Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026-II

Inhoud

Artikel 6.41

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie civiel jeugdrecht zijn:

    1. het behandelen van tenminste zes zaken op het terrein van het civiele jeugdrecht (toevoegingen met zaakcode P042, P043 of P044) per jaar; en

    2. het behalen van tenminste acht opleidingspunten per jaar op het terrein van het civiele jeugdrecht, waaronder tenminste één actualiteitencursus. Opleidingspunten behaald op het terrein van vaardigheden op het terrein van het civiele jeugdrecht tellen voor dit aantal mee.

  2. Opleidingspunten bedoeld in het eerste lid onder b kunnen tot een maximum van vier opleidingspunten per jaar worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht bij de Raad.

  3. De advocaat kan, op het moment dat de Raad bij de advocaat toetst of aan de voorwaarde in het eerste lid onder a wordt voldaan, de Raad verzoeken om ontheffing indien het zaaksaanbod in het gebied waar de regeling van toepassing te gering is om aan die voorwaarde te voldoen.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2026.

Tekst van deze versie

  1. De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie civiel jeugdrecht zijn:

    1. het behandelen van tenminste zes zaken op het terrein van het civiele jeugdrecht (toevoegingen met zaakcode P042, P043 of P044) per jaar; en

    2. het behalen van tenminste acht opleidingspunten per jaar op het terrein van het civiele jeugdrecht, waaronder tenminste één actualiteitencursus. Opleidingspunten behaald op het terrein van vaardigheden op het terrein van het civiele jeugdrecht tellen voor dit aantal mee.

  2. Opleidingspunten bedoeld in het eerste lid onder b kunnen tot een maximum van vier opleidingspunten per jaar worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht bij de Raad.

  3. De advocaat kan, op het moment dat de Raad bij de advocaat toetst of aan de voorwaarde in het eerste lid onder a wordt voldaan, de Raad verzoeken om ontheffing indien het zaaksaanbod in het gebied waar de regeling van toepassing te gering is om aan die voorwaarde te voldoen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026-II