-
Indien een uitkering op de vervaldag niet is betaald en ook binnen een maand na een schriftelijke aanmaning nog niet is voldaan, kan de gerechtigde de lijfrente, voor zover nog verschuldigd, bij een schriftelijke mededeling aan de schuldenaar omzetten in een vordering tot vergoeding van het bedrag dat is vereist voor het kopen van een gelijke lijfrente.
-
Nochtans is de schuldenaar van de lijfrente bevoegd de nakoming van zijn verbintenis op te schorten indien hij op redelijke gronden betwijfelt of het lijf nog in leven is.
Inhoud
Artikel 991
Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
01-07-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
18-07-2025
Historisch
01-07-2025
Historisch
12-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-05-2024
Historisch
13-02-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-07-2023
Historisch
18-02-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
22-09-2022
Historisch
02-08-2022
Historisch
01-08-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
27-04-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
01-05-2021
Historisch
01-04-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
15-10-2020
Historisch
01-09-2020
Historisch
01-08-2020
Historisch
01-07-2020
Historisch
01-04-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
-
Indien een uitkering op de vervaldag niet is betaald en ook binnen een maand na een schriftelijke aanmaning nog niet is voldaan, kan de gerechtigde de lijfrente, voor zover nog verschuldigd, bij een schriftelijke mededeling aan de schuldenaar omzetten in een vordering tot vergoeding van het bedrag dat is vereist voor het kopen van een gelijke lijfrente.
-
Nochtans is de schuldenaar van de lijfrente bevoegd de nakoming van zijn verbintenis op te schorten indien hij op redelijke gronden betwijfelt of het lijf nog in leven is.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.