Er is een Kiesraad, gevestigd te 's-Gravenhage.
Kieswet Actueel
Inhoud
§ 2
Artikel A 3
-
De Kiesraad heeft tot taak:
op te treden als centraal stembureau in de gevallen waarin de wet dat voorschrijft;
de regering en de beide kamers der Staten-Generaal van advies te dienen in aangelegenheden die de verkiezingen of uitvoeringstechnische aangelegenheden die het kiesrecht betreffen;
zorg te dragen voor programmatuur die bij de verkiezingen wordt gebruikt overeenkomstig de bij of krachtens deze wet te stellen bepalingen;
de kwaliteit van de uitvoering van het verkiezingsproces te bevorderen in de gevallen waarin de wet dat voorschrijft;
de uitslagen van de op basis van deze wet gehouden verkiezingen te verzamelen en op een algemeen toegankelijke wijze te ontsluiten;
de overige in deze wet aan hem opgedragen taken ten uitvoer te leggen.
-
De taak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt door de voorzitter, de daartoe aangewezen leden en de buitengewone leden van de Kiesraad uitgeoefend.
-
Indien het een verkiezing betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden de taken en bevoegdheden, bedoeld in de artikelen A 12, A 13, Ea 10, Ea 11 en Ea 12 uitgeoefend door een ondervoorzitter en daartoe aangewezen leden van de Kiesraad die niet tevens belast zijn met de uitoefening van de taak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
Artikel A 4
De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is van toepassing op de Kiesraad, met uitzondering van de artikelen 12, 21 en 22.
Artikel A 5
-
De Kiesraad bestaat uit een voorzitter, zes andere leden en twee buitengewone leden. De Kiesraad kan uit de leden ondervoorzitters aanwijzen.
-
De buitengewone leden oefenen alleen de taak van de Kiesraad, bedoeld in artikel A 3, eerste lid, onderdeel a, uit. Zij worden niet als ondervoorzitter aangewezen.
-
Artikel 11 van de Kaderwet adviescolleges is van toepassing op de Kiesraad.
-
De leden en de buitengewone leden van de Kiesraad worden benoemd op grond van hun deskundigheid op het gebied van het kiesrecht en de verkiezingen. Artikel 12, derde lid, van de Kaderwet adviescolleges is van toepassing.
-
De leden en de buitengewone leden van de Kiesraad worden op eigen aanvraag door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ontslagen. Zij kunnen voorts bij koninklijk besluit worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen. De voordracht voor schorsing of ontslag wordt niet gedaan dan nadat de Kiesraad daarover is gehoord.
Artikel A 6
-
Artikel 16 van de Kaderwet adviescolleges is van toepassing op de Kiesraad.
-
De artikelen 21 en 29 van de Kaderwet adviescolleges zijn niet van toepassing op de Kiesraad.
Artikel A 7
De Kiesraad stelt een bestuursreglement vast en maakt het reglement na de goedkeuring, bedoeld in artikel 11 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, bekend in de Staatscourant.
Artikel A 8
-
De Kiesraad heeft een secretaris en een ondersteunend bureau.
-
De secretaris en de medewerkers van het bureau zijn geen lid van de Kiesraad.
-
In afwijking van artikel 4.6, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 vertegenwoordigt de voorzitter van de Kiesraad de Staat bij het sluiten, wijzigen en beëindigen van individuele arbeidsovereenkomsten met de secretaris en de medewerkers van de Kiesraad.
Artikel A 9
-
De Kiesraad kan personen aanwijzen die namens hem uitvoering geven aan de taak, bedoeld in artikel A 11, eerste lid.
-
De personen, bedoeld in het eerste lid, zijn geen lid van de Kiesraad of een persoon die een functie vervult in het verkiezingsproces die onverenigbaar is met de taak, bedoeld in artikel A 11, eerste lid, en kunnen worden aangewezen, indien zij:
op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt;
op de dag van aanwijzing niet:
bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak van het kiesrecht zijn ontzet;
een gekozen lid van het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden of een kandidaat voor de verkiezing zijn, en
naar het oordeel van de Kiesraad over voldoende kennis en vaardigheden beschikken op het terrein van het verkiezingsproces.
-
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de toekenning door de Kiesraad van een vergoeding aan de personen, bedoeld in het eerste lid.