-
De in artikel 378 lid 1 bedoelde verplichting bestaat voorts niet, voor zover aan het verpachte in het geldende omgevingsplan, een andere dan landbouwkundige functie is toegedeeld. Op verzoek van de verpachter verklaren burgemeester en wethouders schriftelijk, of in zulk een plan al dan niet een landbouwkundige functie aan het verpachte is toegedeeld.
-
Evenmin bestaat de in artikel 378 lid 1 bedoelde verplichting, wanneer de verpachter overgaat tot vervreemding van het verpachte aan een derde en de grondkamer, op gezamenlijk verzoek van de verpachter en die derde, heeft vastgesteld, dat aannemelijk is, dat de derde het verpachte voor andere dan landbouwkundige doeleinden zal gebruiken of doen gebruiken.
-
De in artikel 378 lid 1 bedoelde verplichting bestaat evenmin, voor zover het verpachte is gelegen in een gebied waarvoor een gemeentelijke omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 lid 1 van de Omgevingswet is vastgesteld en de verpachter vanwege een voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.1 lid 1 onder b van de Omgevingswet in overeenstemming met de regels die hoofdstuk 9 van die wet daaraan stelt, overgaat tot de vervreemding van het verpachte aan de gemeente onderscheidenlijk de provincie of de Staat.
Inhoud
Artikel 381
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2024.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2024.
01-07-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
18-07-2025
Historisch
01-07-2025
Historisch
12-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-05-2024
Historisch
13-02-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-07-2023
Historisch
18-02-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
22-09-2022
Historisch
02-08-2022
Historisch
01-08-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
27-04-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
01-05-2021
Historisch
01-04-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
15-10-2020
Historisch
01-09-2020
Historisch
01-08-2020
Historisch
01-07-2020
Historisch
01-04-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-01-2020
Tekst van deze versie
- De in artikel 378 lid 1 bedoelde verplichting bestaat voorts niet, wanneer en voor zover aan het verpachte is gelegen in eenhet geldendgeldende bestemmingsplan, waarbij daaraanomgevingsplan, een andere dan landbouwkundige bestemmingfunctie is gegeven.toegedeeld. Op verzoek van de verpachter verklaren burgemeester en wethouders schriftelijk, of in zulk een plan al dan niet een landbouwkundige bestemmingfunctie aan het verpachte is gegeven.toegedeeld.
-
Evenmin bestaat de in artikel 378 lid 1 bedoelde verplichting, wanneer de verpachter overgaat tot vervreemding van het verpachte aan een derde en de grondkamer, op gezamenlijk verzoek van de verpachter en die derde, heeft vastgesteld, dat aannemelijk is, dat de derde het verpachte voor andere dan landbouwkundige doeleinden zal gebruiken of doen gebruiken.
- De in artikel 378 lid 1 bedoelde verplichting bestaat evenmin, voor zover het verpachte is gelegen in een gebied waarvoor een structuurvisiegemeentelijke omgevingsvisie als bedoeld in artikel 2.13.1 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordeningOmgevingswet is vastgesteld en de verpachter ingevolgevanwege heteen bepaaldevoorkeursrecht als bedoeld in de artikelen 2 juncto artikel 4,9.1 eerstelid lid,1 onder a, 10 tot en met 24b van de WetOmgevingswet voorkeursrechtin gemeentenovereenstemming danmet welde artikelregels 9a,die eerstehoofdstuk of tweede lid, juncto artikel 4, eerste lid, onder a,9 van die wet daaraan stelt, overgaat tot de vervreemding van het verpachte aan de gemeente onderscheidenlijk de provincie of de Staat.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.