Wet op de rechterlijke organisatie

Inhoud

Artikel 93

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. Onze Minister kan algemene aanwijzingen geven betreffende de uitvoering van de in artikel 91 genoemde taken door de Raad voorzover dit noodzakelijk is met het oog op een goede bedrijfsvoering van de rechterlijke organisatie.

  2. Alvorens een aanwijzing te geven als bedoeld in het eerste lid, stelt Onze Minister de Raad in de gelegenheid schriftelijk zijn zienswijze kenbaar te maken.

  3. Onze Minister deelt de Raad de voorgenomen aanwijzing en de motivering daarvan schriftelijk mede. Onze Minister kan de Raad voor het kenbaar maken van zijn zienswijze een termijn stellen. De zienswijze van de Raad wordt schriftelijk en gemotiveerd gegeven.

  4. Indien de zienswijze van de Raad luidt dat de aanwijzing in strijd zal zijn met artikel 109, wordt de aanwijzing niet gegeven.

  5. De aanwijzing wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

  6. Artikel 8:2, onderdelen a en b, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

01-07-2025 Huidig 01-07-2023 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 28-11-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 11-04-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-03-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-04-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-04-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-11-2012 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-09-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 01-09-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 14-01-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-09-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 31-10-2007 Historisch 01-09-2007 Historisch 01-06-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-02-2006 Historisch 15-10-2005 Historisch 15-03-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 01-07-2004 Historisch 01-02-2003 Historisch 15-05-2002 Historisch 01-01-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2002.

Tekst van deze versie

  1. Onze Minister kan algemene aanwijzingen geven betreffende de uitvoering van de in artikel 91 genoemde taken door de Raad voorzover dit noodzakelijk is met het oog op een goede bedrijfsvoering van de rechterlijke organisatie.

  2. Alvorens een aanwijzing te geven als bedoeld in het eerste lid, stelt Onze Minister de Raad in de gelegenheid schriftelijk zijn zienswijze kenbaar te maken.

  3. Onze Minister deelt de Raad de voorgenomen aanwijzing en de motivering daarvan schriftelijk mede. Onze Minister kan de Raad voor het kenbaar maken van zijn zienswijze een termijn stellen. De zienswijze van de Raad wordt schriftelijk en gemotiveerd gegeven.

  4. Indien de zienswijze van de Raad luidt dat de aanwijzing in strijd zal zijn met artikel 109, wordt de aanwijzing niet gegeven.

  5. De aanwijzing wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

  6. Artikel 8:2, onderdelen a en b, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op de rechterlijke organisatie