Telecommunicatiewet

Inhoud

Artikel 3.7

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2009.
  1. Een vergunning wordt door Onze Minister ingetrokken indien:

    1. de houder van de vergunning hierom verzoekt;

    2. de naleving van een bindend besluit van een instelling van de Europese Unie of de nakoming van Nederland bindende verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties dit vordert.

  2. Een vergunning kan door Onze Minister voorts slechts worden ingetrokken indien:

    1. de houder van de vergunning niet meer voldoet aan de aan hem gestelde eisen om in aanmerking te komen voor een vergunning;

    2. de houder van de vergunning de bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de artikelen 6.10, 6.23 of 6.24 van de Mediawet 2008 gestelde regels dan wel de aan de vergunning verbonden voorschriften niet nakomt;

    3. een doelmatig gebruik van het frequentiespectrum dit vordert;

    4. de vrees gewettigd is dat het van kracht blijven van de vergunning ernstig gevaar zal opleveren voor de veiligheid van de staat of de openbare orde;

    5. de gronden waarop de vergunning is verleend zijn vervallen, of

    6. de instandhouding van de vergunning de daadwerkelijke mededinging op de relevante markt in aanzienlijke mate zou beperken.

    7. de vergunning met toepassing van artikel 3.4a is verleend en de zeggenschap over het gebruik van de vergunning is overgegaan naar een andere vergunninghouder aan wie eveneens met toepassing van dat artikel een vergunning is verleend voor frequentieruimte met een zelfde bestemming, en daardoor de maximale hoeveelheid te verkrijgen frequentieruimte wordt overschreden en rekeninghoudend met de dan geldende omstandigheden een evenwichtige verdeling van schaarse frequentieruimte het in stand laten van de vergunning niet langer rechtvaardigt.

  3. Op de gronden, genoemd in het tweede lid, kan Onze Minister in plaats van de vergunning intrekken deze ook wijzigen.

01-07-2026 Huidig 01-09-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 28-06-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-05-2022 Historisch 02-03-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 21-12-2020 Historisch 04-12-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 11-07-2020 Historisch 01-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-07-2016 Historisch 30-04-2016 Historisch 01-01-2016 Historisch 11-03-2015 Historisch 11-12-2014 Historisch 01-08-2014 Historisch 25-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-04-2013 Historisch 15-03-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-10-2012 Historisch 30-06-2012 Historisch 05-06-2012 Historisch 08-02-2012 Historisch 16-07-2011 Historisch 31-03-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 28-12-2009 Historisch 01-10-2009 Historisch 01-09-2009 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 15-10-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 01-04-2008 Historisch 03-03-2008 Historisch 02-11-2007 Historisch 01-10-2007 Historisch 12-09-2007 Historisch 17-08-2007 Historisch 20-07-2007 Historisch 30-06-2007 Historisch 07-02-2007 Historisch 01-02-2007 Historisch 13-12-2006 Historisch 01-09-2006 Historisch 08-03-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 01-07-2005 Historisch 01-09-2004 Historisch 19-05-2004 Historisch 21-05-2003 Historisch 01-01-2003 Historisch 29-05-2002 Historisch 01-01-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2009.

Tekst van deze versie

  1. Een vergunning wordt door Onze Minister ingetrokken indien:

    1. de houder van de vergunning hierom verzoekt;

    2. de naleving van een bindend besluit van een instelling van de Europese Unie of de nakoming van Nederland bindende verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties dit vordert.

  2. Een vergunning kan door Onze Minister voorts slechts worden ingetrokken indien:

    1. de houder van de vergunning niet meer voldoet aan de aan hem gestelde eisen om in aanmerking te komen voor een vergunning;

    2. de houder van de vergunning de bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de artikelen 6.10, 6.23 of 6.24 van de Mediawet 2008 gestelde regels dan wel de aan de vergunning verbonden voorschriften niet nakomt;

    3. een doelmatig gebruik van het frequentiespectrum dit vordert;

    4. de vrees gewettigd is dat het van kracht blijven van de vergunning ernstig gevaar zal opleveren voor de veiligheid van de staat of de openbare orde;

    5. de gronden waarop de vergunning is verleend zijn vervallen, of

    6. de instandhouding van de vergunning de daadwerkelijke mededinging op de relevante markt in aanzienlijke mate zou beperken.

    7. de vergunning met toepassing van artikel 3.4a is verleend en de zeggenschap over het gebruik van de vergunning is overgegaan naar een andere vergunninghouder aan wie eveneens met toepassing van dat artikel een vergunning is verleend voor frequentieruimte met een zelfde bestemming, en daardoor de maximale hoeveelheid te verkrijgen frequentieruimte wordt overschreden en rekeninghoudend met de dan geldende omstandigheden een evenwichtige verdeling van schaarse frequentieruimte het in stand laten van de vergunning niet langer rechtvaardigt.

  3. Op de gronden, genoemd in het tweede lid, kan Onze Minister in plaats van de vergunning intrekken deze ook wijzigen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Telecommunicatiewet