-
De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curator in artikel 1:212 BW zaken (afstammingszaken) zijn:
het voltooid hebben van de stage;
het bij de Raad onvoorwaardelijk ingeschreven staan voor de specialisatie personen- en familierecht; en
het met goed gevolg hebben afgelegd van het door de Stichting Bijzondere Curator Nederland (Stichting BCN) georganiseerd examen voor het kunnen behandelen van artikel 1:212 BW zaken.
-
Voor het opgaan voor het examen genoemd in het eerste lid sub c geldt als aanbeveling dat de kandidaat een door de Raad goedgekeurde specialisatieopleiding bijzondere curator van tenminste twintig opleidingspunten heeft voltooid.
Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026-II Actueel
Inhoud
Paragraaf 9
Artikel 6.37
-
De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curatoren in artikel 1:212 BW zaken (afstammingszaken) zijn:
het behalen van tenminste vier opleidingspunten per jaar op dit specifieke gebied;
het voldoen aan de in de inschrijvingsvoorwaarden gestelde deskundigheidseisen voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht; en
het ingeschreven staan bij de Stichting BCN. De bijzondere curator schrijft zich per direct uit als bijzondere curator bij de Raad vanaf het moment dat de inschrijving bij de Stichting BCN eindigt. De Stichting BCN geeft dit eveneens, ter controle, aan de Raad door.
-
De in het eerste lid sub a genoemde opleidingspunten kunnen tot een maximum van vier opleidingspunten per jaar worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht bij de Raad.
-
De bijzondere curator stemt in met de plicht van de klachtencommissie van de Stichting BCN om de uitkomst van klachten waarbij een onherroepelijke maatregel van onvoorwaardelijke schorsing of schrapping uit het register van de Stichting BCN aan bijzondere curatoren is opgelegd, te melden aan de Raad.
Artikel 6.38
-
De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curatoren in artikel 1:250 BW zaken zijn:
het voltooid hebben van de stage;
het bij de Raad onvoorwaardelijk ingeschreven staan voor de specialisatie personen- en familierecht of de specialisatie civiel jeugdrecht; en
het met goed gevolg hebben afgelegd van het door de Stichting Bijzondere Curator Nederland (Stichting BCN) georganiseerd examen voor het kunnen behandelen van artikel 1:250 BW zaken.
-
Voor het opgaan voor het examen genoemd in het eerste lid sub c geldt als aanbeveling dat de kandidaat een door de Raad goedgekeurde specialisatieopleiding bijzondere curator van tenminste twintig opleidingspunten heeft voltooid.
Artikel 6.39
-
De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curatoren in artikel 1:250 BW zaken zijn:
het behalen van tenminste vier opleidingspunten per jaar op dit specifieke gebied;
het voldoen aan de in de inschrijvingsvoorwaarden gestelde deskundigheidseisen voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht of de specialisatie civiel jeugdrecht; en
het ingeschreven staan bij de Stichting BCN. De bijzondere curator schrijft zich per direct uit als bijzondere curator bij de Raad vanaf het moment dat de inschrijving bij de Stichting BCN eindigt. De Stichting BCN geeft dit eveneens, ter controle, aan de Raad door.
-
De in het eerste lid sub a genoemde opleidingspunten kunnen tot een maximum van vier opleidingspunten per jaar worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht of voor de voortzetting van de specialisatie civiel jeugdrecht bij de Raad.
-
De bijzondere curator stemt in met de plicht van de klachtencommissie van de Stichting BCN om de uitkomst van klachten waarbij een onherroepelijke maatregel van onvoorwaardelijke schorsing of schrapping uit het register van de Stichting BCN aan bijzondere curatoren is opgelegd, te melden aan de Raad.