-
De bestuursrechter kan de tussenuitspraak ook doen voordat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de bestuursrechter te verschijnen.
-
De bestuursrechter kan de tussenuitspraak ook mondeling doen. Artikel 8:67, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
-
De bestuursrechter kan zo nodig een voorlopige voorziening treffen. In dat geval bepaalt hij wanneer de voorlopige voorziening vervalt.
-
De voorlopige voorziening als bedoeld in het derde lid, vervalt in ieder geval zodra:
het beroep is ingetrokken; of
de bestuursrechter uitspraak als bedoeld in artikel 8:66, eerste lid, heeft gedaan, tenzij bij die uitspraak een ander tijdstip is bepaald.
Inhoud
Artikel 8:80b
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2021.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2021.
01-07-2026
Huidig
04-06-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
21-11-2025
Historisch
01-09-2025
Historisch
01-07-2025
Historisch
04-04-2025
Historisch
08-03-2025
Historisch
04-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
19-11-2024
Historisch
08-11-2024
Historisch
01-09-2024
Historisch
01-08-2024
Historisch
25-07-2024
Historisch
01-05-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-08-2023
Historisch
01-07-2023
Historisch
01-06-2023
Historisch
16-05-2023
Historisch
15-05-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
22-12-2022
Historisch
05-11-2022
Historisch
04-11-2022
Historisch
01-11-2022
Historisch
01-10-2022
Historisch
02-08-2022
Historisch
01-08-2022
Historisch
01-05-2022
Historisch
09-04-2022
Historisch
05-04-2022
Historisch
01-04-2022
Historisch
02-03-2022
Historisch
28-01-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
21-12-2021
Historisch
01-11-2021
Historisch
01-10-2021
Historisch
23-07-2021
Historisch
10-07-2021
Historisch
01-07-2021
Historisch
01-04-2021
Historisch
01-03-2021
Historisch
26-02-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-07-2020
Historisch
24-06-2020
Historisch
15-04-2020
Historisch
01-04-2020
Historisch
19-03-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
-
De bestuursrechter kan de tussenuitspraak ook doen voordat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de bestuursrechter te verschijnen.
-
De bestuursrechter kan de tussenuitspraak ook mondeling doen. Artikel 8:67, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
-
De bestuursrechter kan zo nodig een voorlopige voorziening treffen. In dat geval bepaalt hij wanneer de voorlopige voorziening vervalt.
-
De voorlopige voorziening als bedoeld in het derde lid, vervalt in ieder geval zodra:
het beroep is ingetrokken; of
de bestuursrechter uitspraak als bedoeld in artikel 8:66, eerste lid, heeft gedaan, tenzij bij die uitspraak een ander tijdstip is bepaald.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.