-
Bepalingen in huurovereenkomsten die tot gevolg hebben dat de huurprijs in enig tijdvak van twaalf maanden meer dan eenmaal wordt verhoogd, zijn nietig, tenzij het gaat om het geval van artikel 255, artikel 255a of van artikel 10a van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.
-
In afwijking van artikel 308 van Boek 3 verjaart de rechtsvordering tot betaling van een huurprijsverhoging door verloop van twee jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden, tenzij de verhuurder de huurder in enig jaar niet schriftelijk informeert over het in dat jaar opeisbaar worden van een vordering tot betaling van een huurprijsverhoging, in welk geval die vordering verjaart door verloop van één jaar na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden.
Inhoud
Artikel 251
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-07-2024.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2024.
01-07-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
18-07-2025
Historisch
01-07-2025
Historisch
12-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-05-2024
Historisch
13-02-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-07-2023
Historisch
18-02-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
22-09-2022
Historisch
02-08-2022
Historisch
01-08-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
27-04-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
01-05-2021
Historisch
01-04-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
15-10-2020
Historisch
01-09-2020
Historisch
01-08-2020
Historisch
01-07-2020
Historisch
01-04-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-04-2021
Tekst van deze versie
- Bepalingen in huurovereenkomsten die tot gevolg hebben dat de huurprijs in enig tijdvak van twaalf maanden meer dan eenmaal wordt verhoogd, zijn nietig, tenzij het gaat om het geval van artikel 255255, artikel 255a of van artikel 10a van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.
- In afwijking van artikel 308 van Boek 3 verjaart de rechtsvordering tot betaling van een huurprijsverhoging door verloop van twee jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden, tenzij de verhuurder de huurder in enig jaar niet schriftelijk informeert over het in dat jaar opeisbaar worden van een vordering tot betaling van een huurprijsverhoging, in welk geval die vordering verjaart door verloop van één jaar na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden.
1 verwijzing(en)
Hoge Raad
|
14-06-2013
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.