Kentekenreglement

Inhoud

Artikel 58r

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2014.
  1. Degene aan wie een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, in geval van overdracht van een voertuig aan een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, verplicht:

    1. het deel I B en het deel II terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;

    2. het deel I A van het kentekenbewijs onder zich te houden,

  2. Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht binnen een week nadat hij het deel I B en het deel II heeft ontvangen bij de Dienst Wegverkeer het deel I B en het deel II, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over te leggen.

  3. De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel I B een aantekening en geeft het deel I B en het legitimatiebewijs terug aan degene die aan de in het tweede lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan tezamen met een vrijwaringsbewijs en een deel II.

  4. Degene die het in het derde lid bedoelde vrijwaringsbewijs heeft ontvangen is verplicht dit terstond af te geven aan degene die het deel I A onder zich heeft gehouden.

  5. Degene die het deel IA onder zich heeft gehouden is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het in het vierde lid bedoelde vrijwaringsbewijs heeft verkregen.

  6. In geval van overdracht van een tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad behorend voertuig waarvoor een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven aan een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, zonder dat het erkende bedrijf gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b, is het eerste tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel I B in de plaats treedt van het deel I B.

04-07-2026 Huidig 01-07-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 01-01-2022 Historisch 21-05-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-07-2019 Historisch 28-07-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 06-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 04-07-2026.

Tekst van deze versie

  1. Degene aan wie een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, in geval van overdracht van een voertuig aan een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, verplicht:

    1. het deel I B en het deel II terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;

    2. het deel I A van het kentekenbewijs onder zich te houden,

  2. Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht binnen een week nadat hij het deel I B en het deel II heeft ontvangen bij de Dienst Wegverkeer het deel I B en het deel II, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over te leggen.

  3. De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel I B een aantekening en geeft het deel I B en het legitimatiebewijs terug aan degene die aan de in het tweede lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan tezamen met een vrijwaringsbewijs en een deel II.

  4. Degene die het in het derde lid bedoelde vrijwaringsbewijs heeft ontvangen is verplicht dit terstond af te geven aan degene die het deel I A onder zich heeft gehouden.

  5. Degene die het deel IA onder zich heeft gehouden is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het in het vierde lid bedoelde vrijwaringsbewijs heeft verkregen.

  6. In geval van overdracht van een tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad behorend voertuig waarvoor een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven aan een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, zonder dat het erkende bedrijf gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b, is het eerste tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel I B in de plaats treedt van het deel I B.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Kentekenreglement