-
In deze afdeling wordt verstaan onder openbare inrichting:
De lokaliteit(en), waarin het slijtersbedrijf of het horecabedrijf wordt uitgeoefend, met de daarbij behorende terrassen voor zover die terrassen in ieder geval bestemd zijn voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, welke lokaliteiten al dan niet onderdeel uitmaken van een andere besloten ruimte;
Waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of, al dan niet door middel van een automaat, etenswaren of alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt;
Waar bedrijfsmatig en hoofdzakelijk, al dan niet door middel van een automaat, etenswaren worden bereid om ergens te worden bezorgd en/of aan of in de inrichting te worden afgehaald.
Campings en recreatie- en vakantieparken
-
Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
-
Onder exploitant wordt in deze afdeling verstaan: degene die een openbare inrichting exploiteert.
-
Onder leidinggevende wordt in deze afdeling verstaan:
De natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt geëxploiteerd;
De natuurlijke persoon, die algemene leidinggeeft aan een onderneming, waarin de openbare inrichting wordt geëxploiteerd;
De natuurlijke persoon, die onmiddellijke leidinggeeft aan de exploitatie van de openbare inrichting.
-
Deze afdeling verstaat niet onder bezoekers:
De exploitant en de leidinggevenden van de openbare inrichting;
De gezinsleden van de exploitant, alsmede zijn elders wonende bloed en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;
De personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Algemene Plaatselijke Verordening Land van Cuijk 2026 BETA Foutje gevonden?
Inhoud
Afdeling
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
-
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder of in afwijking van de vergunning van de burgemeester.
-
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in:
Horecabedrijven als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
Rechtspersonen niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richten op de exploitatie in eigen beheer van een openbare inrichting, zoals bedoeld in artikel 2:27;
Winkels als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
Musea, crematoria en rouwcentra;
Zorginstellingen;
Koffiecorners binnen de bestemming detailhandel of maatschappelijke functies;
Scholen;
Bedrijfskantines of -restaurant;
Kinderboerderijen en educatieve tuinen;
Kerkgenootschappen;
Accommodaties voor bed & breakfast.
-
De vergunning wordt aangevraagd met het door de burgemeester vastgestelde aanvraagformulier en daarbij behorende bijlagen zoals aangegeven in het aanvraagformulier.
-
De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de leidinggevenden.
-
Leidinggevenden van de openbare inrichting voldoen aan de volgende eisen:
Zij hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt;
Zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
Zij mogen niet onder curatele staan.
-
Het is verboden een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27 lid 1 voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat ten minste één van de leidinggevenden genoemd op het aanhangsel behorende bij de vergunning in de inrichting aanwezig is.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:28a
-
De burgemeester vermeldt in een vergunning, zoals bedoeld in artikel 2:28:
De exploitant;
Voor welke bedrijfsuitoefening de vergunning geldt;
De plaats waar de inrichting zich bevindt;
De situering en de oppervlakten van de horecalokaliteiten en terrassen;
De voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden.
-
Het is verboden een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat ten minste één van de leidinggevenden genoemd op het aanhangsel behorende bij de vergunning in de inrichting aanwezig is.
Artikel 2:28b
Weigeringsgronden
De burgemeester weigert de vergunning, zoals bedoeld in artikel 2:28, als:
De exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan;
Eén of meer leidinggevenden niet voldoen aan de eisen genoemd onder artikel 2:28 vijfde lid;
De woon- en/of leefomgeving op onaanvaardbare wijze negatief zal worden beïnvloed.
Artikel 2:28c
Intrekkingsgronden
-
De vergunning wordt door de burgemeester ingetrokken als:
Deze is verleend op grond van door de exploitant verstrekte onjuiste of onvolledige informatie en een ander besluit op de aanvraag zou zijn genomen indien bij het nemen daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
Één of meer leidinggevenden niet langer voldoen aan de eisen genoemd onder artikel 2:28 lid 5;
Zich in of in de nabijheid van de openbare inrichting feiten hebben voorgedaan, die - naar het oordeel van de burgemeester – de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, de veiligheid, de volksgezondheid, het woon- en leefklimaat of de zedelijkheid.
-
De vergunning kan door de burgemeester worden ingetrokken als wordt gehandeld in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen.
-
Ten aanzien van een openbare inrichting waarvan de exploitatievergunning is ingetrokken, kan tevens worden bepaald dat een exploitatievergunning voor de desbetreffende locatie gedurende een bepaalde termijn van maximaal vijf jaar zal worden geweigerd.
Artikel 2:28d
Wijziging van de vergunning of aanhangsel
-
Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven. Deze melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel.
-
De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel indien de leidinggevende niet voldoet aan de eisen genoemd artikel 2:28 lid 5.
-
Als een inrichting een zodanige verandering ondergaat dat zij niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning gegeven omschrijving, is de exploitant verplicht bedoelde wijziging binnen één maand bij de burgemeester te melden. De burgemeester verstrekt een gewijzigde vergunning, waarin de ingevolge artikel 2:28a lid 1 vereiste omschrijving is aangepast aan de nieuwe situatie.
-
De burgemeester weigert de wijziging van de vergunning indien sprake is van een van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 2:28B.
Artikel 2:28e
Vervallen van de exploitatievergunning
-
De exploitatievergunning vervalt als:
De exploitatie van het bedrijf feitelijk is beëindigd of (gedeeltelijk) is overgedragen;
Zes maanden zijn verlopen na het onherroepelijk worden van de exploitatievergunning, zonder dat van deze vergunning gebruik is gemaakt.
Artikel 2:29
Sluitingstijd
-
Openbare inrichtingen die alcoholhoudende drank verstrekken zijn gesloten op:
maandag tot en met vrijdag tussen 01.30 uur en 07.00 uur, en
op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 07.00 uur.
-
Openbare inrichtingen die geen alcoholhoudende drank verstrekken zijn gesloten op:
maandag tot en met vrijdag tussen 02.30 uur en 07.00 uur, en
op zaterdag en zondag tussen 04.00 uur en 07.00 uur.
-
Terrassen behorende bij openbare inrichtingen zijn gesloten op:
maandag tot en met vrijdag tussen 00.00 uur en 07.00 uur, en
op zaterdag en zondag tussen 01.00 uur en 07.00 uur.
op collectieve feestdagen vanaf 01:30 uur.
-
Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.
-
De burgemeester kan voor tijdelijke gelegenheden van bijzondere aard ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
-
Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, tweede lid, onder c, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:30
Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
Artikel 2:32
Handel binnen openbare inrichtingen
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
Artikel 2:33
Het college als bevoegd bestuursorgaan
Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.