Telecommunicatiewet

Inhoud

Artikel 10.9

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 08-02-2012.
  1. Het aanleggen, het geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben, of het gebruik van radiozendapparaten is slechts toegestaan indien voor het gebruik ervan aan de houder van die radiozendapparaten op grond van hoofdstuk 3 een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte is verleend.

  2. In afwijking van het eerste lid, is het aanleggen, het geheel of gedeeltelijk aanwezig hebben, of het gebruik van radiozendapparaten zonder dat aan de houder een vergunning is verleend voor het gebruik van frequentieruimte, toegestaan, indien:

    1. krachtens hoofdstuk 3 geen vergunning is vereist voor het gebruik van frequentieruimte en, indien voor het gebruik melding en registratie verplicht zijn krachtens artikel 3.4, tweede lid, onder d, indien melding en registratie heeft plaatsgevonden;

    2. de houder van het radiozendappararaat met de houder van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte een overeenkomst heeft gesloten voor de aanleg en het instandhouden van een radiozendapparaat ten behoeve van het verzorgen van diensten van de opdrachtgever waarbij gebruik wordt gemaakt van de aan de opdrachtgever toegewezen frequentieruimte;

    3. deze apparaten worden gebruikt aan boord van andere dan Nederlandse schepen of luchtvaartuigen en daarvoor een vergunning is afgegeven in overeenstemming met het Internationaal Telecommunicatieverdrag, of

    4. deze apparaten worden gebruikt door niet-ingezetenen van Nederland die tijdelijk hier te lande verblijven en daartoe voor Nederland bindende afspraken zijn gemaakt.

01-07-2026 Huidig 01-09-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 28-06-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-05-2022 Historisch 02-03-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 21-12-2020 Historisch 04-12-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 11-07-2020 Historisch 01-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-07-2016 Historisch 30-04-2016 Historisch 01-01-2016 Historisch 11-03-2015 Historisch 11-12-2014 Historisch 01-08-2014 Historisch 25-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-04-2013 Historisch 15-03-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-10-2012 Historisch 30-06-2012 Historisch 05-06-2012 Historisch 08-02-2012 Historisch 16-07-2011 Historisch 31-03-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 28-12-2009 Historisch 01-10-2009 Historisch 01-09-2009 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 15-10-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 01-04-2008 Historisch 03-03-2008 Historisch 02-11-2007 Historisch 01-10-2007 Historisch 12-09-2007 Historisch 17-08-2007 Historisch 20-07-2007 Historisch 30-06-2007 Historisch 07-02-2007 Historisch 01-02-2007 Historisch 13-12-2006 Historisch 01-09-2006 Historisch 08-03-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 01-07-2005 Historisch 01-09-2004 Historisch 19-05-2004 Historisch 21-05-2003 Historisch 01-01-2003 Historisch 29-05-2002 Historisch 01-01-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 03-03-2008.

Tekst van deze versie

  1. Het aanleggen, het geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben, of het gebruik van radiozendapparaten is slechts toegestaan indien voor het gebruik ervan aan de houder van die radiozendapparaten op grond van hoofdstuk 3 een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte is verleend.

  2. In afwijking van het eerste lid, is het aanleggen, het geheel of gedeeltelijk aanwezig hebben, of het gebruik van radiozendapparaten zonder dat aan de houder een vergunning is verleend voor het gebruik van frequentieruimte, toegestaan, indien:

    1. krachtens hoofdstuk 3 geen vergunning is vereist voor het gebruik van frequentieruimte en, indien voor het gebruik melding en registratie verplicht zijn krachtens artikel 3.4, tweede lid, onder d, indien melding en registratie heeft plaatsgevonden;

    2. de houder van het radiozendappararaat met de houder van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte een overeenkomst heeft gesloten voor de aanleg en het instandhouden van een radiozendapparaat ten behoeve van het verzorgen van diensten van de opdrachtgever waarbij gebruik wordt gemaakt van de aan de opdrachtgever toegewezen frequentieruimte;

    3. deze apparaten worden gebruikt aan boord van andere dan Nederlandse schepen of luchtvaartuigen en daarvoor een vergunning is afgegeven in overeenstemming met het Internationaal Telecommunicatieverdrag, of

    4. deze apparaten worden gebruikt door niet-ingezetenen van Nederland die tijdelijk hier te lande verblijven en daartoe voor Nederland bindende afspraken zijn gemaakt.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Telecommunicatiewet