, is het erkende bedrijf verplicht een bedrijfsvoorraad deel I B met de op dat formulier vermelde gegevens in te vullen.

  6. In afwijking van het derde en vierde lid houdt de Dienst Wegverkeer de beslissing op de aanvraag, bedoeld in het eerste en tweede lid, aan indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.

  7. Het eerste en het derde tot en met zesde lid van artikel 25 zijn van overeenkomstige toepassing indien een tweedelig kentekenbewijs wordt aangevraagd voor een voertuig waarvoor door de Dienst Wegverkeer reeds eerder een tweedelig of driedelig kentekenbewijs is afgegeven en blijkens het kentekenregister:

    1. dat voertuig voorgoed buiten gebruik is gesteld,

    2. dat voertuig voorgoed buiten Nederland is gebracht,

    3. dat voertuig definitief is bestemd voor gebruik buiten de weg, of

    4. voor dat voertuig nadien een kentekenbewijs met een bijzonder kenteken is afgegeven.

04-07-2026 Huidig 01-07-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 01-01-2022 Historisch 21-05-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-07-2019 Historisch 28-07-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 06-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 30-06-2012 Historisch 04-05-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 10-02-2010 Historisch 18-09-2009 Historisch 01-05-2009 Historisch 06-04-2009 Historisch 01-11-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 06-07-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 25-08-2006 Historisch 01-09-2005 Historisch 13-05-2005 Historisch 23-03-2005 Historisch 11-03-2005 Historisch 24-12-2004 Historisch 31-05-2004 Historisch 01-09-2002 Historisch 28-06-2002 Historisch 01-04-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 31-05-2004.

Tekst van deze versie

  1. De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste afgifte van een tweedelig kentekenbewijs wordt gevraagd, stelt het voertuig voor een onderzoek ter beschikking bij de Dienst Wegverkeer en vraagt bij deze dienst onder overlegging van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs, een kentekenbewijs aan.

  2. De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste afgifte van een tweedelig kentekenbewijs wordt gevraagd en waarvoor reeds een nog niet tenaamgesteld kentekenbewijs is afgegeven krachtens artikel 46, tweede lid, onderdeel b, vraagt dit tweedelig kentekenbewijs aan bij de Dienst Wegverkeer onder overlegging van het deel I A, het deel II en het in het eerste lid bedoelde legitimatiebewijs.

  3. De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen in het eerste of tweede lid heeft voldaan, een kentekenbewijs, respectievelijk een deel I B af.

  4. Indien de aanvraag wordt gedaan door een erkend bedrijf dat geen gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b, geeft de Dienst Wegverkeer in plaats van een deel I B een formulier af met gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad.

  5. Ingeval een formulier als bedoeld in het vierde lid is afgegeven, is het erkende bedrijf verplicht een bedrijfsvoorraad deel I B met de op dat formulier vermelde gegevens in te vullen.

  6. In afwijking van het derde en vierde lid houdt de Dienst Wegverkeer de beslissing op de aanvraag, bedoeld in het eerste en tweede lid, aan indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.

  7. Het eerste en het derde tot en met zesde lid van artikel 25 zijn van overeenkomstige toepassing indien een tweedelig kentekenbewijs wordt aangevraagd voor een voertuig waarvoor door de Dienst Wegverkeer reeds eerder een tweedelig of driedelig kentekenbewijs is afgegeven en blijkens het kentekenregister:

    1. dat voertuig voorgoed buiten gebruik is gesteld,

    2. dat voertuig voorgoed buiten Nederland is gebracht,

    3. dat voertuig definitief is bestemd voor gebruik buiten de weg, of

    4. voor dat voertuig nadien een kentekenbewijs met een bijzonder kenteken is afgegeven.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Kentekenreglement