1. De burgemeester vermeldt in een vergunning, zoals bedoeld in artikel 2:28:

    1. De exploitant;

    2. Voor welke bedrijfsuitoefening de vergunning geldt;

    3. De plaats waar de inrichting zich bevindt;

    4. De situering en de oppervlakten van de horecalokaliteiten en terrassen;

    5. De voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden.

  2. Het is verboden een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat ten minste één van de leidinggevenden genoemd op het aanhangsel behorende bij de vergunning in de inrichting aanwezig is.