Kentekenreglement

Inhoud

Artikel 58b

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 23-03-2005.
  1. Degene aan wie een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij ophoudt eigenaar of houder te zijn van het voertuig waarvoor dat kentekenbewijs is afgegeven, verplicht:

    1. het deel II of het deel I B en het overschrijvingsbewijs terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;

    2. het deel I van het kentekenbewijs onder zich te houden, totdat hij het in het derde lid bedoelde vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B heeft ontvangen.

  2. Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht binnen een week nadat hij het deel II of I B en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, bij de Dienst Wegverkeer om afgifte van een deel I B of een nieuw deel I B te verzoeken onder overlegging van het deel II of I B, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.

  3. De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het tweede lid heeft voldaan, een vrijwaringsbewijs en een deel I B of nieuw deel I B af.

  4. Degene die het vrijwaringsbewijs heeft ontvangen, is verplicht dit terstond, te zamen met het oude deel II of I B, te doen toekomen aan degene die het deel I, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder zich heeft gehouden.

  5. Degene die het deel I, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B heeft verkregen.

  6. De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing indien de eigenaar, respectievelijk de houder van een voertuig, aan wie een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven, met de houder, respectievelijk de eigenaar van het voertuig overeenkomt dat het kenteken aan deze houder, respectievelijk eigenaar wordt opgegeven.

04-07-2026 Huidig 01-07-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 01-01-2022 Historisch 21-05-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-07-2019 Historisch 28-07-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 06-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 30-06-2012 Historisch 04-05-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 10-02-2010 Historisch 18-09-2009 Historisch 01-05-2009 Historisch 06-04-2009 Historisch 01-11-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 06-07-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 25-08-2006 Historisch 01-09-2005 Historisch 13-05-2005 Historisch 23-03-2005 Historisch 11-03-2005 Historisch 24-12-2004 Historisch 31-05-2004 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 31-05-2004.

Tekst van deze versie

  1. Degene aan wie een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij ophoudt eigenaar of houder te zijn van het voertuig waarvoor dat kentekenbewijs is afgegeven, verplicht:

    1. het deel II of het deel I B en het overschrijvingsbewijs terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;

    2. het deel I van het kentekenbewijs onder zich te houden, totdat hij het in het derde lid bedoelde vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B heeft ontvangen.

  2. Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht binnen een week nadat hij het deel II of I B en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, bij de Dienst Wegverkeer om afgifte van een deel I B of een nieuw deel I B te verzoeken onder overlegging van het deel II of I B, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.

  3. De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het tweede lid heeft voldaan, een vrijwaringsbewijs en een deel I B of nieuw deel I B af.

  4. Degene die het vrijwaringsbewijs heeft ontvangen, is verplicht dit terstond, te zamen met het oude deel II of I B, te doen toekomen aan degene die het deel I, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder zich heeft gehouden.

  5. Degene die het deel I, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B heeft verkregen.

  6. De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing indien de eigenaar, respectievelijk de houder van een voertuig, aan wie een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven, met de houder, respectievelijk de eigenaar van het voertuig overeenkomt dat het kenteken aan deze houder, respectievelijk eigenaar wordt opgegeven.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Kentekenreglement