Kentekenreglement

Inhoud

Artikel 31

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 25-08-2006.
  1. Degene aan wie een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, in geval van overdracht van een voertuig aan een in het buitenland woonachtige natuurlijke persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, verplicht:

    1. het deel I B en het deel II terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;

    2. het deel I A van het kentekenbewijs onder zich te houden, totdat hij het in het vierde lid bedoelde deel van de verklaring heeft ontvangen.

  2. Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht binnen een week nadat hij het deel I B en het deel II heeft ontvangen bij de Dienst Wegverkeer het deel I B en het deel II, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs alsmede een ingevulde en ondertekende verklaring van een bij ministeriële regeling vastgesteld model in drievoud over te leggen.

  3. De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel I B en op het deel II een aantekening, vult de verklaring in en geeft het deel I B, het deel II, de verklaring in tweevoud alsmede het legitimatiebewijs terug aan degene die aan de in het tweede lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan.

  4. Degene die de verklaring in tweevoud heeft ontvangen, is verplicht het daartoe bestemde deel van de verklaring terstond te doen toekomen aan degene die het deel I A onder zich heeft gehouden.

  5. Degene die het deel I A onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het in het vierde lid bedoelde deel van de verklaring heeft verkregen.

  6. In geval van overdracht van een tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf behorend voertuig waarvoor een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven aan een in het buitenland woonachtige natuurlijke persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, zonder dat het erkende bedrijf gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel c, is het eerste tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel I B in de plaats treedt van het deel I B.

04-07-2026 Huidig 01-07-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 01-01-2022 Historisch 21-05-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-07-2019 Historisch 28-07-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 06-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 30-06-2012 Historisch 04-05-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 10-02-2010 Historisch 18-09-2009 Historisch 01-05-2009 Historisch 06-04-2009 Historisch 01-11-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 06-07-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 25-08-2006 Historisch 01-09-2005 Historisch 13-05-2005 Historisch 23-03-2005 Historisch 11-03-2005 Historisch 24-12-2004 Historisch 31-05-2004 Historisch 01-09-2002 Historisch 28-06-2002 Historisch 01-04-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 31-05-2004.

Tekst van deze versie

  1. Degene aan wie een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, in geval van overdracht van een voertuig aan een in het buitenland woonachtige natuurlijke persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, verplicht:

    1. het deel I B en het deel II terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;

    2. het deel I A van het kentekenbewijs onder zich te houden, totdat hij het in het vierde lid bedoelde deel van de verklaring heeft ontvangen.

  2. Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht binnen een week nadat hij het deel I B en het deel II heeft ontvangen bij de Dienst Wegverkeer het deel I B en het deel II, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs alsmede een ingevulde en ondertekende verklaring van een bij ministeriële regeling vastgesteld model in drievoud over te leggen.

  3. De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel I B en op het deel II een aantekening, vult de verklaring in en geeft het deel I B, het deel II, de verklaring in tweevoud alsmede het legitimatiebewijs terug aan degene die aan de in het tweede lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan.

  4. Degene die de verklaring in tweevoud heeft ontvangen, is verplicht het daartoe bestemde deel van de verklaring terstond te doen toekomen aan degene die het deel I A onder zich heeft gehouden.

  5. Degene die het deel I A onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het in het vierde lid bedoelde deel van de verklaring heeft verkregen.

  6. In geval van overdracht van een tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf behorend voertuig waarvoor een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven aan een in het buitenland woonachtige natuurlijke persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, zonder dat het erkende bedrijf gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel c, is het eerste tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel I B in de plaats treedt van het deel I B.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Kentekenreglement