Algemene wet bestuursrecht

Inhoud

Artikel 4:111

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-10-2021.
  1. De verjaringstermijn van de rechtsvordering tot betaling aan een bestuursorgaan wordt verlengd met de tijd gedurende welke de schuldenaar na de aanvang van die termijn uitstel van betaling heeft.

  2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien:

    1. de schuldenaar in surseance van betaling verkeert;

    2. de schuldenaar in staat van faillissement verkeert;

    3. ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is;

    4. de tenuitvoerlegging van een dwangbevel is geschorst ingevolge een lopend rechtsgeding, met dien verstande dat de termijn waarmee de verjaringstermijn wordt verlengd een aanvang neemt op de dag waarop het rechtsgeding door het instellen van een vordering bij de burgerlijke rechter aanhangig wordt gemaakt.

01-07-2026 Huidig 04-06-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 21-11-2025 Historisch 01-09-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 04-04-2025 Historisch 08-03-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 19-11-2024 Historisch 08-11-2024 Historisch 01-09-2024 Historisch 01-08-2024 Historisch 25-07-2024 Historisch 01-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-08-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-06-2023 Historisch 16-05-2023 Historisch 15-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 22-12-2022 Historisch 05-11-2022 Historisch 04-11-2022 Historisch 01-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 02-08-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 09-04-2022 Historisch 05-04-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 02-03-2022 Historisch 28-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 21-12-2021 Historisch 01-11-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 23-07-2021 Historisch 10-07-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-03-2021 Historisch 26-02-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 24-06-2020 Historisch 15-04-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 19-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. De verjaringstermijn van de rechtsvordering tot betaling aan een bestuursorgaan wordt verlengd met de tijd gedurende welke de schuldenaar na de aanvang van die termijn uitstel van betaling heeft.

  2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien:

    1. de schuldenaar in surseance van betaling verkeert;

    2. de schuldenaar in staat van faillissement verkeert;

    3. ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is;

    4. de tenuitvoerlegging van een dwangbevel is geschorst ingevolge een lopend rechtsgeding, met dien verstande dat de termijn waarmee de verjaringstermijn wordt verlengd een aanvang neemt op de dag waarop het rechtsgeding door het instellen van een vordering bij de burgerlijke rechter aanhangig wordt gemaakt.

1 verwijzing(en)
Hoge Raad | 03-04-2015 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Algemene wet bestuursrecht