Algemene wet bestuursrecht

Inhoud

Artikel 8:12b

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven kunnen in zaken die bij hun college in behandeling zijn bij een meervoudige of grote kamer, anderen dan partijen in de gelegenheid stellen binnen een door het college te bepalen termijn schriftelijke opmerkingen te maken.

  2. De aankondiging hiervan geschiedt op een door het college te bepalen wijze.

  3. Van het voornemen om toepassing te geven aan het eerste lid doet het college mededeling aan partijen. Het college kan partijen in de gelegenheid stellen om hun wensen omtrent dat voornemen binnen een door hem te bepalen termijn schriftelijk aan hem kenbaar te maken.

  4. Partijen kunnen binnen vier weken na de dag van verzending aan hen van de schriftelijke opmerkingen schriftelijk hun zienswijze met betrekking tot die opmerkingen naar voren brengen. Het college kan deze termijn verlengen.

  5. Het college kan degenen die schriftelijke opmerkingen hebben gemaakt, uitnodigen ter zitting te verschijnen teneinde over hun opmerkingen te worden gehoord.

  6. Indien het college toepassing geeft aan het vijfde lid, wordt daarvan aan partijen mededeling gedaan in de uitnodiging, bedoeld in artikel 8:56.

01-07-2026 Huidig 04-06-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 21-11-2025 Historisch 01-09-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 04-04-2025 Historisch 08-03-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 19-11-2024 Historisch 08-11-2024 Historisch 01-09-2024 Historisch 01-08-2024 Historisch 25-07-2024 Historisch 01-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-08-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-06-2023 Historisch 16-05-2023 Historisch 15-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 22-12-2022 Historisch 05-11-2022 Historisch 04-11-2022 Historisch 01-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 02-08-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 09-04-2022 Historisch 05-04-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 02-03-2022 Historisch 28-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 21-12-2021 Historisch 01-11-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 23-07-2021 Historisch 10-07-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2021.

Tekst van deze versie

  1. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven kunnen in zaken die bij hun college in behandeling zijn bij een meervoudige of grote kamer, anderen dan partijen in de gelegenheid stellen binnen een door het college te bepalen termijn schriftelijke opmerkingen te maken.

  2. De aankondiging hiervan geschiedt op een door het college te bepalen wijze.

  3. Van het voornemen om toepassing te geven aan het eerste lid doet het college mededeling aan partijen. Het college kan partijen in de gelegenheid stellen om hun wensen omtrent dat voornemen binnen een door hem te bepalen termijn schriftelijk aan hem kenbaar te maken.

  4. Partijen kunnen binnen vier weken na de dag van verzending aan hen van de schriftelijke opmerkingen schriftelijk hun zienswijze met betrekking tot die opmerkingen naar voren brengen. Het college kan deze termijn verlengen.

  5. Het college kan degenen die schriftelijke opmerkingen hebben gemaakt, uitnodigen ter zitting te verschijnen teneinde over hun opmerkingen te worden gehoord.

  6. Indien het college toepassing geeft aan het vijfde lid, wordt daarvan aan partijen mededeling gedaan in de uitnodiging, bedoeld in artikel 8:56.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Algemene wet bestuursrecht