Kentekenreglement Actueel

Inhoud

Hoofdstuk 4

Inschrijven in het kentekenregister en tenaamstelling

Artikel 17

  1. In verband met de tenaamstelling van een voertuig in het kentekenregister wordt een kentekencard en een kentekenbewijs deel II afgegeven en een tenaamstellingscode verstrekt. De Dienst Wegverkeer houdt het kentekenbewijs deel II in bewaring.

  2. Het kentekenbewijs deel II wordt aan de eigenaar of houder van een voertuig uitgereikt ten behoeve van het voorgoed buiten Nederland brengen van het voertuig.

  3. In afwijking van het eerste lid wordt geen kentekenbewijs deel II afgegeven voor voertuigen waarvoor een kenteken is opgegeven als bedoeld in artikel 3 of artikel 4, eerste of tweede lid of derde lid, onderdeel b of c.

  4. In afwijking van het tweede lid wordt geen deel II uitgereikt aan de eigenaar, respectievelijk de houder van een voertuig, indien uit het kentekenregister blijkt dat het recht op uitreiking van het kentekenbewijs deel II is voorbehouden aan de houder, respectievelijk de eigenaar.

  5. De afgifte van een kentekenbewijs geschiedt niet elektronisch.

  6. In bij ministeriële regeling te bepalen gevallen kan worden afgeweken van het vijfde lid, indien de aanvraag van een kentekenbewijs betrekking heeft op een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b.

Artikel 18

Voor voertuigen waarvoor een van de in artikel 17, derde lid, bedoelde kentekens is opgegeven, verstrekt de Dienst Wegverkeer geen tenaamstellingscode.

Artikel 19

  1. Het in artikel 48, eerste lid, van de wet bedoelde vereiste dat een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die inschrijving en tenaamstelling verzoekt, in Nederland woonachtig, respectievelijk gevestigd moet zijn, is niet van toepassing op aanvragen gericht op opgave van een kenteken als bedoeld in artikel 4, eerste of tweede lid, derde lid, onderdeel b of c, of vierde lid.

  2. Het in artikel 50, eerste lid, van de wet bedoelde vereiste, dat de aanvrager van een tenaamstelling persoonlijk dient te verschijnen bij een erkend bedrijf tenaamstellen voertuigen voor derden of een erkend bedrijf tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad of bij de Dienst Wegverkeer, is niet van toepassing op de aanvraag gericht op de opgave van een kenteken als bedoeld in artikel 4, eerste of tweede lid, derde lid, onderdeel b of c, of vierde lid.

Artikel 20

  1. De tenaamstelling van een voertuig wordt geweigerd indien uit het kentekenregister blijkt dat de aanvrager ten aanzien van een of meer voertuigen die op zijn naam in het kentekenregister zijn of waren ingeschreven, niet voldoet aan:

    1. de verplichting tot het betalen van motorrijtuigenbelasting als bedoeld in de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, of

    2. de verplichtingen inzake opgelegde administratieve sancties als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.

  2. De in het eerste lid bedoelde weigering vindt slechts plaats indien onherroepelijk vaststaat dat de aanvrager tenminste vijf maal niet aan een of meer van de in dat lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan.

  3. De tenaamstelling van een voertuig wordt tevens geweigerd indien uit de gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel v, in het kentekenregister blijkt dat het voertuig in beslag is genomen.

Artikel 21

  1. Overeenkomstig artikel 48, zesde lid, van de wet kan een voertuig worden ingeschreven zonder tenaamstelling, indien met betrekking tot het voertuig bij een in artikel 22 of 26 van de wet bedoelde keuring niet kan worden vastgesteld, dan wel slechts op termijn kan worden vastgesteld of dat voertuig al dan niet voldoet aan de voor toelating tot het verkeer op de weg vastgestelde eisen en inschrijving naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer verantwoord is.

  2. Als de aanvraag om een eerste inschrijving wordt gedaan door een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad, een erkend bedrijf inschrijven zonder onderzoek of een erkend bedrijf inschrijven met onderzoek met betrekking tot een nieuw en ongebruikt voertuig, kan de Dienst Wegverkeer op verzoek van het erkende bedrijf overgaan tot inschrijving zonder tenaamstelling.

Artikel 22

  1. De verplichting tot het ter inzage afgeven van het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 160 van de wet, heeft betrekking op de voor het voertuig afgegeven kentekencard en op het kentekenbewijs deel II voor zover dit door de Dienst Wegverkeer is afgegeven.

  2. De verplichting tot het ter inzage geven van het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 160 van de wet geldt vanaf het moment waarop het door de Dienst Wegverkeer is uitgereikt. Voor de kentekencard geldt de verplichting tot het ter inzage geven in ieder geval vanaf 14 dagen na de tenaamstelling van het voertuig.

  3. Indien de in artikel 160 van de wet bedoelde vordering betrekking heeft op een kentekenbewijs dat is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig artikel 3.2 of 3.7 van de Regeling voertuigen is voorzien van een constructieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een termijn van een week.

Artikel 23

  1. Gedurende de tijd dat de tenaamstelling van een voertuig is geschorst ingevolge artikel 67 van de wet, mag:

    1. op de dag waarop het voertuig, naar aanleiding van de aanvraag van een keuringsrapport als bedoeld in artikel 75 van de wet dan wel naar aanleiding van de aanvraag van een keuring als bedoeld in artikel 99 of artikel 106 van de wet aan een zodanige keuring wordt onderworpen, met dat voertuig via de kortste route naar en van de plaats van keuring worden gereden;

    2. met een voertuig van 15 jaar of ouder op de weg worden gereden indien er naar het oordeel van Onze Minister van Financiën sprake is van een bijzondere gelegenheid en wordt voldaan aan de in het kader daarvan door die minister gestelde voorschriften en beperkingen.

  2. Met een voertuig zonder tenaamstelling als bedoeld in artikel 21, eerste lid, mag worden gereden gedurende een periode van drie maanden na de dag waarop het voertuig is ingeschreven.

  3. Met een voertuig zonder tenaamstelling als bedoeld in artikel 21, eerste lid, dat een handelaarskenteken voert dat is opgegeven met toepassing van artikel 3 mag worden gereden.

Artikel 24

  1. De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor opgave van een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b, wordt gevraagd stelt het desbetreffende voertuig voor een onderzoek ter beschikking van de Dienst Wegverkeer onder overlegging van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.

  2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een aanvraag als bedoeld in het eerste lid niet binnen een bij die regeling te bepalen periode meerdere keren voor hetzelfde voertuig plaatsvindt.

Artikel 25

  1. De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste inschrijving en tenaamstelling wordt gevraagd, stelt het voertuig voor een onderzoek ter beschikking bij de Dienst Wegverkeer en legt een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over.

  2. De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste tenaamstelling wordt gevraagd en dat reeds is ingeschreven op grond van de erkenning inschrijven zonder onderzoek, verzoekt om tenaamstelling bij de Dienst Wegverkeer onder overlegging van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.

  3. De Dienst Wegverkeer gaat over tot inschrijving en tenaamstelling, respectievelijk tenaamstelling van het voertuig van degene die aan de verplichtingen van het eerste respectievelijk het tweede lid heeft voldaan en geeft aan de aanvrager een kentekencard af en verstrekt aan hem een tenaamstellingscode.

  4. Indien de aanvraag wordt gedaan door een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad, geeft de Dienst Wegverkeer aan de aanvrager tevens een tenaamstellingsverslag af met gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad.

  5. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat tot het moment van uitreiking van de kentekencard aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de kentekencard ten behoeve van de overdracht van een voertuig op bij ministeriele regeling te bepalen wijze en onder bij die regeling te bepalen voorwaarden kan worden vervangen door een tijdelijk document.

  6. In afwijking van het derde en vierde lid houdt de Dienst Wegverkeer de beslissing op de aanvraag aan indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.

  7. Het eerste en het derde tot en met zesde lid en artikel 21, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing indien inschrijving en tenaamstelling wordt aangevraagd voor een voertuig dat reeds eerder was ingeschreven en tenaamgesteld en blijkens het kentekenregister:

    1. voorgoed buiten gebruik is gesteld;

    2. voorgoed buiten Nederland is gebracht;

    3. definitief is bestemd voor gebruik buiten de weg; of

    4. een kentekenbewijs met een bijzonder kenteken is afgegeven.

Artikel 25a

  1. In afwijking van artikel 25, tweede en derde lid, kan het verzoek tot tenaamstelling van een voertuig uit een importeursvoorraad bij het bedrijf worden ingediend dat gebruik maakt van de erkenning tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad met toepassing van het tweede tot en met zesde lid van dit artikel.

  2. Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon legt deze in persoon aan het erkende bedrijf tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over, alsmede een verklaring waaruit duidelijk het verzoek tot tenaamstelling blijkt en het kenteken van het voertuig dat wordt overgedragen, en welke overigens voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde voorschriften.

  3. Indien de aanvraag wordt gedaan door een in Nederland gevestigde rechtspersoon, die is ingeschreven in het handelsregister, machtigt deze het erkende bedrijf tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in te dienen. Degene die blijkens het handelsregister bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen verstrekt aan het erkende bedrijf:

    1. een kopie van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs;

    2. een ondertekende machtiging welke de bij ministeriële regeling bepaalde gegevens bevat.

  4. Het erkende bedrijf dient de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in en meldt de bij ministeriële regeling voorgeschreven gegevens.

  5. De Dienst Wegverkeer geeft indien aan de verplichtingen in het eerste tot en met het vierde lid is voldaan een kentekencard en een tenaamstellingsverslag af en verstrekt een tenaamstellingscode.

  6. De Dienst Wegverkeer houdt de beslissing op de aanvraag aan, indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.

  7. Als een rechtspersoon een voertuig leaset, is de erkenninghouder voorbehoud en verplichtingen gemachtigd om namens die rechtspersoon de aanvraag, bedoeld in het derde lid, te doen. In dat geval verstrekt degene die blijkens het handelsregister bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b, aan het erkend bedrijf voorbehoud en verplichtingen in plaats van aan het erkend bedrijf tenaamstellen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad.

  8. Als de rechtspersoon die een aanvraag doet, bedoeld in het derde lid, een erkend bedrijf voorbehoud en verplichtingen betreft, verstrekt deze aan het erkend bedrijf tenaamstellen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad, in afwijking van het derde lid, onderdelen a en b, een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld machtigingsformulier.

Artikel 25b

  1. De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste inschrijving en tenaamstelling wordt gevraagd en waarvoor reeds eerder een kentekenbewijs is afgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie, overlegt het deel I van dat kentekenbewijs en, voor zover dit is afgegeven, tevens het deel II.

  2. Inschrijving en tenaamstelling als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd, indien het deel II van het kentekenbewijs, voor zover dat deel is afgegeven, ontbreekt.

  3. In uitzonderlijke gevallen kan door de Dienst Wegverkeer in afwijking van het tweede lid een voertuig worden ingeschreven en te naam gesteld, op voorwaarde dat van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar het voertuig voordien was ingeschreven langs schriftelijke of elektronische weg de bevestiging is verkregen dat de aanvrager het recht heeft om het voertuig in een andere lidstaat in te schrijven.

  4. De Dienst Wegverkeer bewaart de ingenomen kentekenbewijzen dan wel de ingenomen delen daarvan, gedurende zes maanden en stelt de autoriteiten van de lidstaat die het kentekenbewijs hebben afgegeven binnen twee maanden na de datum van inname daarvan op de hoogte. Op verzoek stuurt de Dienst Wegverkeer de ingenomen kentekenbewijzen terug naar de autoriteiten van de lidstaat die het kentekenbewijs hebben afgegeven.

Artikel 26

  1. Degene op wiens naam een voertuig in het kentekenregister is ingeschreven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij ophoudt eigenaar of houder te zijn van het voertuig waarvoor de inschrijving gold verplicht terstond de kentekencard ter hand te stellen en de tenaamstellingscode terstond mee te delen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden.

  2. Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden is verplicht binnen een week nadat hij eigenaar of houder van het voertuig is geworden bij de Dienst Wegverkeer om tenaamstelling te verzoeken onder overlegging van de kentekencard, de tenaamstellingscode en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.

  3. De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het tweede lid heeft voldaan een vrijwaringsbewijs, een tenaamstellingsverslag en een kentekencard af en verstrekt een nieuwe tenaamstellingscode.

  4. Degene die het vrijwaringsbewijs en het tenaamstellingsverslag heeft ontvangen is verplicht het vrijwaringsbewijs terstond tezamen met de oude kentekencard te doen toekomen aan degene die is opgehouden eigenaar of houder van het voertuig te zijn.

  5. In afwijking van het derde lid houdt de Dienst Wegverkeer de beslissing op het verzoek, bedoeld in het tweede lid, aan indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.

  6. De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing indien de eigenaar, respectievelijk de houder van een voertuig, aan wie een kentekenbewijs is afgegeven, met de houder, respectievelijk de eigenaar van het voertuig overeenkomt dat het voertuig op naam van deze houder, respectievelijk eigenaar als tenaamgestelde in het kentekenregister wordt ingeschreven.

  7. De verplichting, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in het geval tenaamstelling wordt geweigerd op grond van artikel 20, derde lid.

  8. Een erkend bedrijf voorbehoud en verplichtingen kan ten behoeve van de overdracht van een voertuig, waarover een aantekening, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit erkenningen wegverkeer, is opgenomen in het kentekenregister, een tijdelijk document aanvragen bij de Dienst Wegverkeer ter vervanging van de kentekencard, op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze en onder bij die regeling te bepalen voorwaarden.

Artikel 27

  1. In geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, van een voertuig dat is ingeschreven en te naam gesteld, zijn in afwijking van artikel 26, tweede tot en met zesde lid, van toepassing.

  2. Degene op wiens naam een voertuig in het kentekenregister is ingeschreven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad terstond de kentekencard ter hand te stellen en de tenaamstellingscode mee te delen.

  3. Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad verzoekt terstond nadat het de kentekencard heeft ontvangen en de tenaamstellingscode is meegedeeld bij de Dienst Wegverkeer om opname in bedrijfsvoorraad onder vermelding van de gegevens op het kentekenbewijs en de tenaamstellingscode.

  4. De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het derde lid heeft voldaan een tenaamstellingsverslag en, op verzoek, een kentekencard af.

  5. Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad is verplicht:

    1. een vrijwaringsbewijs met de middels datacommunicatie ter beschikking gestelde gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad aan te maken, en

    2. aan degene die is opgehouden de eigenaar of houder van het voertuig te zijn het vrijwaringsbewijs alsmede de oude kentekencard terstond ter hand te stellen.

  6. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat tot het moment van uitreiking van de kentekencard aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de kentekencard voor de overdracht van een voertuig op bij ministeriële regeling te bepalen wijze en onder bij die regeling te bepalen voorwaarden kan worden vervangen door een tijdelijk document.

  7. De Dienst Wegverkeer houdt de beslissing op het verzoek, bedoeld in het derde lid, aan indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.

  8. In afwijking van het tweede en derde lid kan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad bij de Dienst Wegverkeer onder vermelding van het kenteken en de meldcode om opname in de bedrijfsvoorraad verzoeken met betrekking tot een voertuig dat al op naam van het erkende bedrijf staat en in diens bedrijfsvoorraad wordt opgenomen.

  9. Een erkend bedrijf voorbehoud en verplichtingen kan ten behoeve van de overdracht van een voertuig, waarover een aantekening, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit erkenningen wegverkeer, is opgenomen in het kentekenregister, een tijdelijk document aanvragen bij de Dienst Wegverkeer ter vervanging van de kentekencard, op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze en onder bij die regeling te bepalen voorwaarden.

Artikel 28

  1. Indien een voertuig dat is ingeschreven en te naam gesteld ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad, is artikel 26 of, in geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, artikel 27 van overeenkomstige toepassing.

  2. Indien een voertuig ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad en dit bedrijf het voertuig tot eigen gebruik bestemt, verzoekt het bedrijf terstond om tenaamstelling bij de Dienst Wegverkeer, onder overlegging van de tenaamstellingscode en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.

  3. De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het eerste en tweede lid heeft voldaan zowel een kentekencard als een vrijwaringsbewijs af en verstrekt een nieuwe tenaamstellingscode.

Artikel 28a

  1. In geval van overdracht van een voertuig dat ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad dat ook gebruik maakt van de erkenning tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad kan, in afwijking van artikel 28, een aanvraag om tenaamstelling gericht aan de Dienst Wegverkeer, bij dat bedrijf worden ingediend met toepassing van het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel.

  2. Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon legt deze in persoon aan het erkende bedrijf tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over, alsmede een verklaring waaruit duidelijk het verzoek tot tenaamstelling blijkt en het kenteken van het voertuig dat wordt overgedragen en welke overigens voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde voorschriften.

  3. Indien de aanvraag wordt gedaan door een in Nederland gevestigde rechtspersoon, die is ingeschreven in het handelsregister, machtigt deze het erkende bedrijf tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in te dienen. Degene die blijkens het handelsregister bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen verstrekt aan het erkende bedrijf:

    1. een kopie van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs;

    2. een ondertekende machtiging welke de bij ministeriële regeling bepaalde gegevens bevat.

  4. Het erkende bedrijf overlegt bij de aanvraag de bij ministeriële regeling bepaalde gegevens en bescheiden.

  5. De Dienst Wegverkeer geeft, indien aan de verplichtingen in het tweede tot en met vierde lid is voldaan, een nieuwe kentekencard, een tenaamstellingsverslag en een vrijwaringsbewijs af aan de aanvrager en verstrekt een nieuwe tenaamstellingscode.

  6. Als een rechtspersoon een voertuig leaset, is het erkende bedrijf voorbehoud en verplichtingen gemachtigd om namens die rechtspersoon de aanvraag, bedoeld in het derde lid, te doen. In dat geval verstrekt degene die blijkens het handelsregister bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b, aan het erkende bedrijf voorbehoud en verplichtingen in plaats van aan het erkende bedrijf tenaamstellen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad.

  7. Als de rechtspersoon die een aanvraag doet, bedoeld in het derde lid, een erkend bedrijf voorbehoud en verplichtingen betreft, verstrekt deze aan het erkende bedrijf tenaamstellen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad, in afwijking van het derde lid, onderdelen a en b, een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld machtigingsformulier.

Artikel 29

  1. In afwijking van de artikelen 26, tweede lid, en 27, tweede lid, is, in geval van overlijden van degene die in het kentekenregister als tenaamgestelde staat geregistreerd, degene die als erfgenaam eigenaar of houder van het voertuig is geworden, verplicht binnen vijf weken nadat hij eigenaar of houder is geworden bij de Dienst Wegverkeer een verzoek in te dienen om het voertuig op zijn naam te registreren onder overlegging van de kentekencard, de tenaamstellingscode en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs of, indien de tenaamstellingscode niet kan worden overgelegd, een verklaring van erfrecht.

  2. In afwijking van het eerste lid kan de Dienst Wegverkeer overgaan tot tenaamstelling indien naar het oordeel van deze dienst in redelijkheid niet aan de in het eerste lid genoemde verplichtingen kan worden voldaan.

  3. De Dienst Wegverkeer geeft na de wijziging van tenaamstelling als bedoeld in het eerste of tweede lid aan de eigenaar een vrijwaringsbewijs, een tenaamstellingsverslag en een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode.

Artikel 30

  1. De Dienst Wegverkeer kan een voertuig te naam stellen zonder dat aan de in de artikelen 26 tot en met 29 bedoelde verplichtingen is voldaan, indien de aanvraag hiertoe wordt ingediend door een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die verklaart eigenaar of houder van het voertuig te zijn en indien naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer aannemelijk is gemaakt dat niet aan bedoelde verplichtingen kan worden voldaan.

  2. De Dienst Wegverkeer kan in verband met het bepaalde in het eerste lid verlangen dat de aanvrager van de inschrijving en tenaamstelling het voertuig toont, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs overlegt en de kentekencard, respectievelijk het kentekenbewijs inlevert.

Artikel 31

  1. Degene die het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, meldt dit bij de Dienst Wegverkeer of een erkend bedrijf export en overlegt de volgende bescheiden:

    1. de kentekencard,

    2. de tenaamstellingscode,

    3. de bij het voertuig behorende kentekenplaten.

  2. Degene die het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, overlegt bij de Dienst Wegverkeer diens bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.

  3. Als de melding wordt gedaan bij de Dienst Wegverkeer en is voldaan aan de verplichtingen van het eerste lid, verricht deze dienst de volgende handelingen:

    1. controleert het legitimatiebewijs;

    2. laat de tenaamstelling vervallen;

    3. bewerkt de ongeldig geworden kentekencard op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze;

    4. geeft de ongeldige kentekencard en het legitimatiebewijs terug aan degene, bedoeld in het eerste lid;

    5. reikt tegen betaling van een door de Dienst Wegverkeer te bepalen tarief ten behoeve van het voorgoed buiten Nederland brengen van het voertuig een kentekenbewijs deel II uit aan degene, bedoeld in het eerste lid;

    6. geeft aan degene die het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt een vrijwaringsbewijs af ten behoeve van de laatst tenaamgestelde;

    7. vernietigt de bij het voertuig behorende kentekenplaten.

  4. Als de melding wordt gedaan bij een erkend bedrijf export en is voldaan aan de verplichtingen van het eerste lid, is het derde lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in afwijking van het derde lid, onderdeel b, het erkend bedrijf export het voorgoed buiten Nederland brengen meldt bij de Dienst Wegverkeer en dat in afwijking van het derde lid, onderdeel g, het erkend bedrijf export de kentekenplaten op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze doorknipt en op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze bewaart.

  5. Het vrijwaringsbewijs, bedoeld in het derde lid, onder f, wordt door degene die het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt onmiddellijk overgedragen aan de laatst tenaamgestelde.

Artikel 32

  1. In afwijking van artikel 31 geldt in het geval het erkende bedrijf export een melding bij de Dienst Wegverkeer doet van het voorgoed buiten Nederland brengen van een voertuig dat zich in zijn bedrijfsvoorraad bevindt, het tweede tot en met vierde lid.

  2. Degene die het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, overlegt aan het erkende bedrijf export diens bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.

  3. Het erkende bedrijf export:

    1. controleert het legitimatiebewijs;

    2. meldt de overdracht van het voertuig ten behoeve van het voorgoed buiten Nederland brengen aan de Dienst Wegverkeer;

    3. bewerkt de ongeldig geworden kentekencard op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze;

    4. geeft de ongeldige kentekencard en het legitimatiebewijs aan de bedoelde persoon in het tweede lid;

    5. reikt tegen betaling van een door de Dienst Wegverkeer te bepalen tarief ten behoeve van het voorgoed buiten Nederland brengen van het voertuig een kentekenbewijs deel II uit;

    6. houdt het vrijwaringsbewijs onder zich; en

    7. knipt de kentekenplaten op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze door en bewaart deze op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze.

  4. In geval het erkende bedrijf export zelf degene is die het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, zijn het tweede en het derde lid, onderdelen a en d, niet van toepassing.

Artikel 33

  1. Als ten onrechte voor een voertuig is gemeld dat het voertuig voorgoed buiten Nederland is gebracht, dient degene die hiervan op de hoogte is geraakt binnen een door de Dienst Wegverkeer te bepalen termijn een verzoek tot correctie in op een door de Dienst wegverkeer te bepalen wijze.

  2. De Dienst Wegverkeer verwijdert de melding van het voorgoed buiten Nederland brengen naar aanleiding van het verzoek en herstelt met schriftelijke toestemming van de vorige eigenaar of houder van het voertuig de tenaamstelling van het voertuig als naar het oordeel van deze dienst is gebleken dat het voertuig ten onrechte is gemeld.

  3. Als de toestemming, bedoeld in het tweede lid, ontbreekt stelt de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, het voertuig voor onderzoek en tenaamstelling ter beschikking aan de Dienst Wegverkeer.

  4. Als het voertuig na de melding van voorgoed buiten Nederland brengen is ingeschreven of ingeschreven geweest in een ander land, dan wordt het verzoek tot correctie door de Dienst Wegverkeer afgewezen.

Artikel 33a

  1. Degene die een voertuig voor demontage overdraagt aan een erkend bedrijf demontage ten behoeve van demontage, overlegt de kentekencard en de tenaamstellingscode aan dat bedrijf.

  2. Als degene die het voertuig overdraagt niet beschikt over de kentekencard of de tenaamstellingscode, vraagt hij voorafgaand aan de melding onder vermelding van het kenteken en de meldcode een demontagecode aan bij de Dienst Wegverkeer op een door deze dienst vastgestelde wijze.

  3. Als de aanvraag van een demontagecode door het erkende bedrijf wordt gedaan op verzoek van de eigenaar of houder of een daartoe gerechtigde aanbieder van het voertuig, meldt het erkende bedrijf het kenteken en de meldcode alsmede de legitimatiegegevens van deze persoon aan de Dienst Wegverkeer.

  4. Als de aanvraag van een demontagecode wordt gedaan door de houder van een voertuig waarover een aantekening, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit erkenningen wegverkeer, in het kentekenregister is opgenomen, meldt de Dienst Wegverkeer de aanvraag van de demontagecode aan het erkende bedrijf voorbehoud en verplichtingen dat het betreffende voertuig in eigendom heeft. Het erkende bedrijf kan binnen zeven dagen na ontvangst van de melding de Dienst Wegverkeer verzoeken om een redelijke termijn te stellen waarbinnen de aantekening in stand wordt gehouden, teneinde het voertuig weer onder eigen beheer te nemen. Als het erkende bedrijf na zeven dagen na ontvangst van de melding geen verzoek heeft ingediend, of de door de Dienst Wegverkeer gestelde termijn verstreken is, haalt de Dienst Wegverkeer de aantekening door.

  5. Het erkende bedrijf demontage:

    1. meldt de demontage aan de Dienst Wegverkeer;

    2. verstrekt aan degene die is opgehouden eigenaar of houder van het voertuig te zijn of de aanbieder van het voertuig het vrijwaringsbewijs, en

    3. vernietigt, voor zover aanwezig, de ingenomen kentekenplaten en, voor zover aanwezig, het kentekenbewijs.

Artikel 33b

  1. Als het erkende bedrijf demontage ten onrechte een voertuig voor demontage heeft gemeld, dient het binnen een door de Dienst Wegverkeer te bepalen termijn een verzoek tot correctie in op een door de Dienst wegverkeer vastgestelde wijze.

  2. De Dienst Wegverkeer verwijdert de melding van demontage naar aanleiding van het verzoek en herstelt met schriftelijke toestemming van de vorige eigenaar of houder van het voertuig de tenaamstelling van het voertuig als naar het oordeel van deze dienst is gebleken dat het voertuig ten onrechte is gemeld voor demontage.

  3. Als de toestemming van de vorige eigenaar of houder, bedoeld in het tweede lid, ontbreekt en door het erkende bedrijf voor de melding van demontage gebruik is gemaakt van een kentekenbewijs of een kentekencard, wordt het voertuig op naam van het demontagebedrijf tenaamgesteld in het kentekenregister of, als het erkende bedrijf ook gebruik maakt van de erkenning bedrijfsvoorraad, op diens verzoek tegen betaling in diens bedrijfsvoorraad opgenomen.

  4. Als de toestemming van de vorige eigenaar of houder, bedoeld in het tweede lid, ontbreekt en door het erkende bedrijf voor de melding van demontage gebruik is gemaakt van een demontagecode, stelt het erkende bedrijf het voertuig voor onderzoek en tenaamstelling ter beschikking aan de Dienst Wegverkeer.

Artikel 34

  1. Indien een voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens in het kentekenregister, is degene op wiens naam het voertuig is geregistreerd of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, verplicht onverwijld bij de Dienst Wegverkeer de gewijzigde gegevens te melden.

  2. Indien de melding leidt tot wijziging van een gegeven in het kentekenregister en dit gegeven op de kentekencard staat, geeft de Dienst Wegverkeer aan degene die aan de in het eerste lid bedoelde verplichting heeft voldaan een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode.

  3. De Dienst Wegverkeer geeft in geval van wijziging in de constructie als bedoeld in artikel 98 van de wet een nieuwe kentekencard af nadat de wijziging is goedgekeurd ingevolge artikel 98 van de wet.

Artikel 35

Bij ministeriële regeling kunnen kentekenbewijzen worden aangewezen waarvoor geen bedrag ter dekking van de in artikel 4q, tweede lid, van de wet, bedoelde kosten wordt vastgesteld.

Artikel 36

  1. De aanvraag van een vervangende kentekencard of een vervangende tenaamstellingscode geschiedt bij de Dienst Wegverkeer door degene die als tenaamgestelde in het kentekenregister is geregistreerd.

  2. De Dienst Wegverkeer kan verlangen dat bij de aanvraag van een vervangende kentekencard de te vervangen kentekencard wordt ingeleverd alsmede dat een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs wordt overgelegd.

  3. Wanneer een vervangende kentekencard of tenaamstellingscode wordt aangevraagd voor een voertuig waarover een aantekening, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onder b, van het Besluit erkenningen wegverkeer, in het kentekenregister is opgenomen, verlangt de Dienst Wegverkeer toestemming voor het verzenden van de vervangende kentekencard of tenaamstellingcode van het erkende bedrijf voorbehoud en verplichtingen dat het voertuig in eigendom heeft. In dat geval kan de Dienst Wegverkeer bepalen dat de vervangende kentekencard of de tenaamstellingscode naar het erkende bedrijf of een door deze aangewezen persoon worden gezonden.

  4. De aanvraag van een vervangende tenaamstellingscode geschiedt onder overlegging van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.

  5. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op een kentekencard die hoort bij een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b.

Artikel 37

  1. Indien ingevolge artikel 440, derde lid, tweede zin, of artikel 442, tweede lid, tweede zin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de inschrijving van een proces-verbaal van inbeslagneming als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel v, wordt beëindigd door een deurwaarder nadat het desbetreffende motorrijtuig of de desbetreffende aanhangwagen is verkocht, worden in afwijking van artikel 36 door die deurwaarder een vervangende kentekencard en een vervangende tenaamstellingscode aangevraagd.

  2. De Dienst Wegverkeer zendt de vervangende kentekencard en vervangende tenaamstellingscode naar de deurwaarder die de aanvraag overeenkomstig het eerste lid heeft ingediend.

    Bij de aanvraag is artikel 36, derde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat toestemming door het erkende bedrijf voorbehoud en verplichting niet wordt verlangd als het erkende bedrijf de beslagene is.

  3. De vervangende kentekencard, bedoeld in het eerste lid, wordt afgegeven in de vorm van een tijdelijk documentnummer.

Artikel 38

  1. De Dienst Wegverkeer kan bepalen dat met een te naam gesteld voertuig niet op de weg mag worden gereden indien naar het oordeel van deze dienst:

    1. het voertuig niet ter beschikking wordt gesteld ten behoeve van de in artikel 45a, tweede lid, van de wet bedoelde inspectie, of

    2. het voertuig niet voldoet aan een of meer van de in artikel 51a, derde lid, onderdelen b, c, of d, van de wet bedoelde eisen

  2. Het verbod om met een voertuig op de weg te rijden als bedoeld in artikel 48, zevende lid, van de wet geldt vanaf het tijdstip waarop dit door een van de in artikel 159 van de wet bedoelde personen is aangezegd.

  3. Indien een situatie als bedoeld in het eerste lid zich voordoet dan wordt daarvan een aantekening in het kentekenregister geplaatst.

  4. In afwijking van het tweede lid mag op de dag waarop het voertuig waarvoor de kentekencard is afgegeven naar aanleiding van een aanvraag van een keuring als bedoeld in artikel 99 of artikel 106 van de wet aan een zodanige keuring wordt onderworpen, met dat voertuig via de kortste route naar en van de plaats van keuring worden gereden.

  5. Onverminderd het in het eerste lid bepaalde mag een voertuig waarmee niet mag worden gereden op de weg staan.

Artikel 39

  1. Tot het vorderen tot overgifte als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet van de kentekencard zijn bevoegd:

    1. de Directie van de Dienst Wegverkeer en de door de Directie daartoe aangewezen tot die dienst behorende ambtenaren, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel b of c, van de wet, van toepassing is;

    2. de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren van de rijksbelastingdienst, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, van de wet, van toepassing is;

    3. de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de wet van toepassing is.

  2. De verplichting tot overgifte, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, heeft betrekking op de kentekencard en op het kentekenbewijs deel II indien dit is uitgereikt.

  3. Indien dit bij de vordering van de eigenaar of houder dan wel de bezitter wordt geëist, is deze verplicht tot het op een daarbij te bepalen tijd en plaats ter beschikking houden van het voertuig, waarop de vordering betrekking heeft.

  4. Indien de in het eerste lid bedoelde vordering betrekking heeft op een kentekencard die is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig artikel 3.2 of 3.7 van de Regeling voertuigen is voorzien van een constructieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een termijn van een week.

Artikel 40

De tenaamstelling in het register vervalt zodra:

  1. op grond van een aanvraag als bedoeld in artikel 26, tweede lid, een voertuig is tenaamgesteld;

  2. op grond van een verzoek als bedoeld in artikel 27, derde lid, een voertuig is opgenomen in de bedrijfsvoorraad;

  3. op grond van een verzoek als bedoeld in artikel 28, tweede lid, een aanvraag als bedoeld in artikel 28a, tweede tot en met vierde lid, of de verplichting als bedoeld in artikel 29, eerste lid, een voertuig is tenaamgesteld;

  4. krachtens artikel 30 het voertuig is ingeschreven en tenaamgesteld;

  5. een erkend bedrijf export heeft gemeld dat een voertuig voorgoed buiten Nederland is gebracht of een erkend bedrijf demontage heeft gemeld dat een voertuig voorgoed buiten gebruik is gesteld;

  6. de Dienst Wegverkeer een certificaat van vernietiging als bedoeld in artikel 5, derde lid, van richtlijn nr. 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PbEG L 269), heeft ontvangen dat door een daartoe bevoegde verwerker, zoals bedoeld in die richtlijn, in een andere lidstaat van de Europese Unie is afgegeven, of

  7. de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling vervallen heeft verklaard op grond van een verzoek als bedoeld in artikel 40c, eerste lid.

Artikel 40a

  1. De tenaamstelling van een voertuig waarvoor een kenteken als bedoeld in artikel 4, tweede lid, is opgegeven vervalt na twaalf maanden.

  2. De tenaamstelling van een voertuig waarvoor een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b, is opgegeven vervalt na twee weken.

  3. De tenaamstelling van een voertuig waarvoor een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel c, is opgegeven, vervalt na één dag.

Artikel 40b

  1. De Dienst Wegverkeer verklaart een tenaamstelling vervallen indien deze dienst van oordeel is, dat de omstandigheden bedoeld in artikel 51a, tweede lid, onderdelen a of b, van de wet zich voordoen.

  2. De Dienst Wegverkeer kan een tenaamstelling vervallen verklaren indien voor het voertuig, waarvoor de tenaamstelling gold een nieuw kenteken is opgegeven.

  3. De Dienst Wegverkeer kan een tenaamstelling vervallen verklaren indien naar het oordeel van deze dienst blijkt dat het voertuig waarvoor de tenaamstelling geldt:

    1. voorgoed buiten gebruik is gesteld;

    2. voorgoed buiten Nederland is gebracht;

    3. definitief is bestemd voor gebruik buiten de weg, of

    4. is gaan behoren tot een der ingevolge artikel 37 van de wet van de kentekenplicht uitgezonderde categorieën van voertuigen.

  4. De Dienst Wegverkeer kan een tenaamstelling vervallen verklaren indien naar oordeel van deze dienst blijkt dat:

    1. degene die als tenaamgestelde in het kentekenregister is ingeschreven opgehouden is eigenaar, bezitter of houder van het voertuig te zijn;

    2. de reden waarom voor het voertuig een kenteken als bedoeld in artikel 4, tweede lid, of derde lid, onderdeel a, dan wel bevattende de lettergroep CD of CDJ is opgegeven is vervallen;

    3. de eigenaar of houder van het voertuig onvrijwillig het bezit of het houderschap van het voertuig heeft verloren; of

    4. degene die als tenaamgestelde in het kentekenregister is ingeschreven niet langer in Nederland woonachtig of gevestigd is.

  5. In het geval, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, verklaart de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling vervallen indien het voorgoed buiten gebruik stellen van het voertuig wordt gemeld door een erkend bedrijf demontage.

  6. In afwijking van het vijfde lid verklaart de Dienst Wegverkeer een tenaamstelling vervallen indien:

    1. de melding geschiedt door een ander dan een erkend bedrijf demontage;

    2. de melding betrekking heeft op een voertuig dat behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie van voertuigen, en

    3. wordt voldaan aan nadere bij ministeriële regeling vastgestelde voorwaarden.

  7. In het geval, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, verklaart de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling vervallen indien ten aanzien van de bestemming van het voertuig wordt voldaan aan nadere bij ministeriële regeling vastgestelde voorwaarden.

  8. In het geval, bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, verklaart de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling vervallen indien het verlies van het bezit of het houderschap van het voertuig het gevolg is van diefstal of verduistering en hiervan aangifte is gedaan bij een van de in de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde personen.

  9. De op grond van het achtste lid vervallen verklaarde tenaamstelling herleeft:

    1. op verzoek van de eigenaar of houder van het voertuig, of

    2. 30 dagen na een kennisgeving aan de Dienst Wegverkeer van de in dat lid genoemde personen dat het voertuig niet langer wordt vermist.

Artikel 40c

  1. Degene die naar zijn mening ten onrechte als tenaamgestelde in het kentekenregister is vermeld, kan de Dienst Wegverkeer verzoeken de tenaamstelling te doen vervallen. De Dienst Wegverkeer verklaart de tenaamstelling vervallen indien hiervoor naar het oordeel van deze dienst voldoende gronden aanwezig zijn.

  2. De tenaamstelling in het kentekenregister vervalt niet eerder dan op de dag waarop daartoe een verzoek bij deze dienst is ingediend.

  3. In afwijking van het tweede lid kan de Dienst Wegverkeer in uitzonderlijke gevallen het vervallen van de tenaamstelling eerder laten ingaan.

Artikel 40d

De Dienst Wegverkeer kan de vervallen tenaamstelling in het register herstellen indien de reden voor vervallenverklaring is komen te vervallen.

Artikel 40e

Een wijziging van richtlijn nr. 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PbEG L 269) gaat voor de toepassing van artikel 40 en de erkenning demontage gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.

← terug naar Kentekenreglement