Algemene wet bestuursrecht

Inhoud

Artikel 10:3

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. Een bestuursorgaan kan mandaat verlenen, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich tegen de mandaatverlening verzet.

  2. Mandaat wordt in ieder geval niet verleend indien het betreft een bevoegdheid:

    1. tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften, tenzij bij de verlening van die bevoegdheid in mandaatverlening is voorzien;

    2. tot het nemen van een besluit ten aanzien waarvan is bepaald dat het met versterkte meerderheid moet worden genomen of waarvan de aard van de voorgeschreven besluitvormingsprocedure zich anderszins tegen de mandaatverlening verzet;

    3. tot het vernietigen van of tot het onthouden van goedkeuring aan een besluit van een ander bestuursorgaan.

  3. Mandaat tot het beslissen op een bezwaarschrift of op een verzoek als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid, wordt niet verleend aan degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen.

  4. Indien artikel 5:53 van toepassing is, wordt mandaat tot het opleggen van een bestuurlijke boete niet verleend aan degene die van de overtreding een rapport of proces-verbaal heeft opgemaakt.

01-07-2026 Huidig 04-06-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 21-11-2025 Historisch 01-09-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 04-04-2025 Historisch 08-03-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 19-11-2024 Historisch 08-11-2024 Historisch 01-09-2024 Historisch 01-08-2024 Historisch 25-07-2024 Historisch 01-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-08-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-06-2023 Historisch 16-05-2023 Historisch 15-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 22-12-2022 Historisch 05-11-2022 Historisch 04-11-2022 Historisch 01-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 02-08-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 09-04-2022 Historisch 05-04-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 02-03-2022 Historisch 28-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 21-12-2021 Historisch 01-11-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 23-07-2021 Historisch 10-07-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-03-2021 Historisch 26-02-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 24-06-2020 Historisch 15-04-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 19-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Een bestuursorgaan kan mandaat verlenen, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich tegen de mandaatverlening verzet.

  2. Mandaat wordt in ieder geval niet verleend indien het betreft een bevoegdheid:

    1. tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften, tenzij bij de verlening van die bevoegdheid in mandaatverlening is voorzien;

    2. tot het nemen van een besluit ten aanzien waarvan is bepaald dat het met versterkte meerderheid moet worden genomen of waarvan de aard van de voorgeschreven besluitvormingsprocedure zich anderszins tegen de mandaatverlening verzet;

    3. tot het vernietigen van of tot het onthouden van goedkeuring aan een besluit van een ander bestuursorgaan.

  3. Mandaat tot het beslissen op een bezwaarschrift of op een verzoek als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid, wordt niet verleend aan degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen.

  4. Indien artikel 5:53 van toepassing is, wordt mandaat tot het opleggen van een bestuurlijke boete niet verleend aan degene die van de overtreding een rapport of proces-verbaal heeft opgemaakt.

1 verwijzing(en)
Hoge Raad | 12-10-2012 | 01-08-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Algemene wet bestuursrecht