Algemene wet bestuursrecht

Inhoud

Artikel 1

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-04-2021.

Tegen een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven, kan geen beroep worden ingesteld.

Archiefwet 1995:

  1. artikel 38, betreffende de toepassing van artikel 124 van de Gemeentewet voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap, en betreffende de toepassing van artikel 124a van de Gemeentewet voor zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten

  2. artikel 38, betreffende de toepassing van hoofdstuk XVII van de Gemeentewet, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging en voor zover het betreft de weigering om een voordracht tot vernietiging te doen

Burgerlijk Wetboek:

  1. Boek 1:

    1. artikel 7, eerste en tweede lid

    2. titel 14, afdeling 4

  2. Boek 2: de artikelen 63d, tweede lid, 156 en 266, voor zover de aanvraag is toegewezen

  3. Boek 7: artikel 671a.

Elektriciteitswet 1998: de artikelen 9b, vierde lid, 9c, derde lid, 9d, tweede en derde lid, 9f, zesde lid, 20a, derde lid, 20b, derde lid, artikel 20c, tweede en derde lid en artikel 20ca

Faillissementswet: artikel 285

Financiële-verhoudingswet: artikel 9

Gaswet: de artikelen 39b, derde lid, 39c, derde lid, en 39d, tweede en derde lid

Gemeentewet:

  1. artikel 49

  2. artikel 85, tweede lid, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging

  3. artikel 124, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door de raad, het college van burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk de burgemeester

  4. artikel 124a, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de commissaris van de Koning

  5. de artikelen 169, derde lid, 180, derde lid, en 234, tweede lid, onderdeel a

  6. artikel 268, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging

  7. artikel 278, voor zover het betreft de weigering om een voordracht tot vernietiging te doen

  8. de artikelen 278a, vierde lid, en 281, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 124 van de Gemeentewet voor zover het beroep niet wordt ingesteld door de raad, het college van burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk de burgemeester, en betreffende de toepassing van artikel 124a van de Gemeentewet voor zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de commissaris van de Koning

Geneesmiddelenwet: artikel 17, onderdeel a

Gerechtsdeurwaarderswet: artikel 3a, tweede lid

Instellingswet Autoriteit Consument en Markt: artikel 12h, eerste lid, voor zover de aanvraag is afgewezen

Invorderingswet 1990, met uitzondering van de artikelen 30, 49 en 62a

Jeugdwet:

  1. artikel 2.3, eerste lid, voor zover in het besluit wordt bepaald dat een voorziening op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder nodig is, als bedoeld in artikel 6.1.2, vijfde lid

  2. artikel 3.5, eerste lid

  3. de artikelen 6.1.5, 6.1.6, tweede en derde lid, 6.1.12, vijfde lid, 6.3.1 tot en met 6.3.5, 6.3.7 en 6.4.1

Kaderwet zelfstandige bestuursorganen: artikel 21a, eerste en tweede lid

Kostenwet invordering rijksbelastingen, met uitzondering van artikel 7

Leegstandwet:

  1. artikel 15, eerste lid, voor zover het betreft een weigering van de vergunning

  2. artikel 15, zesde lid, voor zover het betreft een afwijzing van het verzoek tot verlenging

  3. artikel 16, tiende lid, eerste volzin, en elfde lid, eerste volzin

Mijnbouwwet: de artikelen 141a, derde lid, 141b, derde lid, en 141c, tweede en derde lid

Onteigeningswet

Ontgrondingenwet: mededeling als bedoeld in artikel 10, tweede en derde lid

Participatiewet: de artikelen 52 en 81 en paragraaf 6.5

Politiewet 2012: de artikelen 18, 20, 34, 35, 36, eerste lid, 37, eerste lid, 39, derde en vijfde lid, en 52

Provinciewet:

  1. artikel 49

  2. artikel 83, tweede lid, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging

  3. artikel 121, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de commissaris van de Koning

  4. de artikelen 167, derde lid, en 179, derde lid

  5. artikel 261, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging

  6. artikel 271, voor zover het betreft de weigering om een voordracht tot vernietiging te doen

  7. de artikelen 271a, vierde lid, en 274, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 121 van de Provinciewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door provinciale staten, gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de commissaris van de Koning

Richtlijn 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (PbEU 2008, L 152): een kennisgeving als bedoeld in artikel 22, vierde lid

Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid, met uitzondering van beslissingen ten aanzien van de algemeen secretaris en de medewerkers van het bureau

Telecommunicatiewet: de artikelen 3.5, 3.5a, 3.5b, 3.22 en 18.9, eerste en tweede lid

Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming: artikel 2

Tracéwet: de artikelen 2, eerste lid, 4, eerste lid, onderdeel c, en 23, eerste lid

Uitleveringswet

Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte: de artikelen 7, tweede, derde, vijfde, achtste en negende lid, en 7a, derde lid

Waterschapswet: artikel 156, eerste lid, voor zover het betreft de weigering om een vernietiging te bevorderen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging

Waterwet: artikel 3.13, derde lid, betreffende de toepassing van artikel 121 van de Provinciewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap

Waterwet: de artikelen: 4.1; 4.4; 4.6; 5.1, behoudens voor zover daarbij de ligging van een waterbergingsgebied of beschermingszone als bedoeld in die wet wordt vastgesteld of gewijzigd; 5.5; 6.17, tweede lid, 6.28;

Wegenverkeerswet 1994: de artikelen 132c, vijfde lid, en 132d, tweede lid

Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht:

  1. de artikelen 2.27, eerste lid, en 2.34, eerste lid, met uitzondering van beroep dat wordt ingesteld door het gezag dat bevoegd is ten aanzien van de beschikking waarop de verklaring, onderscheidenlijk de aanwijzing betrekking heeft

  2. artikel 5.2a, eerste lid, betreffende de toepassing van artikel 121 van de Provinciewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap

  3. artikel 5.2a, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 124 van de Gemeentewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap, en betreffende de toepassing van artikel 124a van de Gemeentewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten

  4. artikel 5.2a, derde lid, betreffende de toepassing van hoofdstuk XVIII van de Provinciewet, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging en voor zover het betreft de weigering om een voordracht tot vernietiging te doen

  5. artikel 5.2a, vierde lid, betreffende de toepassing van hoofdstuk XVII van de Gemeentewet, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging en voor zover het betreft de weigering om een voordracht tot vernietiging te doen

  6. artikel 5.8, eerste lid, laatste volzin

Wet bekostiging financieel toezicht 2019: een besluit omtrent de goedkeuring als bedoeld in de artikelen 6 en 9

Wet bodembescherming: artikel 43, voor zover het betreft de afwijzing van een verzoek

Wet College voor de rechten van de mens, met uitzondering van de artikelen 14 tot en met 18

Wet gemeenschappelijke regelingen:

  1. de artikelen 32b en 45a gelezen in samenhang met artikel 32b, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan

  2. artikel 32c, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten

  3. de artikelen 36, eerste lid, 49 gelezen in samenhang met artikel 36, eerste lid, en 50h, eerste lid, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging

  4. de artikelen 39b en 49 gelezen in samenhang met artikel 39b, voor zover het betreft de weigering om een voordracht tot vernietiging te doen

  5. de artikelen 39c, vierde lid en 39e, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 32b voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan, en betreffende de toepassing van artikel 32c, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten, en artikel 49 gelezen in samenhang met dit onderdeel

Wet geurhinder en veehouderij: artikel 7

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden: artikel 108

Wet luchtvaart:

  1. de artikelen 8.4, 8.15 en 8.25fa

  2. de artikelen 8.70, eerste lid, en 10.15, eerste lid, voor zover het betreft de luchthavens Lelystad, Rotterdam en Eindhoven

  3. artikel 10.27, eerste lid, voor zover het betreft een vergunning voor burgermedegebruik door tussenkomst van een burgerexploitant voor de luchthaven Eindhoven.

Wet melding collectief ontslag

Wet milieubeheer:

  1. de artikelen 4.3,4.6, 4.9, 4.12, 4.15a, 4.16 en 4.19

  2. een besluit inzake een programma als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, of 5.13, eerste lid, of inzake een instemming als bedoeld in artikel 5.12, dertiende lid

  3. de artikelen 10.3, 11A.2, derde lid, onderdelen b en c, 11.5, 11.18 en 15.51, derde lid

  4. artikel 16.24, eerste lid, met uitzondering van een besluit houdende toewijzing van broeikasgasemissierechten voor een afzonderlijke broeikasgasinstallatie

  5. artikel 17.15, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 121 van de Provinciewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap

Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten:

  1. artikel 2, eerste lid, voor zover het betreft de weigering om een aanwijzing te geven

  2. artikel 3, voor zover het betreft de weigering om een aanwijzing te geven

  3. artikel 5, voor zover het betreft de weigering om een besluit te nemen

Wet op de expertisecentra: artikel 134, vierde lid, zolang de gemeenteraad de aanvulling nog niet heeft bekrachtigd

Wet op de rechterlijke organisatie: de artikelen 46a, eerste lid, 62a, eerste lid, en 100

Wet opheffing particuliere banken van leening: artikel 2

Wet op het financieel toezicht:

  1. een bindende aanbeveling van een toezichthouder aan de andere toezichthouder

  2. de artikelen 1:75, eerste en tweede lid, en 1:76, eerste en derde lid

  3. artikel 3A:56

  4. artikel 3A:127

  5. de artikelen 6:1 en 6:2, voor zover het betreft een weigering om een besluit te nemen of het niet tijdig nemen van een besluit

Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek: artikel 7.61

Wet op het primair onderwijs: artikel 140, vierde lid, zolang de gemeenteraad de aanvulling nog niet heeft bekrachtigd

Wet op het voortgezet onderwijs: artikel 96g, vierde lid, zolang de gemeenteraad de aanvulling nog niet heeft bekrachtigd

Wet publieke gezondheid: de artikelen 31 en 35

Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren:

  1. een besluit tot benoeming, plaatsing of aanwijzing als bedoeld in hoofdstuk 2, tenzij het beroep wordt ingesteld door een rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding als zodanig, zijn nagelaten betrekkingen of zijn rechtverkrijgenden

  2. een besluit van de Hoge Raad als bedoeld in hoofdstuk 6A

  3. een vordering als bedoeld in artikel 46o

Wet ruimtelijke ordening:

  1. de artikelen 2.1, 2.2, 2.3 en 3.7

  2. de artikelen 3.30, eerste lid, 3.33, eerste lid, en 3.35, eerste lid, voor zover het betreft een aanwijzing

  3. artikel 4.1, vijfde lid

  4. artikel 4.2, eerste lid, tenzij de aanwijzing betrekking heeft op een daarbij concreet aangegeven locatie waarvan geen afwijking mogelijk is

  5. de artikelen 4.2, derde lid, en 4.3, vierde lid

  6. artikel 4.4, eerste lid, tenzij de aanwijzing betrekking heeft op een daarbij concreet aangegeven locatie waarvan geen afwijking mogelijk is

  7. artikel 4.4, derde lid

  8. artikel 6.15, eerste lid, voor zover de herziening uitsluitend betrekking heeft op onderdelen als bedoeld in het derde lid

Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15: artikel 4, eerste lid, en artikel 16, eerste lid

Wet toezicht financiële verslaggeving: de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste en tweede lid, 4, 9, 12 en 30

Wet van 18 december 2008 tot wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens) (Stb. 2008, 561): artikel X

Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen: artikel 30, tweede lid

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, met uitzondering van de artikelen 5:2 en 13:4

Wet vervoer gevaarlijke stoffen: de artikelen 13, eerste lid, en 14, eerste, tweede en vierde lid

Wet windenergie op zee: artikel 9, eerste lid

Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten, met uitzondering van artikel 61

Zorgverzekeringswet:

  1. artikel 9a

  2. artikel 18f, eerste lid, in samenhang met artikel 18d of 18e, voor zover een besluit wordt genomen over de verschuldigdheid van de bestuursrechtelijke premie of de hoogte daarvan

01-07-2026 Huidig 04-06-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 21-11-2025 Historisch 01-09-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 04-04-2025 Historisch 08-03-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 19-11-2024 Historisch 08-11-2024 Historisch 01-09-2024 Historisch 01-08-2024 Historisch 25-07-2024 Historisch 01-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-08-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-06-2023 Historisch 16-05-2023 Historisch 15-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 22-12-2022 Historisch 05-11-2022 Historisch 04-11-2022 Historisch 01-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 02-08-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 09-04-2022 Historisch 05-04-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 02-03-2022 Historisch 28-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 21-12-2021 Historisch 01-11-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 23-07-2021 Historisch 10-07-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-03-2021 Historisch 26-02-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 24-06-2020 Historisch 15-04-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 19-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

Tegen een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven, kan geen beroep worden ingesteld.

Archiefwet 1995:

  1. artikel 38, betreffende de toepassing van artikel 124 van de Gemeentewet voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap, en betreffende de toepassing van artikel 124a van de Gemeentewet voor zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten

  2. artikel 38, betreffende de toepassing van hoofdstuk XVII van de Gemeentewet, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging en voor zover het betreft de weigering om een voordracht tot vernietiging te doen

Burgerlijk Wetboek:

  1. Boek 1:

    1. artikel 7, eerste en tweede lid

    2. titel 14, afdeling 4

  2. Boek 2: de artikelen 63d, tweede lid, 156 en 266, voor zover de aanvraag is toegewezen

  3. Boek 7: artikel 671a.

Elektriciteitswet 1998: de artikelen 9b, vierde lid, 9c, derde lid, 9d, tweede en derde lid, 9f, zesde lid, 20a, derde lid, 20b, derde lid, artikel 20c, tweede en derde lid en artikel 20ca

Faillissementswet: artikel 285

Financiële-verhoudingswet: artikel 9

Gaswet: de artikelen 39b, derde lid, 39c, derde lid, en 39d, tweede en derde lid

Gemeentewet:

  1. artikel 49

  2. artikel 85, tweede lid, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging

  3. artikel 124, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door de raad, het college van burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk de burgemeester

  4. artikel 124a, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de commissaris van de Koning

  5. de artikelen 169, derde lid, 180, derde lid, en 234, tweede lid, onderdeel a

  6. artikel 268, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging

  7. artikel 278, voor zover het betreft de weigering om een voordracht tot vernietiging te doen

  8. de artikelen 278a, vierde lid, en 281, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 124 van de Gemeentewet voor zover het beroep niet wordt ingesteld door de raad, het college van burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk de burgemeester, en betreffende de toepassing van artikel 124a van de Gemeentewet voor zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de commissaris van de Koning

Geneesmiddelenwet: artikel 17, onderdeel a

Gerechtsdeurwaarderswet: artikel 3a, tweede lid

Instellingswet Autoriteit Consument en Markt: artikel 12h, eerste lid, voor zover de aanvraag is afgewezen

Invorderingswet 1990, met uitzondering van de artikelen 30, 49 en 62a

Jeugdwet:

  1. artikel 2.3, eerste lid, voor zover in het besluit wordt bepaald dat een voorziening op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder nodig is, als bedoeld in artikel 6.1.2, vijfde lid

  2. artikel 3.5, eerste lid

  3. de artikelen 6.1.5, 6.1.6, tweede en derde lid, 6.1.12, vijfde lid, 6.3.1 tot en met 6.3.5, 6.3.7 en 6.4.1

Kaderwet zelfstandige bestuursorganen: artikel 21a, eerste en tweede lid

Kostenwet invordering rijksbelastingen, met uitzondering van artikel 7

Leegstandwet:

  1. artikel 15, eerste lid, voor zover het betreft een weigering van de vergunning

  2. artikel 15, zesde lid, voor zover het betreft een afwijzing van het verzoek tot verlenging

  3. artikel 16, tiende lid, eerste volzin, en elfde lid, eerste volzin

Mijnbouwwet: de artikelen 141a, derde lid, 141b, derde lid, en 141c, tweede en derde lid

Onteigeningswet

Ontgrondingenwet: mededeling als bedoeld in artikel 10, tweede en derde lid

Participatiewet: de artikelen 52 en 81 en paragraaf 6.5

Politiewet 2012: de artikelen 18, 20, 34, 35, 36, eerste lid, 37, eerste lid, 39, derde en vijfde lid, en 52

Provinciewet:

  1. artikel 49

  2. artikel 83, tweede lid, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging

  3. artikel 121, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de commissaris van de Koning

  4. de artikelen 167, derde lid, en 179, derde lid

  5. artikel 261, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging

  6. artikel 271, voor zover het betreft de weigering om een voordracht tot vernietiging te doen

  7. de artikelen 271a, vierde lid, en 274, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 121 van de Provinciewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door provinciale staten, gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de commissaris van de Koning

Richtlijn 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (PbEU 2008, L 152): een kennisgeving als bedoeld in artikel 22, vierde lid

Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid, met uitzondering van beslissingen ten aanzien van de algemeen secretaris en de medewerkers van het bureau

Telecommunicatiewet: de artikelen 3.5, 3.5a, 3.5b, 3.22 en 18.9, eerste en tweede lid

Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming: artikel 2

Tracéwet: de artikelen 2, eerste lid, 4, eerste lid, onderdeel c, en 23, eerste lid

Uitleveringswet

Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte: de artikelen 7, tweede, derde, vijfde, achtste en negende lid, en 7a, derde lid

Waterschapswet: artikel 156, eerste lid, voor zover het betreft de weigering om een vernietiging te bevorderen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging

Waterwet: artikel 3.13, derde lid, betreffende de toepassing van artikel 121 van de Provinciewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap

Waterwet: de artikelen: 4.1; 4.4; 4.6; 5.1, behoudens voor zover daarbij de ligging van een waterbergingsgebied of beschermingszone als bedoeld in die wet wordt vastgesteld of gewijzigd; 5.5; 6.17, tweede lid, 6.28;

Wegenverkeerswet 1994: de artikelen 132c, vijfde lid, en 132d, tweede lid

Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht:

  1. de artikelen 2.27, eerste lid, en 2.34, eerste lid, met uitzondering van beroep dat wordt ingesteld door het gezag dat bevoegd is ten aanzien van de beschikking waarop de verklaring, onderscheidenlijk de aanwijzing betrekking heeft

  2. artikel 5.2a, eerste lid, betreffende de toepassing van artikel 121 van de Provinciewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap

  3. artikel 5.2a, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 124 van de Gemeentewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap, en betreffende de toepassing van artikel 124a van de Gemeentewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten

  4. artikel 5.2a, derde lid, betreffende de toepassing van hoofdstuk XVIII van de Provinciewet, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging en voor zover het betreft de weigering om een voordracht tot vernietiging te doen

  5. artikel 5.2a, vierde lid, betreffende de toepassing van hoofdstuk XVII van de Gemeentewet, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging en voor zover het betreft de weigering om een voordracht tot vernietiging te doen

  6. artikel 5.8, eerste lid, laatste volzin

Wet bekostiging financieel toezicht 2019: een besluit omtrent de goedkeuring als bedoeld in de artikelen 6 en 9

Wet bodembescherming: artikel 43, voor zover het betreft de afwijzing van een verzoek

Wet College voor de rechten van de mens, met uitzondering van de artikelen 14 tot en met 18

Wet gemeenschappelijke regelingen:

  1. de artikelen 32b en 45a gelezen in samenhang met artikel 32b, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan

  2. artikel 32c, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten

  3. de artikelen 36, eerste lid, 49 gelezen in samenhang met artikel 36, eerste lid, en 50h, eerste lid, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging

  4. de artikelen 39b en 49 gelezen in samenhang met artikel 39b, voor zover het betreft de weigering om een voordracht tot vernietiging te doen

  5. de artikelen 39c, vierde lid en 39e, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 32b voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan, en betreffende de toepassing van artikel 32c, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten, en artikel 49 gelezen in samenhang met dit onderdeel

Wet geurhinder en veehouderij: artikel 7

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden: artikel 108

Wet luchtvaart:

  1. de artikelen 8.4, 8.15 en 8.25fa

  2. de artikelen 8.70, eerste lid, en 10.15, eerste lid, voor zover het betreft de luchthavens Lelystad, Rotterdam en Eindhoven

  3. artikel 10.27, eerste lid, voor zover het betreft een vergunning voor burgermedegebruik door tussenkomst van een burgerexploitant voor de luchthaven Eindhoven.

Wet melding collectief ontslag

Wet milieubeheer:

  1. de artikelen 4.3,4.6, 4.9, 4.12, 4.15a, 4.16 en 4.19

  2. een besluit inzake een programma als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, of 5.13, eerste lid, of inzake een instemming als bedoeld in artikel 5.12, dertiende lid

  3. de artikelen 10.3, 11A.2, derde lid, onderdelen b en c, 11.5, 11.18 en 15.51, derde lid

  4. artikel 16.24, eerste lid, met uitzondering van een besluit houdende toewijzing van broeikasgasemissierechten voor een afzonderlijke broeikasgasinstallatie

  5. artikel 17.15, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 121 van de Provinciewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap

Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten:

  1. artikel 2, eerste lid, voor zover het betreft de weigering om een aanwijzing te geven

  2. artikel 3, voor zover het betreft de weigering om een aanwijzing te geven

  3. artikel 5, voor zover het betreft de weigering om een besluit te nemen

Wet op de expertisecentra: artikel 134, vierde lid, zolang de gemeenteraad de aanvulling nog niet heeft bekrachtigd

Wet op de rechterlijke organisatie: de artikelen 46a, eerste lid, 62a, eerste lid, en 100

Wet opheffing particuliere banken van leening: artikel 2

Wet op het financieel toezicht:

  1. een bindende aanbeveling van een toezichthouder aan de andere toezichthouder

  2. de artikelen 1:75, eerste en tweede lid, en 1:76, eerste en derde lid

  3. artikel 3A:56

  4. artikel 3A:127

  5. de artikelen 6:1 en 6:2, voor zover het betreft een weigering om een besluit te nemen of het niet tijdig nemen van een besluit

Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek: artikel 7.61

Wet op het primair onderwijs: artikel 140, vierde lid, zolang de gemeenteraad de aanvulling nog niet heeft bekrachtigd

Wet op het voortgezet onderwijs: artikel 96g, vierde lid, zolang de gemeenteraad de aanvulling nog niet heeft bekrachtigd

Wet publieke gezondheid: de artikelen 31 en 35

Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren:

  1. een besluit tot benoeming, plaatsing of aanwijzing als bedoeld in hoofdstuk 2, tenzij het beroep wordt ingesteld door een rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding als zodanig, zijn nagelaten betrekkingen of zijn rechtverkrijgenden

  2. een besluit van de Hoge Raad als bedoeld in hoofdstuk 6A

  3. een vordering als bedoeld in artikel 46o

Wet ruimtelijke ordening:

  1. de artikelen 2.1, 2.2, 2.3 en 3.7

  2. de artikelen 3.30, eerste lid, 3.33, eerste lid, en 3.35, eerste lid, voor zover het betreft een aanwijzing

  3. artikel 4.1, vijfde lid

  4. artikel 4.2, eerste lid, tenzij de aanwijzing betrekking heeft op een daarbij concreet aangegeven locatie waarvan geen afwijking mogelijk is

  5. de artikelen 4.2, derde lid, en 4.3, vierde lid

  6. artikel 4.4, eerste lid, tenzij de aanwijzing betrekking heeft op een daarbij concreet aangegeven locatie waarvan geen afwijking mogelijk is

  7. artikel 4.4, derde lid

  8. artikel 6.15, eerste lid, voor zover de herziening uitsluitend betrekking heeft op onderdelen als bedoeld in het derde lid

Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15: artikel 4, eerste lid, en artikel 16, eerste lid

Wet toezicht financiële verslaggeving: de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste en tweede lid, 4, 9, 12 en 30

Wet van 18 december 2008 tot wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens) (Stb. 2008, 561): artikel X

Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen: artikel 30, tweede lid

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, met uitzondering van de artikelen 5:2 en 13:4

Wet vervoer gevaarlijke stoffen: de artikelen 13, eerste lid, en 14, eerste, tweede en vierde lid

Wet windenergie op zee: artikel 9, eerste lid

Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten, met uitzondering van artikel 61

Zorgverzekeringswet:

  1. artikel 9a

  2. artikel 18f, eerste lid, in samenhang met artikel 18d of 18e, voor zover een besluit wordt genomen over de verschuldigdheid van de bestuursrechtelijke premie of de hoogte daarvan

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Algemene wet bestuursrecht