-
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij: aanbieder van een dienst zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU 2015, L 241);
ADR: op 30 september 1957 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (Trb. 1959, 171);
bedrijfsmatig: in de uitoefening van een beroep of bedrijf of tegen vergoeding;
Categorie F1, F2, F3 en F4: categorie F1, F2, F3 onderscheidenlijk F4 als bedoeld in artikel 1A.1.3;
categorie T1 en T2: categorie T1 onderscheidenlijk T2 als bedoeld in artikel 1A.1.3;
CE-markering: CE-markering als bedoeld in de artikelen 19 en 20 van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen;
consumentenvuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F1 of F2 en dat bij of krachtens dit besluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik;
distributeur: natuurlijk of rechtspersoon in de toeleveringsketen, niet zijnde de fabrikant of de importeur, die vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik op de markt aanbiedt;
EU-richtlijn pyrotechnische artikelen: richtlijn nr. 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (herschikking) (PbEU L 178);
fabrikant: natuurlijke of rechtspersoon die vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen en dat vuurwerk of pyrotechnische artikel voor theatergebruik onder zijn naam of merknaam verhandelt;
fop- en schertsvuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F1 alsmede ander, als zodanig bij ministeriële regeling aangewezen vuurwerk;
fulfilmentdienstverlener: fulfilmentdienstverlener als, bedoeld in artikel 3, onderdeel 11, van de EU-verordening markttoezicht;
gemachtigde: gemachtigde als, bedoeld in artikel 3, onderdeel 12, van de EU-verordening markttoezicht;.
grondgebied van de Europese Unie: gebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is;
importeur: in de Europese Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik uit een derde land in de Europese Unie in de handel brengt;
in de handel brengen: het voor het eerst in de Europese Unie op de markt aanbieden van vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik;
lidstaat van de Europese Unie: lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
luchthaven: luchthaven als bedoeld in de Wet luchtvaart;
Marktdeelnemers: fabrikant, importeur en distributeur;
NEM: netto explosieve massa, zijnde de totale hoeveelheid pyrotechnische stof of preparaat, met eventuele toevoegingen, in vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;
omgevingsvergunning: omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Omgevingswet;
ontbrandingstoestemming: toestemming als bedoeld in artikel 3B.1, derde lid, onder a;
Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
Op de markt aanbieden: het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de markt van de Unie;
persoon met gespecialiseerde kennis: persoon, aangewezen bij artikel 1.1.2a;
professioneel vuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F4 of F3 alsmede vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F2 en dat niet bij of krachtens dit besluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik;
pyro-pass: controledocument uitgegeven door de bevoegde autoriteit in België, Luxemburg of Nederland waarmee de houder kan aantonen dat hem vuurwerk van categorie F3 en F4, pyrotechnische artikelen voor theatergebruik van categorie T2 of andere pyrotechnische artikelen van categorie P2, verstrekt mogen worden;
pyro-passregister: register, bedoeld in artikel 9.5.8, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
pyrotechnisch artikel: artikel dat explosieve stoffen of een explosief mengsel van stoffen bevat en dat tot doel heeft warmte, licht, geluid, gas of rook dan wel een combinatie van dergelijke verschijnselen te produceren door middel van zichzelf onderhoudende exotherme chemische reacties;
pyrotechnische artikelen die zijn ingedeeld in categorie P1: andere pyrotechnische artikelen dan vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, die weinig gevaar opleveren;
pyrotechnische artikelen die zijn ingedeeld in categorie P2: andere pyrotechnische artikelen dan vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die uitsluitend bestemd zijn om door personen met gespecialiseerde kennis te worden gehanteerd of gebruikt;
pyrotechnisch artikel voor theatergebruik: pyrotechnisch artikel voor podiumgebruik;
Richtlijn 2007/23/EG: Richtlijn 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen (PbEU L 154);
toepassingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid;
verantwoordelijke persoon: persoon met gespecialiseerde kennis of een persoon die in het bezit is van een geldig certificaat van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit die is aangewezen door een tot het toepassen, opslaan of op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen gerechtigde onderneming toebehorend aan een natuurlijke of rechtspersoon, om namens die onderneming pyrotechnische artikelen te hanteren onderscheidenlijk te gebruiken;
vuurwerk: pyrotechnische artikelen ter vermaak;
werkdag: dag, niet zijnde een zondag of algemeen erkende feestdag in de zin van de Algemene termijnenwet.
-
Voor de toepassing van de artikelen 1.2.2, eerste tot en met derde lid, 2.3.2, 2.3.3 en 2.3.4 wordt onder het begrip particulier mede verstaan een exploitant van een bedrijf zonder rechtspersoonlijkheid of een rechtspersoon die:
geen milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.30 of 3.286, eerste lid, onder i, van het Besluit activiteiten leefomgeving verricht;
geen houder is van een vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid;
in het buitenland is gevestigd en wiens bedrijfsmatige activiteit niet bestaat uit het verhandelen van of het tot ontbranding brengen van vuurwerk.
-
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
verpakt vuurwerk: vuurwerk inclusief het omhulsel en eventuele verpakking, detailhandelsverpakking of assortimentverpakking en inclusief de transportverpakking als bedoeld in de ADR;
onverpakt vuurwerk: vuurwerk inclusief het omhulsel en eventuele verpakking, detailhandelsverpakking of assortimentverpakking doch exclusief de transportverpakking als bedoeld in de ADR.
-
Voor de toepassing van dit besluit wordt, voor zover dat voor de toepassing van de EU-verordening markttoezicht noodzakelijk is, verstaan onder marktdeelnemer hetgeen daaronder in artikel 3, onderdeel 13, van die verordening wordt verstaan.
Vuurwerkbesluit Laatste controle 18-04-2026, laatste wijziging 13-04-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemeen
Hoofdstuk 1a In de handel brengen
§ 1 Algemene bepalingen
§ 2 Verbodsbepalingen
§ 2A Algemene verplichtingen van de fabrikant
§ 2B Algemene verplichtingen van de importeur
§ 2C Algemene verplichtingen van distributeurs
§ 2D Identificatie van marktdeelnemers
§ 2E Eisen aan marktdeelnemers omtrent traceerbaarheid
§ 2F Eisen aan marktdeelnemers omtrent risico-uitsluiting
§ 3 Conformiteitsbeoordelingsprocedure
§ 4 CE-markering en EU-conformiteitsverklaring
§ 4A Uitvoering EU-verordening markttoezicht
§ 5 Aangewezen instantie
- Artikel 1A.5.1
- Artikel 1A.5.2
- Artikel 1A.5.3
- Artikel 1A.5.4
- Artikel 1A.5.5
- Artikel 1A.5.6
- Artikel 1A.5.7
- Artikel 1A.5.8
- Artikel 1A.5.9
- Artikel 1A.5.10
- Artikel 1A.5.11
- Artikel 1A.5.12
- Artikel 1A.5.13
- Artikel 1A.5.14
- Artikel 1A.5.15
- Artikel 1A.5.16
- Artikel 1A.5.17
- Artikel 1A.5.18
- Artikel 1A.5.19
- Artikel 1A.5.20
Hoofdstuk 2 Consumentenvuurwerk
Hoofdstuk 3 Professioneel vuurwerk
Hoofdstuk 3a Pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
Hoofdstuk 3b Het tot ontbranding brengen van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
Hoofdstuk 4 De pyro-pass
Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage 1 Voorschriften voor het opslaan, herverpakken en bewerken van consumentenvuurwerk, als bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, en voor het opslaan en bewerken van theatervuurwerk, als bedoeld in artikel 3A.2.1, tweede lid
Bijlage 2 Voorschriften voor het opslaan en bewerken van professioneel vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, al dan niet tezamen met consumentenvuurwerk, als bedoeld in artikel 3.2.1 of 3A.2.1
Bijlage 3 Veiligheidsafstanden als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 3.2.1, 3A.2.1 en 4.2
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1.2a
-
Als een persoon met gespecialiseerde kennis worden aangewezen:
Een persoon die over een omgevingsvergunning beschikt voor het opslaan, herverpakken en bewerken van pyrotechnische artikelen voor theatergebruik of vuurwerk van categorie F4, bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
een houder van een vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid;
medewerkers van de politie in de uitoefening van hun functie;
medewerkers van de brandweer in de uitoefening van hun functie;
personen die in de uitoefening van hun functie vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding brengen bij een instelling die de genoemde producten bedrijfsmatig en uitsluitend ten behoeve van onderzoek tot ontbranding brengt;
medewerkers van de krijgsmacht in de uitoefening van hun functie.
-
Als een persoon met gespecialiseerde kennis wordt tevens aangewezen een persoon die als zodanig met betrekking tot vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik is aangewezen in een andere lidstaat van de Europese Unie.
Artikel 1.1.2
Artikel 1.1.3
-
Dit besluit is van toepassing op vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, met uitzondering van:
in beslag genomen vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die in beheer zijn bij de overheid;
vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik waarover door de krijgsmacht, de politie of de brandweer wordt beschikt ten behoeve van instructiedoeleinden;
vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die in het kader van internationaal vervoer per zeeschip of vliegtuig binnen het grondgebied van Nederland worden gebracht en niet in Nederland worden gelost of rechtstreeks worden overgeladen naar een ander zeeschip onderscheidenlijk vliegtuig;
vuurwerk waarvoor regels zijn gesteld bij het Warenwetbesluit Speelgoed 2011;
vuurwerk dat door een fabrikant voor eigen gebruik is vervaardigd en dat door Onze Minister uitsluitend voor gebruik op zijn grondgebied is goedgekeurd en dat op het grondgebied van Nederland blijft.
-
Dit besluit is mede van toepassing op pyrotechnische artikelen van categorieën P1 en P2 die als vuurwerk worden gebruikt of kennelijk zijn bestemd om als vuurwerk te worden gebruikt.
-
Hoofdstuk 4 is mede van toepassing op pyrotechnische artikelen van categorie P2.
Artikel 1.1.4
Artikel 1.1.5
De artikelen 2.3.6, 3.3.1, 3A.3.1 en 3B.1 zijn niet van toepassing op instellingen die vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik bedrijfsmatig en uitsluitend ten behoeve van onderzoek tot ontbranding brengen.
Artikel 1.1.6
Voor inrichtingen voor het opslaan of bewerken van professioneel vuurwerk als bedoeld in artikel 3.2.1, en voor inrichtingen voor het opslaan of bewerken van consumentenvuurwerk als bedoeld in de artikelen 2.2.1 en 2.2.2, voor zover deze zijn gelegen in gebieden die in het Besluit omgevingsrecht zijn aangewezen, blijven de in bijlage 1 en 2 opgenomen voorschriften en de in bijlage 3 opgenomen veiligheidsafstanden ten opzichte van deze inrichtingen onderling, buiten toepassing.
Artikel 1.1.7
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de praktische regelingen voor het regelmatig verzamelen en bijwerken van gegevens over ongevallen, als bedoeld in artikel 43, onder b, van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen.
Artikel 1.1.8
Artikel 1.2.1
Artikel 1.2.2
-
Het is verboden professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, indien bestemd voor particulier gebruik, binnen het grondgebied van Nederland te brengen, op te slaan, te vervaardigen, voorhanden te hebben of aan een ander ter beschikking te stellen.
-
Het is verboden aan een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik ter beschikking te stellen.
-
Het is verboden als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik op te slaan, voorhanden te hebben of tot ontbranding te brengen.
-
Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik binnen het grondgebied van Nederland te brengen, op te slaan, te vervaardigen, toe te passen, voorhanden te hebben, aan een ander ter beschikking te stellen of tot ontbranding te brengen indien dit niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens dit besluit.
-
Het is eenieder verboden, teneinde handelingen als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, voor te bereiden of te bevorderen:
te trachten een ander te bewegen om die handelingen te plegen, te doen plegen, mede te plegen of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,
te trachten zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het verrichten van die handelingen te verschaffen, of
voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het verrichten van die handelingen.
-
Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik buiten het grondgebied van Nederland te brengen zonder dat het voornemen daartoe met inachtneming van artikel 1.3.2 is gemeld.
-
Van bestemd voor particulier gebruik als bedoeld in het eerste lid is in ieder geval sprake indien:
het tot ontbranding wordt gebracht door een particulier,
het te koop wordt aangeboden of ter beschikking wordt gesteld aan, gekocht of besteld door een particulier,
het aangetroffen wordt bij een particulier,
het binnen het grondgebied van Nederland wordt gebracht of voorhanden wordt gehouden met het oogmerk het aan particulieren ter beschikking te stellen, of
het is voorzien van de aanduiding: Geschikt voor particulier gebruik.
-
Voor de toepassing van de leden 1, 2 en 3 wordt onder professioneel vuurwerk mede verstaan:
pyrotechnische artikelen die zijn ingedeeld in categorie P1 of P2 en die als vuurwerk worden gebruikt of kennelijk zijn bestemd om als vuurwerk te worden gebruikt;
niet in een categorie ingedeelde pyrotechnische artikelen.
Artikel 1.2.2a
Artikel 1.2.3
Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik zonder een daartoe verleende omgevingsvergunning te vervaardigen of, behoudens het bepaalde in artikel 3B.1, eerste lid, te bewerken.
Artikel 1.2.4
-
Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voorhanden te hebben.
-
Het eerste lid is niet van toepassing:
tijdens de perioden dat consumentenvuurwerk, ingevolge artikel 2.3.2 ter beschikking mag worden gesteld of ingevolge artikel 2.3.6 tot ontbranding mag worden gebracht, indien niet meer dan 25 kg van dat vuurwerk voorhanden is;
buiten de perioden, bedoeld onder a, indien niet meer dan 25 kg consumentenvuurwerk, voorhanden is op een plaats die niet voor het publiek toegankelijk is;
tijdens het tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik overeenkomstig artikel 3B.1, alsmede gedurende ten hoogste zestien uur daaraan voorafgaand, met dien verstande dat niet meer professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voorhanden zijn dan redelijkerwijs tot ontbranding zullen worden gebracht;
gedurende ten hoogste 12 uur nadat is of zou worden aangevangen met het tot ontbranding van professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik overeenkomstig artikel 3B.1 en het professioneel vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voorhanden zijn op een plaats die niet voor het publiek toegankelijk is en op een zodanige wijze dat geen gevaar voor personen is te duchten, met dien verstande dat niet meer professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voorhanden zijn dan redelijkerwijs tot ontbranding zouden worden gebracht;
op een locatie waarop een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.30 of 3.286, eerste lid, onder i, van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt verricht, die is gemeld overeenkomstig artikel 4.1030 van dat besluit of waarvoor een omgevingsvergunning is verleend.
-
Gedeputeerde staten van de provincie waarin het professioneel vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding zullen worden gebracht kunnen bij de ontbrandingstoestemming in plaats van de tijdsduur, genoemd in het tweede lid, onder c, een andere tijdsduur vaststellen.
-
Het eerste lid is tevens niet van toepassing indien het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik worden vervoerd overeenkomstig de eisen gesteld bij of krachtens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en met inachtneming van artikel 1.2.5.
Artikel 1.2.5
-
Het is verboden handelingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c, d en e, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen te verrichten, voor zover het betreft handelingen met vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, anders dan:
het laten staan en het laten liggen van een vervoermiddel waarin of waarop zich vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik bevinden, in verband met:
- 1°
de toepassing van artikel 1.2.4, tweede lid, onder c,
- 2°
een wettelijk voorschrift dat dat voorschrijft in verband met weersomstandigheden.
- 1°
het ononderbroken beladen van een vervoermiddel met vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik en het ononderbroken lossen daaruit, of
het met een omgevingsvergunning voor het opslaan van vuurwerk of van pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, onder i, van het Besluit activiteiten leefomgeving:
- 1°
laten staan en laten liggen van een vervoermiddel waarin of waarop zich vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik bevinden,
- 2°
beladen van een vervoermiddel met vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik en het lossen daaruit, of
- 3°
nederleggen tijdens het vervoer van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik.
- 1°
-
Het is verboden verpakt of onverpakt consumentenvuurwerk, anders dan voor eigen gebruik, in een hoeveelheid van meer dan 25 kg per vervoermiddel dan wel professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik te vervoeren, tenzij degene die vervoert tijdens dat vervoer schriftelijk kan aantonen door middel van een vrachtbrief als bedoeld in artikel 2.13 van de Wet wegvervoer goederen, dan wel door middel van een cognossement als bedoeld in boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, dat de artikelen zijn bestemd voor een natuurlijk persoon of een rechtspersoon:
die ingevolge het Besluit activiteiten leefomgeving, dit vuurwerk of deze pyrotechnische artikelen voor theatergebruik mag opslaan,
die houder is van een vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid, of
wiens gegevens, als het vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik buiten het grondgebied van Nederland worden gebracht, zijn verstrekt bij de melding, bedoeld in artikel 1.3.2, vierde lid, onder f.
Artikel 1.2.6
-
Het is een ieder verboden pyrotechnische artikelen anders dan consumentenvuurwerk aan te prijzen of aan te bevelen:
voor particulier gebruik als bedoeld in artikel 1.2.2, zevende lid, of
indien hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze pyrotechnische artikelen zullen worden aangewend voor een ander gebruik dan waartoe deze gelet op de samenstelling of eigenschappen of de bijbehorende gebruiksaanwijzing, kennelijk geschikt zijn.
-
Het is een ieder verboden consumentenvuurwerk aan te prijzen of aan te bevelen voor een ander gebruik dan waartoe het gelet op de samenstelling of eigenschappen of de bijbehorende gebruiksaanwijzing, kennelijk geschikt is.
Artikel 1.2.7
Het is een ieder die anders dan beroepshalve vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding brengt, verboden handelingen te verrichten of na te laten waarvan hij weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaren kunnen optreden voor mens of milieu.
Artikel 1.3.1
-
Degene die vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik bedrijfsmatig binnen het grondgebied van Nederland brengt, draagt ervoor zorg dat:
op de verpakking waarin het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik zich tijdens het vervoer bevinden, is aangeduid de klasse waarin het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik volgens bijlage A bij de ADR zijn ingedeeld als vuurwerk, en de aanduiding van de klasse overeenstemt met de eigenschappen van dat verpakte vuurwerk,
het vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik vergezeld gaan van een door of namens hem opgestelde schriftelijke verklaring waarin per transportverpakking is aangeduid volgens welke klasse het vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik ingevolge onderdeel a zijn ingedeeld en waarin hij verklaart dat de aanduiding van die klasse overeenstemt met de eigenschappen van de verpakte artikelen.
aan degene aan wie hij het vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik na het binnen het grondgebied van Nederland te hebben gebracht ter beschikking stelt, een schriftelijke verklaring als bedoeld onder b wordt afgegeven.
-
Het eerste lid, onder c , is niet van toepassing op vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik waarvan op het moment dat deze artikelen binnen het grondgebied van Nederland worden gebracht, naar het oordeel van Onze Minister genoegzaam wordt aangetoond dat zij binnen 48 uur weer buiten het grondgebied van Nederland zullen worden gebracht. Indien sprake is van het met een omgevingsvergunning opslaan van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, onder i, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in containers voor vervoer op een locatie op een haventerrein van de zeehaven van Amsterdam, Eemshaven, Rotterdam of Vlissingen, wordt in plaats van «48 uur» gelezen: twee weken.
Artikel 1.3.2
-
Degene die vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik bedrijfsmatig binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengt, meldt voorafgaand elektronisch het voornemen hiertoe bij Onze Minister. De melding wordt ten minste 48 uur voorafgaand aan het binnen of buiten Nederland brengen van de artikelen gedaan.
-
In afwijking van het eerste lid is het degene die bedrijfsmatig consumentenvuurwerk in de periode van 15 december tot 1 januari binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengt, toegestaan het voornemen hiertoe ten minste 24 uur van te voren elektronisch bij Onze Minister te melden.
-
In afwijking van het eerste lid is het binnen 24 uur nadat is of zou worden aangevangen met het tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik overeenkomstig artikel 3B.1, toegestaan de resterende artikelen buiten het grondgebied van Nederland te brengen zonder voorafgaande melding, met dien verstande dat binnen een werkdag na het buiten het grondgebied van Nederland brengen van de artikelen, door degene die de artikelen buiten Nederland heeft gebracht een melding aan Onze Minister wordt gedaan.
-
Bij de melding worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:
de naam en het adres van degene die het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengt;
de voorziene plaats waar, de datum en het verwachte tijdstip, waarop het vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik binnen of buiten het grondgebied van Nederland worden gebracht;
of het consumenten of professioneel vuurwerk dan wel pyrotechnische artikelen voor theatergebruik betreft, het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummer dat dient ter identificatie van het artikel, de CE-markering, het type vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, de NEM, per artikelnummer de hoeveelheid verpakt vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik en indien van toepassing het containernummer waarin het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik zich bevinden;
de voorziene datum waarop en de plaats waar het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik worden gelost of overgeladen en, indien de artikelen aansluitend aan het binnen het grondgebied van Nederland brengen tot ontbranding worden gebracht, de plaats van die ontbranding;
bij binnen het grondgebied van Nederland brengen het land van productie, de naam van de onderneming die het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik geproduceerd heeft, de naam en het adres van degene bij wie de artikelen worden opgeslagen, en de naam en het adres van degene voor wie de artikelen zijn bestemd;
bij buiten het grondgebied van Nederland brengen de naam en het adres van degene voor wie het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik zijn bestemd, en het adres van degene bij wie de artikelen worden afgeleverd in het buitenland.
-
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop een melding langs elektronische weg wordt gedaan.
-
Afwijking van de gemelde gegevens wordt voorafgaand aan het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik terstond aan Onze Minister gemeld.
-
Voor de berekening van de periode van 48 uur, bedoeld in het eerste lid, worden uren die vallen op een dag, niet zijnde een werkdag, niet meegerekend.
Artikel 1.4.1
-
Degene die:
consumentenvuurwerk aan een groothandelaar ter beschikking stelt, of
professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik aan een ander ter beschikking stelt,
meldt voordat de terbeschikkingstelling plaatsvindt elektronisch het voornemen hiertoe bij Onze Minister. De melding wordt gedaan ten minste 48 uur voorafgaand aan de terbeschikkingstelling van de artikelen.
-
In afwijking van het eerste lid is het degene die consumentenvuurwerk in de periode van 15 december tot 1 januari ter beschikking stelt toegestaan het voornemen hiertoe ten minste 24 uur van te voren elektronisch bij Onze Minister te melden.
-
Bij de melding worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:
de naam en het adres van degene die ter beschikking stelt,
de naam en het adres van degene aan wie ter beschikking wordt gesteld,
de datum waarop de artikelen ter beschikking worden gesteld, en de plaats waar deze worden opgeslagen, en
of het consumenten of professioneel vuurwerk dan wel pyrotechnische artikelen voor theatergebruik betreft, het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummer dat dient ter identificatie van het artikel, de CE-markering, het type vuurwerk of pyrotechnisch artikel voor theatergebruik, de NEM en per artikelnummer de hoeveelheid.
-
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop een melding langs elektronische weg wordt gedaan.
-
Voor de berekening van de periode van 48 uur, bedoeld in het eerste lid, worden uren die vallen op een dag, niet zijnde een werkdag, niet meegerekend.
Artikel 1.4.2
-
Degene die vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik vervaardigt, binnen het grondgebied van Nederland brengt, of voor handelsdoeleinden voorhanden heeft, registreert:
of het consumenten- of professioneel vuurwerk dan wel pyrotechnische artikelen voor theatergebruik betreft, en het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummer dat dient ter identificatie van het artikel;
de hoeveelheid verpakt vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in kilogrammen die per afnemer ter beschikking is gesteld.
-
Artikel 3, eerste en derde lid, van het Administratiebesluit milieugevaarlijke stoffen en preparaten is van overeenkomstige toepassing op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en b.
-
Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op degene die bedrijfsmatig consumentenvuurwerk ter beschikking stelt aan particulieren.