-
Indien een verhuurder op wie de rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst op de voet van artikel 226 zijn overgegaan, een krachtens een geldend omgevingsplan aan het verhuurde toegedeelde functie wil verwezenlijken, ontbindt de rechter op vordering van de verhuurder de huurovereenkomst met ingang van een door hem te bepalen dag.
-
De huurder en de onderhuurder aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd of met wie de huurovereenkomst anders op de voet van artikel 269 zou zijn voortgezet, hebben recht op schadeloosstelling. Wanneer de huurtijd of onderhuurtijd zonder de ontbinding nog een jaar of langer zou hebben geduurd, is de schadeloosstelling ten minste gelijk aan de huurprijs van twee jaren. Wanneer de huurtijd of onderhuurtijd zonder de ontbinding minder dan een jaar zou hebben geduurd, is de schadeloosstelling ten minste gelijk aan de huurprijs van een jaar. Bij de berekening van de schade wordt niet gelet op veranderingen die kennelijk zijn tot stand gebracht om de schadeloosstelling te verhogen.
Inhoud
Artikel 281
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2024.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2024.
01-07-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
18-07-2025
Historisch
01-07-2025
Historisch
12-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-05-2024
Historisch
13-02-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-07-2023
Historisch
18-02-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
22-09-2022
Historisch
02-08-2022
Historisch
01-08-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
27-04-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
01-05-2021
Historisch
01-04-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
15-10-2020
Historisch
01-09-2020
Historisch
01-08-2020
Historisch
01-07-2020
Historisch
01-04-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-01-2020
Tekst van deze versie
- Indien iemandeen verhuurder op wie de rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst op de voet van artikel 226 verhuurderzijn is geworden enovergegaan, een krachtens een geldend bestemmingsplanomgevingsplan opaan het verhuurde liggendetoegedeelde bestemmingfunctie wil verwezenlijken, ontbindt de rechter op vordering van de verhuurder de huurovereenkomst met ingang van een door hem te bepalen dag.
-
De huurder en de onderhuurder aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd of met wie de huurovereenkomst anders op de voet van artikel 269 zou zijn voortgezet, hebben recht op schadeloosstelling. Wanneer de huurtijd of onderhuurtijd zonder de ontbinding nog een jaar of langer zou hebben geduurd, is de schadeloosstelling ten minste gelijk aan de huurprijs van twee jaren. Wanneer de huurtijd of onderhuurtijd zonder de ontbinding minder dan een jaar zou hebben geduurd, is de schadeloosstelling ten minste gelijk aan de huurprijs van een jaar. Bij de berekening van de schade wordt niet gelet op veranderingen die kennelijk zijn tot stand gebracht om de schadeloosstelling te verhogen.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.