-
Bij elk gerecht is een bestuur, dat bestaat uit een voorzitter, de sectorvoorzitters en een niet-rechterlijk lid.
-
De voorzitter van het bestuur en de sectorvoorzitters zijn rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast die hun rechtsprekend ambt op basis van een aanstelling als bedoeld in artikel 5f, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren vervullen.
-
De voorzitter van het bestuur draagt de titel van president.
-
Het niet-rechterlijk lid is een gerechtsambtenaar en draagt de titel van directeur bedrijfsvoering.
-
De bestuursleden worden bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister benoemd voor een periode van zes jaar. Zij kunnen worden herbenoemd.
-
Voor de benoeming van een bestuurslid stelt de Raad een aanbeveling op. Voordat de Raad een aanbeveling opstelt, hoort hij het bestuur van het desbetreffende gerecht. Het bestuur stelt de Raad daarbij tevens op de hoogte van de zienswijze van de ondernemingsraad.
-
Een lid van het bestuur kan niet tevens zijn lid van de Raad dan wel lid van het bestuur van een ander gerecht.
-
Een lid van het bestuur kan niet tevens zijn:
lid van de Staten-Generaal;
minister;
staatssecretaris;
vice-president of lid van de Raad van State;
president of lid van de Algemene Rekenkamer;
Nationale ombudsman of substituut-ombudsman;
advocaat of notaris, dan wel anderszins van het verlenen van rechtskundige bijstand het beroep maken;
ambtenaar bij een ministerie, alsmede de daaronder ressorterende instellingen, diensten en bedrijven.
-
De voorzitter van het bestuur en de sectorvoorzitters kunnen niet tevens rechterlijk ambtenaar, genoemd in artikel 1, onderdeel b, onder 1° en 4° tot en met 9°, zijn.
-
De directeur bedrijfsvoering kan niet tevens rechterlijk ambtenaar zijn.
Inhoud
Artikel 15
Tekst van deze versie
-
Bij elk gerecht is een bestuur, dat bestaat uit een voorzitter, de sectorvoorzitters en een niet-rechterlijk lid.
-
De voorzitter van het bestuur en de sectorvoorzitters zijn rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast die hun rechtsprekend ambt op basis van een aanstelling als bedoeld in artikel 5f, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren vervullen.
-
De voorzitter van het bestuur draagt de titel van president.
-
Het niet-rechterlijk lid is een gerechtsambtenaar en draagt de titel van directeur bedrijfsvoering.
-
De bestuursleden worden bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister benoemd voor een periode van zes jaar. Zij kunnen worden herbenoemd.
-
Voor de benoeming van een bestuurslid stelt de Raad een aanbeveling op. Voordat de Raad een aanbeveling opstelt, hoort hij het bestuur van het desbetreffende gerecht. Het bestuur stelt de Raad daarbij tevens op de hoogte van de zienswijze van de ondernemingsraad.
-
Een lid van het bestuur kan niet tevens zijn lid van de Raad dan wel lid van het bestuur van een ander gerecht.
-
Een lid van het bestuur kan niet tevens zijn:
lid van de Staten-Generaal;
minister;
staatssecretaris;
vice-president of lid van de Raad van State;
president of lid van de Algemene Rekenkamer;
Nationale ombudsman of substituut-ombudsman;
advocaat of notaris, dan wel anderszins van het verlenen van rechtskundige bijstand het beroep maken;
ambtenaar bij een ministerie, alsmede de daaronder ressorterende instellingen, diensten en bedrijven.
-
De voorzitter van het bestuur en de sectorvoorzitters kunnen niet tevens rechterlijk ambtenaar, genoemd in artikel 1, onderdeel b, onder 1° en 4° tot en met 9°, zijn.
-
De directeur bedrijfsvoering kan niet tevens rechterlijk ambtenaar zijn.
Nog geen automatische verwijzingen.