Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld inzake:
de middelen die Onze Minister kan gebruiken om het in de handel brengen en verhandelen van apparaten of categorieën van apparaten te beëindigen of te beperken, indien de betrokken apparaten niet voldoen aan de in artikel 10.1 bedoelde voorschriften;
de behandeling van klachten over elektromagnetische storingen, ondervonden van het gebruik van apparaten, of over belemmeringen, welke bij het gebruik van radiozendapparaten of randapparaten worden ondervonden.