Algemene wet bestuursrecht

Inhoud

Artikel 3:44

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. Indien bij de voorbereiding van een besluit dat tot een of meer belanghebbenden is gericht toepassing is gegeven aan afdeling 3.4, wordt kennisgegeven van de terinzagelegging van het besluit en van de op de zaak betrekking hebbende stukken:

    1. met overeenkomstige toepassing van de artikelen 3:11 en 3:12, eerste lid, met dien verstande dat de stukken ter inzage liggen totdat de beroepstermijn is verstreken, en

    2. door toezending van een exemplaar van het besluit aan degenen die over het ontwerp van het besluit zienswijzen naar voren hebben gebracht.

  2. Indien bij de voorbereiding van een besluit dat niet tot een of meer belanghebbenden is gericht toepassing is gegeven aan afdeling 3.4, wordt gelijktijdig met de bekendmaking van het besluit kennisgegeven van de terinzagelegging van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Het eerste lid, onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing.

  3. Indien bij de voorbereiding van het besluit toepassing is gegeven aan afdeling 3.4, kan het bestuursorgaan in afwijking van artikel 3:43, eerste lid:

    1. indien de omvang van het besluit daartoe aanleiding geeft, volstaan met een ieder van de daar bedoelde personen de strekking van het besluit mee te delen;

    2. indien een zienswijze door meer dan vijf personen naar voren is gebracht bij hetzelfde geschrift, volstaan met toezending van een exemplaar aan de vijf personen wier namen en adressen als eerste in dat geschrift zijn vermeld;

    3. indien een zienswijze naar voren is gebracht door meer dan vijf personen bij hetzelfde geschrift en de omvang van het besluit daartoe aanleiding geeft, volstaan met het meedelen aan de vijf personen wier namen en adressen als eerste in dat geschrift zijn vermeld, van de strekking van het besluit;

    4. indien toezending zou moeten geschieden aan meer dan 250 personen, die toezending achterwege laten.

01-07-2026 Huidig 04-06-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 21-11-2025 Historisch 01-09-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 04-04-2025 Historisch 08-03-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 19-11-2024 Historisch 08-11-2024 Historisch 01-09-2024 Historisch 01-08-2024 Historisch 25-07-2024 Historisch 01-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-08-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-06-2023 Historisch 16-05-2023 Historisch 15-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 22-12-2022 Historisch 05-11-2022 Historisch 04-11-2022 Historisch 01-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 02-08-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 09-04-2022 Historisch 05-04-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 02-03-2022 Historisch 28-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 21-12-2021 Historisch 01-11-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 23-07-2021 Historisch 10-07-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-03-2021 Historisch 26-02-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 24-06-2020 Historisch 15-04-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 19-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2021.

Tekst van deze versie

  1. Indien bij de voorbereiding van een besluit dat tot een of meer belanghebbenden is gericht toepassing is gegeven aan afdeling 3.4, wordt kennisgegeven van de terinzagelegging van het besluit en van de op de zaak betrekking hebbende stukken:

    1. met overeenkomstige toepassing van de artikelen 3:11 en 3:12, eerste lid, met dien verstande dat de stukken ter inzage liggen totdat de beroepstermijn is verstreken, en

    2. door toezending van een exemplaar van het besluit aan degenen die over het ontwerp van het besluit zienswijzen naar voren hebben gebracht.

  2. Indien bij de voorbereiding van een besluit dat niet tot een of meer belanghebbenden is gericht toepassing is gegeven aan afdeling 3.4, wordt gelijktijdig met de bekendmaking van het besluit kennisgegeven van de terinzagelegging van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Het eerste lid, onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing.

  3. Indien bij de voorbereiding van het besluit toepassing is gegeven aan afdeling 3.4, kan het bestuursorgaan in afwijking van artikel 3:43, eerste lid:

    1. indien de omvang van het besluit daartoe aanleiding geeft, volstaan met een ieder van de daar bedoelde personen de strekking van het besluit mee te delen;

    2. indien een zienswijze door meer dan vijf personen naar voren is gebracht bij hetzelfde geschrift, volstaan met toezending van een exemplaar aan de vijf personen wier namen en adressen als eerste in dat geschrift zijn vermeld;

    3. indien een zienswijze naar voren is gebracht door meer dan vijf personen bij hetzelfde geschrift en de omvang van het besluit daartoe aanleiding geeft, volstaan met het meedelen aan de vijf personen wier namen en adressen als eerste in dat geschrift zijn vermeld, van de strekking van het besluit;

    4. indien toezending zou moeten geschieden aan meer dan 250 personen, die toezending achterwege laten.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Algemene wet bestuursrecht