-
Tot het vorderen tot overgifte als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet van de kentekencard zijn bevoegd:
de Directie van de Dienst Wegverkeer en de door de Directie daartoe aangewezen tot die dienst behorende ambtenaren, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel b of c, van de wet, van toepassing is;
de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren van de rijksbelastingdienst, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, van de wet, van toepassing is;
de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de wet van toepassing is.
-
De verplichting tot overgifte, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, heeft betrekking op de kentekencard en op het kentekenbewijs deel II indien dit is uitgereikt.
-
Indien dit bij de vordering van de eigenaar of houder dan wel de bezitter wordt geëist, is deze verplicht tot het op een daarbij te bepalen tijd en plaats ter beschikking houden van het voertuig, waarop de vordering betrekking heeft.
-
Indien de in het eerste lid bedoelde vordering betrekking heeft op een kentekencard die is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig artikel 3.2 of 3.7 van de Regeling voertuigen is voorzien van een constructieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een termijn van een week.
Inhoud
Artikel 39
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2021.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2021.
04-07-2026
Huidig
01-07-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
01-01-2022
Historisch
21-05-2021
Historisch
01-04-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-01-2020
Historisch
01-07-2019
Historisch
28-07-2018
Historisch
25-05-2018
Historisch
06-01-2014
Historisch
01-01-2014
Historisch
01-01-2013
Historisch
30-06-2012
Historisch
04-05-2011
Historisch
01-01-2011
Historisch
10-02-2010
Historisch
18-09-2009
Historisch
01-05-2009
Historisch
06-04-2009
Historisch
01-11-2008
Historisch
01-07-2008
Historisch
01-01-2008
Historisch
06-07-2007
Historisch
01-01-2007
Historisch
25-08-2006
Historisch
01-09-2005
Historisch
13-05-2005
Historisch
23-03-2005
Historisch
11-03-2005
Historisch
24-12-2004
Historisch
31-05-2004
Historisch
01-09-2002
Historisch
28-06-2002
Historisch
01-04-2002
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-01-2014
Tekst van deze versie
-
Tot het vorderen tot overgifte als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet van de kentekencard zijn bevoegd:
- de Directie van de Dienst Wegverkeer en de door de Directie daartoe aangewezen tot die dienst behorende ambtenaren, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdelenonderdeel b of c, of tweede lid, van de wet, van toepassing is;
- de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren dervan Rijksbelastingdienst,de rijksbelastingdienst, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, van de wet, van toepassing is;
- de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, b of c, of tweede lid, van de wet van toepassing is.
-
De verplichting tot overgifte, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, heeft betrekking op de kentekencard en op het kentekenbewijs deel II indien dit is uitgereikt.
-
Indien dit bij de vordering van de eigenaar of houder dan wel de bezitter wordt geëist, is deze verplicht tot het op een daarbij te bepalen tijd en plaats ter beschikking houden van het voertuig, waarop de vordering betrekking heeft.
- Indien de in het eerste lid bedoelde vordering betrekking heeft op een kentekencard die is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig artikel 3.2 of 3.7 van de Regeling voertuigen is voorzien van een constructieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een termijn van een week.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.