Kentekenreglement

Inhoud

Artikel 58u

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 04-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 04-07-2026.
  1. Tot het vorderen tot overgifte van een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j zijn bevoegd:

    1. de Directie van de Dienst Wegverkeer en de door de Directie daartoe aangewezen tot die dienst behorende ambtenaren, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdelen b of c, of tweede lid, van de wet, van toepassing is;

    2. de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren der Rijksbelastingdienst, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, van de wet, van toepassing is;

    3. de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, b of c, dan wel artikel 60, tweede lid, van de wet van toepassing is.

  2. De verplichting tot overgifte, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, heeft betrekking op deel IA en op deel IB van het kentekenbewijs.

  3. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren geven de ter inzage overgegeven delen van het kentekenbewijs, na inzage terug aan degene van wie het is ingevorderd.

  4. Indien dit bij de vordering van de houder van een kentekenbewijs wordt geëist, is deze verplicht tot het op een daarbij te bepalen tijd en plaats ter beschikking houden van het voertuig, waarvoor het bewijs is afgegeven.

  5. Indien de vordering betrekking heeft op een kentekenbewijs dat is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig artikel 3.2 of 3.7 van de Regeling voertuigen is voorzien van een constructieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een termijn van een week.

04-07-2026 Huidig 01-07-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 01-01-2022 Historisch 21-05-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-07-2019 Historisch 28-07-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 06-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2014.

Tekst van deze versie

  1. Tot het vorderen tot overgifte van een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j zijn bevoegd:

    1. de Directie van de Dienst Wegverkeer en de door de Directie daartoe aangewezen tot die dienst behorende ambtenaren, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdelen b of c, of tweede lid, van de wet, van toepassing is;

    2. de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren der Rijksbelastingdienst, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, van de wet, van toepassing is;

    3. de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, b of c, dan wel artikel 60, tweede lid, van de wet van toepassing is.

  2. De verplichting tot overgifte, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, heeft betrekking op deel IA en op deel IB van het kentekenbewijs.

  3. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren geven de ter inzage overgegeven delen van het kentekenbewijs, na inzage terug aan degene van wie het is ingevorderd.

  4. Indien dit bij de vordering van de houder van een kentekenbewijs wordt geëist, is deze verplicht tot het op een daarbij te bepalen tijd en plaats ter beschikking houden van het voertuig, waarvoor het bewijs is afgegeven.

  5. Indien de vordering betrekking heeft op een kentekenbewijs dat is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig artikel 3.2 of 3.7 van de Regeling voertuigen is voorzien van een constructieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een termijn van een week.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Kentekenreglement