Wet op de rechterlijke organisatie

Inhoud

Artikel 1

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2011.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. gerechten: de gerechten, genoemd in artikel 2;

  2. rechterlijke ambtenaren:

    1. de president van, de vice-presidenten van, de raadsheren in en de raadsheren in buitengewone dienst bij de Hoge Raad;

    2. de senior raadsheren, de raadsheren en de raadsheren-plaatsvervangers in de gerechtshoven;

    3. de senior rechters A, de senior rechters, de rechters en de rechters-plaatsvervangers in de rechtbanken;

    4. de procureur-generaal, de plaatsvervangend procureur-generaal, de advocaten-generaal en de advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad;

    5. de procureurs-generaal die het College van procureurs-generaal, bedoeld in artikel 130, vormen;

    6. de hoofdadvocaten-generaal, de plaatsvervangende hoofdadvocaten-generaal, de senior advocaten-generaal, de advocaten-generaal en de plaatsvervangende advocaten-generaal bij de ressortsparketten en het parket-generaal;

    7. de hoofdofficieren, de fungerende hoofdofficieren, de plaatsvervangende hoofdofficieren, de senior officieren van justitie A, de senior officieren van justitie, de officieren van justitie, de substituut-officieren van justitie, de plaatsvervangende officieren van justitie, de officieren enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen bij de arrondissementsparketten, het landelijk parket, het functioneel parket en het parket-generaal;

    8. de senior-gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs bij de gerechten;

    9. de griffier en de substituut-griffier van de Hoge Raad;

  3. rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast: de rechterlijke ambtenaren, genoemd in onderdeel b, onder 1° tot en met 3°;

  4. gerechtsambtenaren: burgerlijke rijksambtenaren op basis van een aanstelling werkzaam bij een gerecht;

  5. Hoge Raad: Hoge Raad der Nederlanden;

  6. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;

  7. de Raad: de Raad voor de rechtspraak, bedoeld in artikel 84.

01-07-2025 Huidig 01-07-2023 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 28-11-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 11-04-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-03-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-04-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-04-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-11-2012 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-09-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 01-09-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 14-01-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-09-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 31-10-2007 Historisch 01-09-2007 Historisch 01-06-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-02-2006 Historisch 15-10-2005 Historisch 15-03-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 01-07-2004 Historisch 01-02-2003 Historisch 15-05-2002 Historisch 01-01-2002 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-07-2010

Tekst van deze versie

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. gerechten: de gerechten, genoemd in artikel 2;

  2. rechterlijke ambtenaren:

    1. de president van, de vice-presidenten van, de raadsheren in en de raadsheren in buitengewone dienst bij de Hoge Raad;

    2. 2°de coördinerendsenior vice-presidenten van, de vice-presidenten van,raadsheren, de raadsheren in en de raadsheren-plaatsvervangers in de gerechtshoven;
    3. 3°de coördinerendsenior vice-presidentenrechters van,A, de vice-presidentensenior van,rechters, de rechters in en de rechters-plaatsvervangers in de rechtbanken;
    4. de procureur-generaal, de plaatsvervangend procureur-generaal, de advocaten-generaal en de advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad;

    5. de procureurs-generaal die het College van procureurs-generaal, bedoeld in artikel 130, vormen;

    6. 6°de hoofdadvocaten-generaal, de plaatsvervangende hoofdadvocaten-generaal, de senior advocaten-generaal, de advocaten-generaal en de plaatsvervangende advocaten-generaal bij de ressortsparketten en het parket-generaal;
    7. 7°de hoofdofficieren, de fungerende hoofdofficieren, de plaatsvervangende hoofdofficieren, de senior officieren van justitie A, de senior officieren van justitie, de officieren van justitie, de substituut-officieren van justitie, de plaatsvervangende officieren van justitie, de officieren enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen bij de arrondissementsparketten, het landelijk parket, het functioneel parket en het parket-generaal;
    8. 8°de senior-gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs bij de gerechten;
    9. de griffier en de substituut-griffier van de Hoge Raad;

  3. rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast: de rechterlijke ambtenaren, genoemd in onderdeel b, onder 1° tot en met 3°;

  4. gerechtsambtenaren: burgerlijke rijksambtenaren op basis van een aanstelling werkzaam bij een gerecht;

  5. Hoge Raad: Hoge Raad der Nederlanden;

  6. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;

  7. de Raad: de Raad voor de rechtspraak, bedoeld in artikel 84.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op de rechterlijke organisatie