-
Degene aan wie een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, in geval van overdracht van een voertuig aan een in het buitenland woonachtige natuurlijke persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, verplicht:
het deel I B en het deel II terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;
het deel I A van het kentekenbewijs onder zich te houden, totdat hij het in het vierde lid bedoelde deel van de verklaring heeft ontvangen.
-
Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht binnen een week nadat hij het deel I B en het deel II heeft ontvangen bij de Dienst Wegverkeer het deel I B en het deel II, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs alsmede een ingevulde en ondertekende verklaring van een bij ministeriële regeling vastgesteld model in drievoud over te leggen.
-
De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel I B en op het deel II een aantekening, vult de verklaring in en geeft het deel I B, het deel II, de verklaring in tweevoud alsmede het legitimatiebewijs terug aan degene die aan de in het tweede lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan.
-
Degene die de verklaring in tweevoud heeft ontvangen, is verplicht het daartoe bestemde deel van de verklaring terstond te doen toekomen aan degene die het deel I A onder zich heeft gehouden.
-
Degene die het deel I A onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het in het vierde lid bedoelde deel van de verklaring heeft verkregen.
-
In geval van overdracht van een tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf behorend voertuig waarvoor een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven aan een in het buitenland woonachtige natuurlijke persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, zonder dat het erkende bedrijf gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel c, is het eerste tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel I B in de plaats treedt van het deel I B.
Inhoud
Artikel 31
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 31-05-2004.
Deze versie geldt vanaf 31-05-2004.
04-07-2026
Huidig
01-07-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
01-01-2022
Historisch
21-05-2021
Historisch
01-04-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-01-2020
Historisch
01-07-2019
Historisch
28-07-2018
Historisch
25-05-2018
Historisch
06-01-2014
Historisch
01-01-2014
Historisch
01-01-2013
Historisch
30-06-2012
Historisch
04-05-2011
Historisch
01-01-2011
Historisch
10-02-2010
Historisch
18-09-2009
Historisch
01-05-2009
Historisch
06-04-2009
Historisch
01-11-2008
Historisch
01-07-2008
Historisch
01-01-2008
Historisch
06-07-2007
Historisch
01-01-2007
Historisch
25-08-2006
Historisch
01-09-2005
Historisch
13-05-2005
Historisch
23-03-2005
Historisch
11-03-2005
Historisch
24-12-2004
Historisch
31-05-2004
Historisch
01-09-2002
Historisch
28-06-2002
Historisch
01-04-2002
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-04-2002
Tekst van deze versie
-
Degene aan wie een driedeligtweedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, in geval van overdracht van een voertuig aan een in het buitenland woonachtige natuurlijke persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, verplicht:
- het deel I B en het deel II en het overschrijvingsbewijs terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;
- het deel I A van het kentekenbewijs onder zich te houden, totdat hij het in het vierde lid bedoelde deel van de verklaring heeft ontvangen.
- Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht binnen een week nadat hij het deel III B en het overschrijvingsbewijsdeel II heeft ontvangen bij de Dienst Wegverkeer het deel III B en het overschrijvingsbewijs,deel II, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs alsmede een ingevulde en ondertekende verklaring van een bij ministeriële regeling vastgesteld model in drievoud over te leggen.
- De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel I B en op het deel II een aantekening, vult de verklaring in en geeft het deel I B, het deel II, de verklaring in tweevoud alsmede het legitimatiebewijs terug aan degene die aan de in het tweede lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan.
- Degene die de verklaring in tweevoud heeft ontvangen, is verplicht het daartoe bestemde deel van de verklaring terstond te doen toekomen aan degene die het deel I A onder zich heeft gehouden.
- Degene die het deel I A onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het in het vierde lid bedoelde deel van de verklaring heeft verkregen.
- In geval van overdracht van een tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf behorend voertuig waarvoor een driedeligtweedelig kentekenbewijs is afgegeven aan een in het buitenland woonachtige natuurlijke persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, zonder dat het erkende bedrijf gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel c, is het eerste tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel III B in de plaats treedt van het deel II.I B.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.