Telecommunicatiewet Actueel

Inhoud

§ 2

Medegebruik

Artikel 5a.3

  1. Een netwerkexploitant stemt in met redelijke verzoeken van aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken tot medegebruik van zijn fysieke infrastructuur ten dienste van de aanleg van elementen van een openbaar elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid.

  2. Gebruikers van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen frequentieruimte en aanbieders van bijbehorende faciliteiten voldoen aan redelijke verzoeken tot medegebruik van bijbehorende faciliteiten.

  3. Aanbieders van elektronische communicatienetwerken die bestaan uit radioapparaten die geschikt zijn voor het verspreiden van programma’s, alsmede aanbieders van antenne-opstelpunten die bestemd zijn om genoemde netwerken te ondersteunen, voldoen aan redelijke verzoeken tot medegebruik van antenne-opstelpunten, antennesystemen of antennes.

  4. Aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken zijn over en weer verplicht te voldoen aan redelijke verzoeken tot medegebruik van de fysieke infrastructuur waarop de gedoogplicht, bedoeld in hoofdstuk 5, van toepassing is.

Artikel 5a.4

  1. Medegebruik als bedoeld in artikel 5a.3 vindt plaats onder billijke en niet-discriminerende voorwaarden en tegen een billijke en niet-discriminerende vergoeding, en kan uitsluitend worden geweigerd op objectieve, transparante en evenredige gronden.

  2. Onder een grond als bedoeld in het eerste lid, kan in ieder geval worden verstaan:

    1. dat de fysieke infrastructuur technisch of economisch ongeschikt is voor de aanleg, van elementen van een openbaar elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid;

    2. dat er, rekening houdend met de toekomstige behoeften aan ruimte van de netwerkexploitant, onvoldoende ruimte beschikbaar is voor de aanleg van elementen van een openbaar elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid;

    3. redenen van veiligheid of volksgezondheid;

    4. redenen van integriteit en veiligheid van alle reeds aangelegde netwerken of van kritieke nationale infrastructuur;

    5. een risico van ernstige verstoring van de geplande elektronische communicatiediensten wanneer andere diensten via dezelfde infrastructuur worden verstrekt;

    6. dat de netwerkexploitant beschikt over levensvatbare alternatieve middelen voor het verlenen van wholesaletoegang tot fysieke netwerkinfrastructuur die geschikt zijn voor het aanbieden van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid, op voorwaarde dat de toegang onder billijke en redelijke voorwaarden wordt verleend.

Artikel 5a.5

  1. De bij een verzoek tot medegebruik betrokken partijen streven naar overeenstemming over de omstandigheden waaronder het medegebruik plaatsvindt. Zij maken in ieder geval afspraken over:

    1. de plaats, het tijdstip en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden,

    2. een redelijke vergoeding voor het medegebruik, alsmede

    3. redelijke eisen, voorwaarden en voorzorgsmaatregelen ter waarborging van de veiligheid, continuïteit en levensvatbaarheid van de betrokken fysieke infrastructuur, antennesystemen, antennes en netwerken.

  2. Van een redelijke vergoeding voor medegebruik van antenne-opstelpunten voor omroep, is sprake als de vergoeding efficiënt, transparant en niet-discriminatoir is, en de kosten van de werkelijk afgenomen capaciteit weerspiegelt. Daarbij draagt de aanbieder die aan het verzoek tot medegebruik voldoet bij geschillen de bewijslast voor de redelijkheid van de vergoeding.

  3. In het geval de voor medegebruik als bedoeld in het tweede lid te betalen vergoeding mede wordt bepaald door een door de verlener van het medegebruik zelf voor medegebruik aan een derde te betalen vergoeding mag laatstbedoelde vergoeding slechts worden doorberekend voor zover deze vergoeding redelijk is.

  4. Indien een verzoek tot medegebruik betrekking heeft op:

    1. fysieke infrastructuur van een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, of

    2. een antenne-opstelpunt van een gebruiker of een aanbieder als bedoeld in artikel 5a.3, tweede, of derde lid, kunnen partijen wat betreft veiligheid en continuïteit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, volstaan met afspraken over hoe zij uitvoering geven aan de bij of krachtens hoofdstuk 11a vastgestelde maatregelen en eisen.

Artikel 5a.6

  1. Indien een netwerkexploitant tevens degene is die beslist op een vergunning, ontheffing of andere toestemming betreffende de aanleg van elementen van een openbaar elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid waarop het verzoek tot medegebruik betrekking heeft, coördineert deze netwerkexploitant zijn beslissing op het verzoek tot medegebruik met het besluit op een aanvraag voor een vergunning, ontheffing of andere toestemming.

  2. In aanvulling op artikel 5a.4, eerste en tweede lid, weigert een netwerkexploitant als bedoeld in het eerste lid, in ieder geval het medegebruik wanneer de in het eerste lid bedoelde vergunning, ontheffing of andere toestemming wordt geweigerd.

  3. Een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk die het voornemen heeft om de fysieke infrastructuur van een netwerkexploitant als bedoeld in het eerste lid, te gebruiken voor de aanleg van elementen van een openbaar elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid coördineert zijn verzoek tot medegebruik met de in het eerste lid, bedoelde aanvraag.

Artikel 5a.7

  1. In het geval dat voor het verlenen van medegebruik toestemming van een derde is vereist, is deze daartoe slechts gehouden indien het een redelijk verzoek betreft en hij:

    1. direct of indirect een relevant economisch belang heeft in degene tot wie het verzoek tot medegebruik is gericht, of

    2. deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waartoe een andere groepsmaatschappij als bedoeld in dat artikel behoort, die een direct of indirect relevant economisch belang heeft in degene tot wie het verzoek is gericht.

  2. De derde die op grond van het eerste lid gehouden is toestemming te verlenen, ontvangt voor het medegebruik een redelijke vergoeding als bedoeld in artikel 5a.5, eerste lid, onderdeel b.

Artikel 5a.8

Indien een netwerkexploitant of een onderneming als bedoeld in artikel 5a.3, tweede en derde lid, weigert te voldoen aan een verzoek tot medegebruik informeert hij de verzoeker gemotiveerd en schriftelijk over de redenen voor zijn weigering.

Artikel 5a.9

  1. Een netwerkexploitant, of een onderneming als bedoeld in artikel 5a.3, tweede en derde lid, is verplicht in te gaan op redelijke verzoeken tot inspecties ter plaatse van de voorzieningen waarop het verzoek tot medegebruik ziet.

  2. In een verzoek als bedoeld in het eerste lid, specificeert de verzoeker de elementen van het betrokken netwerk dat hij wil inspecteren met het oog op de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid.

  3. Een netwerkexploitant, of een onderneming als bedoeld in artikel 5a.3, tweede en derde lid, stemt in met het verzoek tot inspectie op de voorgestelde datum of op een ander moment, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het verzoek.

← terug naar Telecommunicatiewet