-
De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie civiel jeugdrecht (toevoegingen met zaakcode P043 en P044) zijn:
het beschikken over minimaal drie jaar relevante beroepservaring;
het met goed gevolg hebben afgerond van het eerste leerjaar van de beroepsopleiding;
het in de afgelopen drie jaar behaald hebben van twaalf opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht; en
het onder begeleiding van een reeds voor de specialisatie civiel jeugdrecht ingeschreven advocaat behandeld hebben van drie civiele jeugdrechtzaken (zaakcode P043 en P044).
-
De vereisten voor het verlenen van rechtsbijstand bij plaatsingen van een jeugdige in een gesloten accommodatie voor jeugdzorg ex. artikel 6.1.10, vierde lid van de Jeugdwet op ambtshalve last van de rechtbank zijn:
het voldoen aan de vereisten in het eerste lid; en
het onder begeleiding van een reeds drie jaar voor de specialisatie civiel jeugdrecht ingeschreven advocaat hebben behandeld van één machtiging tot plaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdzorg (zaakcode P042).
-
Onder relevante beroepservaring als bedoeld in het eerste lid onder a wordt verstaan: drie jaar werkervaring als beëdigd advocaat. Een kortere werkervaring als advocaat volstaat, mits die gecombineerd wordt met relevante en gelijkwaardige werkervaring elders. Bijvoorbeeld in een beroep bij de rechterlijke macht, of Jeugdzorg.
Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026-II Actueel
Inhoud
Paragraaf 10
Artikel 6.41
-
De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie civiel jeugdrecht zijn:
het behandelen van tenminste zes zaken op het terrein van het civiele jeugdrecht (toevoegingen met zaakcode P042, P043 of P044) per jaar; en
het behalen van tenminste acht opleidingspunten per jaar op het terrein van het civiele jeugdrecht, waaronder tenminste één actualiteitencursus. Opleidingspunten behaald op het terrein van vaardigheden op het terrein van het civiele jeugdrecht tellen voor dit aantal mee.
-
Opleidingspunten bedoeld in het eerste lid onder b kunnen tot een maximum van vier opleidingspunten per jaar worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht bij de Raad.
-
De advocaat kan, op het moment dat de Raad bij de advocaat toetst of aan de voorwaarde in het eerste lid onder a wordt voldaan, de Raad verzoeken om ontheffing indien het zaaksaanbod in het gebied waar de regeling van toepassing te gering is om aan die voorwaarde te voldoen.