-
Degene aan wie een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, verplicht het deel I B, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs, een ingevulde en ondertekende verklaring in drievoud van een bij ministeriële regeling vastgesteld model alsmede, voor zover bij ministeriële regeling bepaald, het deel II bij de Dienst Wegverkeer over te leggen.
-
De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel I B en op het deel II een aantekening, vult de verklaring in en geeft het deel I B, de verklaring in tweevoud, het legitimatiebewijs alsmede het deel II terug aan degene die aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan.
-
Ingeval een erkend bedrijf een tot zijn bedrijfsvoorraad behorend voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, is het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel I B in de plaats treedt van het deel I B.
-
In afwijking van het eerste tot en met derde lid, is, ingeval het erkende bedrijf gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel c, het erkende bedrijf verplicht het voorgoed buiten Nederland brengen van het voertuig te melden overeenkomstig het krachtens artikel 62, derde lid, van de wet bepaalde.
Inhoud
Artikel 33
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 31-05-2004.
Deze versie geldt vanaf 31-05-2004.
04-07-2026
Huidig
01-07-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
01-01-2022
Historisch
21-05-2021
Historisch
01-04-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-01-2020
Historisch
01-07-2019
Historisch
28-07-2018
Historisch
25-05-2018
Historisch
06-01-2014
Historisch
01-01-2014
Historisch
01-01-2013
Historisch
30-06-2012
Historisch
04-05-2011
Historisch
01-01-2011
Historisch
10-02-2010
Historisch
18-09-2009
Historisch
01-05-2009
Historisch
06-04-2009
Historisch
01-11-2008
Historisch
01-07-2008
Historisch
01-01-2008
Historisch
06-07-2007
Historisch
01-01-2007
Historisch
25-08-2006
Historisch
01-09-2005
Historisch
13-05-2005
Historisch
23-03-2005
Historisch
11-03-2005
Historisch
24-12-2004
Historisch
31-05-2004
Historisch
01-09-2002
Historisch
28-06-2002
Historisch
01-04-2002
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-04-2002
Tekst van deze versie
- Degene aan wie een driedeligtweedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, verplicht het deel II,I B, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs, een ingevulde en ondertekende verklaring in drievoud van een bij ministeriële regeling vastgesteld model alsmede, voor zover bij ministeriële regeling bepaald, het overschrijvingsbewijsdeel II bij de Dienst Wegverkeer over te leggen.
- De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel I B en op het deel II een aantekening, vult de verklaring in en geeft het deel II,I B, de verklaring in tweevoudtweevoud, het legitimatiebewijs alsmede het legitimatiebewijsdeel II terug aan degene die aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan.
- Ingeval een erkend bedrijf een tot zijn bedrijfsvoorraad behorend voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, is het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel III B in de plaats treedt van het deel II.I B.
-
In afwijking van het eerste tot en met derde lid, is, ingeval het erkende bedrijf gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel c, het erkende bedrijf verplicht het voorgoed buiten Nederland brengen van het voertuig te melden overeenkomstig het krachtens artikel 62, derde lid, van de wet bepaalde.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.