Kentekenreglement

Inhoud

Artikel 33

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2014.
  1. Degene aan wie een kentekencard is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, verplicht de kentekencard en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs bij de Dienst Wegverkeer over te leggen.

  2. De Dienst Wegverkeer geeft de kentekencard en het legitimatiebewijs terug aan degene die aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan en reikt tevens tegen betaling van een door de Dienst Wegverkeer te bepalen tarief een kentekenbewijs deel II uit.

  3. In afwijking van het eerste tot en met tweede lid, is, ingeval het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b, het erkende bedrijf verplicht het voorgoed buiten Nederland brengen van het voertuig te melden.

04-07-2026 Huidig 01-07-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 01-01-2022 Historisch 21-05-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-07-2019 Historisch 28-07-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 06-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 30-06-2012 Historisch 04-05-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 10-02-2010 Historisch 18-09-2009 Historisch 01-05-2009 Historisch 06-04-2009 Historisch 01-11-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 06-07-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 25-08-2006 Historisch 01-09-2005 Historisch 13-05-2005 Historisch 23-03-2005 Historisch 11-03-2005 Historisch 24-12-2004 Historisch 31-05-2004 Historisch 01-09-2002 Historisch 28-06-2002 Historisch 01-04-2002 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 31-05-2004

Tekst van deze versie

  1. Degene aan wie een tweedelig kentekenbewijskentekencard is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, verplicht hetde deelkentekencard I B,en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs, een ingevulde en ondertekende verklaring in drievoud van een bij ministeriële regeling vastgesteld model alsmede, voor zover bij ministeriële regeling bepaald, het deel IIlegitimatiebewijs bij de Dienst Wegverkeer over te leggen.
  2. De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel I B en op het deel II een aantekening, vultgeeft de verklaring inkentekencard en geeft het deel I B, de verklaring in tweevoud, het legitimatiebewijs alsmede het deel II terug aan degene die aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan.voldaan en reikt tevens tegen betaling van een door de Dienst Wegverkeer te bepalen tarief een kentekenbewijs deel II uit.
  3. IngevalIn eenafwijking erkendvan het eerste tot en met tweede lid, is, ingeval het erkende bedrijf een tot zijn bedrijfsvoorraad behorendgebruik voertuigmaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b, het erkende bedrijf verplicht het voorgoed buiten Nederland brengt, is het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel I B in de plaats treedtbrengen van het deelvoertuig Ite B.melden.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Kentekenreglement