Telecommunicatiewet

Inhoud

Artikel 10.17

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 13-12-2006.
  1. Onze Minister kan, in afwijking van artikel 10.16, eerste lid, een vergunning verlenen voor het aanleggen van radiozendapparaten zonder dat aan de houder een vergunning is verleend voor gebruik van frequentieruimte. Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden.

  2. De vergunning kan worden geweigerd, indien:

    1. ernstig vermoeden bestaat dat de vergunning zal worden misbruikt;

    2. een eerder verleende vergunning is ingetrokken wegens overtreding van de bij of krachtens deze wet gestelde regels dan wel van de aan de vergunning verbonden voorschriften;

    3. de aanvraag niet voldoet aan de daarvoor bij of krachtens deze wet gestelde regels, of

    4. de aanvrager naar het oordeel van Onze Minister geen gerechtvaardigd belang heeft bij verlening van de vergunning.

  3. De vergunning kan worden ingetrokken, indien:

    1. de houder van de vergunning de bij of krachtens deze wet gestelde regels dan wel de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet nakomt, of

    2. de gronden waarop de vergunning is verleend zijn vervallen.

01-07-2026 Huidig 01-09-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 28-06-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-05-2022 Historisch 02-03-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 21-12-2020 Historisch 04-12-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 11-07-2020 Historisch 01-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 30-06-2007 Historisch 07-02-2007 Historisch 01-02-2007 Historisch 13-12-2006 Historisch 01-09-2006 Historisch 08-03-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 01-07-2005 Historisch 01-09-2004 Historisch 19-05-2004 Historisch 21-05-2003 Historisch 01-01-2003 Historisch 29-05-2002 Historisch 01-01-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2002.

Tekst van deze versie

  1. Onze Minister kan, in afwijking van artikel 10.16, eerste lid, een vergunning verlenen voor het aanleggen van radiozendapparaten zonder dat aan de houder een vergunning is verleend voor gebruik van frequentieruimte. Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden.

  2. De vergunning kan worden geweigerd, indien:

    1. ernstig vermoeden bestaat dat de vergunning zal worden misbruikt;

    2. een eerder verleende vergunning is ingetrokken wegens overtreding van de bij of krachtens deze wet gestelde regels dan wel van de aan de vergunning verbonden voorschriften;

    3. de aanvraag niet voldoet aan de daarvoor bij of krachtens deze wet gestelde regels, of

    4. de aanvrager naar het oordeel van Onze Minister geen gerechtvaardigd belang heeft bij verlening van de vergunning.

  3. De vergunning kan worden ingetrokken, indien:

    1. de houder van de vergunning de bij of krachtens deze wet gestelde regels dan wel de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet nakomt, of

    2. de gronden waarop de vergunning is verleend zijn vervallen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Telecommunicatiewet