-
Ingeval van overtreding van de bij of krachtens de in artikel 15.1, eerste lid, bedoelde voorschriften, alsmede van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan Onze Minister aan de overtreder een boete opleggen van ten hoogste € 450 000.
-
Ingeval van overtreding van de bij of krachtens de in artikel 15.1, derde lid, bedoelde voorschriften, alsmede van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan het college aan de overtreder een boete opleggen van ten hoogste € 450 000.
-
De hoogte van de boete wordt in ieder geval afgestemd op de ernst en de duur van de overtreding, alsmede op de mate waarin de overtreder daarvan een verwijt kan worden gemaakt.
-
De bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt indien terzake van de overtreding op grond waarvan de boete kan worden opgelegd, tegen de overtreder een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolgeartikel 37 van de Wet op de economische delicten.
-
Het recht tot strafvervolging vervalt indien Onze Minister, onderscheidenlijk het college, aan de betrokkene terzake van hetzelfde feit reeds een boete heeft opgelegd.
Inhoud
Artikel 15.4
Tekst van deze versie
-
Ingeval van overtreding van de bij of krachtens de in artikel 15.1, eerste lid, bedoelde voorschriften, alsmede van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan Onze Minister aan de overtreder een boete opleggen van ten hoogste € 450 000.
-
Ingeval van overtreding van de bij of krachtens de in artikel 15.1, derde lid, bedoelde voorschriften, alsmede van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan het college aan de overtreder een boete opleggen van ten hoogste € 450 000.
-
De hoogte van de boete wordt in ieder geval afgestemd op de ernst en de duur van de overtreding, alsmede op de mate waarin de overtreder daarvan een verwijt kan worden gemaakt.
-
De bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt indien terzake van de overtreding op grond waarvan de boete kan worden opgelegd, tegen de overtreder een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolgeartikel 37 van de Wet op de economische delicten.
-
Het recht tot strafvervolging vervalt indien Onze Minister, onderscheidenlijk het college, aan de betrokkene terzake van hetzelfde feit reeds een boete heeft opgelegd.
Nog geen automatische verwijzingen.