Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de vergunning als bedoeld in artikel 2:27b, worden geweigerd indien:

  1. de exploitant of beheerder niet voldoet aan de in 2:27c gestelde eisen;

  2. de exploitatie van de camping of het recreatiepark in strijd is met het omgevingsplan/BOPA of de provinciale omgevingsverordening;

  3. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de camping of het recreatiepark of de openbare orde door de exploitatie van de camping of recreatiepark op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed;

  4. de exploitant van de camping of het recreatiepark een onaanvaardbaar risico op ernstige verstoring van de openbare orde met zich zal meebrengen;

  5. dit in het belang is van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten.

  6. niet is voldaan aan de bij of krachtens artikel 2:27b gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag;

  7. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn, waarbij ook het Bibob-vragenformulier en andere documenten die in het kader van de aanvraag zijn overgelegd, daaronder vallen;

  8. indien de exploitant en de beheerder/leidinggevende niet 18 jaar of ouder zijn of niet voldoen aan de bij of krachtens artikel 8, lid 1, aanhef en onder b. en c. en lid 2, van de Alcoholwet aan beheerder/leidinggevende gestelde eisen;

  9. de exploitant of beheerder/leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

  10. de exploitant of beheerder/leidinggevende(n) binnen 3 jaar voor de aanvraag het bedrijf een bedrijf of inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde, dan wel aantasting van het woon- en leefklimaat, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest;

  11. naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie van het bedrijf nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

  12. in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.