-
De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 9.1, eerste en tweede lid, 20.1, vierde lid, en 20.3, vierde lid, wordt, met uitzondering van de eerste keer dat een dergelijke algemene maatregel wordt vastgesteld, niet gedaan dan nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Binnen vier weken na de overlegging kan door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen worden gegeven dat het in het ontwerp te regelen onderwerp bij de wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.
-
Een krachtens de artikelen 3.1, eerste lid, 4.11, tweede lid, 4.11, derde lid, 6.1, zevende lid, en 6.9, vijfde lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. De eerste en tweede volzin vinden de eerste keer dat de maatregel wordt vastgesteld, geen toepassing.
Inhoud
Artikel 18.14
Tekst van deze versie
-
De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 9.1, eerste en tweede lid, 20.1, vierde lid, en 20.3, vierde lid, wordt, met uitzondering van de eerste keer dat een dergelijke algemene maatregel wordt vastgesteld, niet gedaan dan nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Binnen vier weken na de overlegging kan door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen worden gegeven dat het in het ontwerp te regelen onderwerp bij de wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.
-
Een krachtens de artikelen 3.1, eerste lid, 4.11, tweede lid, 4.11, derde lid, 6.1, zevende lid, en 6.9, vijfde lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. De eerste en tweede volzin vinden de eerste keer dat de maatregel wordt vastgesteld, geen toepassing.
Nog geen automatische verwijzingen.