Vuurwerkbesluit Laatste controle 18-04-2026, laatste wijziging 13-04-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemeen
Hoofdstuk 1a In de handel brengen
Hoofdstuk 2 Consumentenvuurwerk
Hoofdstuk 3 Professioneel vuurwerk
Hoofdstuk 3a Pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
§ 1 Eisen aan pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
§ 2 Opslaan en bewerken van pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
§ 3 Verkoop van pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
Hoofdstuk 3b Het tot ontbranding brengen van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
Hoofdstuk 4 De pyro-pass
Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage 1 Voorschriften voor het opslaan, herverpakken en bewerken van consumentenvuurwerk, als bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, en voor het opslaan en bewerken van theatervuurwerk, als bedoeld in artikel 3A.2.1, tweede lid
Bijlage 2 Voorschriften voor het opslaan en bewerken van professioneel vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, al dan niet tezamen met consumentenvuurwerk, als bedoeld in artikel 3.2.1 of 3A.2.1
Bijlage 3 Veiligheidsafstanden als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 3.2.1, 3A.2.1 en 4.2

§ 5

Aangewezen instantie

Artikel 1A.5.1

  1. Onze Minister kan een instantie, die hiertoe een verzoek heeft ingediend overeenkomstig artikel 1A.5.2, aanwijzen die bevoegd is tot het uitvoeren van de conformiteitsbeoordelingsprocedure. Onze Minister meldt de aangewezen instantie aan overeenkomstig artikel 21 van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen.

  2. De aangewezen instantie voldoet aan de eisen, genoemd in de artikelen 1A.5.3 tot en met 1A.5.10.

  3. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden ter uitvoering van de eisen, genoemd in de artikelen 1A.5.3 tot en met 1A.5.10.

Artikel 1A.5.2

  1. Een instantie die wenst te worden aangewezen in de zin van artikel 1A.5.1, eerste lid, dient een verzoek tot aanwijzing in bij Onze Minister.

  2. Het verzoek tot aanwijzing, genoemd in het eerste lid, gaat vergezeld van:

    1. een beschrijving van de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, de conformiteitbeoordelingsmodule(s), genoemd in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen en het pyrotechnische artikel of de pyrotechnische artikelen waarvoor de instantie verklaart bekwaam te zijn, en

    2. het accreditatiecertificaat dat is afgegeven door een nationale accreditatie-instantie, waarin wordt verklaard dat de instantie voldoet aan de eisen, genoemd in de artikelen 1A.5.3 tot en met 1A.5.10.

Artikel 1A.5.3

  1. De aangewezen instantie is onafhankelijk van de door haar beoordeelde organisaties en het door haar beoordeeld vuurwerk of de door haar beoordeelde pyrotechnische artikelen voor theatergebruik.

  2. De aangewezen instantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, zijn niet de ontwerper, fabrikant, leverancier, installateur, koper, eigenaar, gebruiker of onderhouder van het vuurwerk, de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, of explosieve stoffen, noch de vertegenwoordiger van een van die partijen. Dit belet echter niet het gebruik van pyrotechnische artikelen of explosieve stoffen die nodig zijn voor de activiteiten van de aangewezen instantie of het gebruik van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voor persoonlijke doeleinden.

  3. De aangewezen instantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, zijn niet rechtstreeks of als vertegenwoordiger van de betrokken partijen betrokken bij het ontwerpen, vervaardigen of bouwen, verhandelen, installeren, gebruiken of onderhouden van vuurwerk, pyrotechnische artikelen voor theatergebruik of explosieve stoffen. Zij oefenen geen activiteiten uit die hun onafhankelijke oordeel of hun integriteit met betrekking tot conformiteitsbeoordelingsactiviteiten waarvoor zij zijn aangewezen in het gedrang kunnen brengen. Dit geldt met name voor adviesdiensten.

  4. De aangewezen instantie waarborgt dat activiteiten van haar dochterondernemingen of onderaannemers geen afbreuk doen aan de vertrouwelijkheid, objectiviteit of onpartijdigheid van de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten die de aangewezen instantie verricht;

Artikel 1A.5.4

  1. De aangewezen instantie en haar personeel voeren de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten uit met de grootste mate van beroepsintegriteit en met de vereiste technische bekwaamheid op het specifieke gebied.

  2. De aangewezen instantie en haar personeel zijn vrij van elke druk en beïnvloeding, met name van financiële aard, die hun oordeel of de resultaten van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten kunnen beïnvloeden, met name van personen of groepen van personen die belang hebben bij de resultaten van deze activiteiten.

Artikel 1A.5.5

  1. De aangewezen instantie is in staat alle conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten die in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen aan haar zijn toegewezen en waarvoor zij is aangewezen, ongeacht of deze taak door de aangewezen instantie zelf of namens haar en onder haar verantwoordelijkheid wordt verricht.

  2. De aangewezen instantie beschikt te allen tijde, voor elke conformiteitsbeoordelingsprocedure en voor elk soort en elke categorie vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik waarvoor zij is aangemeld over:

    1. benodigd personeel met technische kennis en voldoende passende ervaring om de conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten;

    2. beschrijvingen van de procedures voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordeling, waarbij de transparantie en de mogelijkheid tot reproductie van deze procedures worden gewaarborgd;

    3. gepast beleid en geschikte procedures om een onderscheid te maken tussen taken die zij als aangewezen instantie verricht en andere activiteiten; en

    4. procedures voor de uitoefening van haar activiteiten die naar behoren rekening houden met de omvang van een onderneming, de sector waarin zij actief is, de structuur ervan, de relatieve complexiteit van de producttechnologie in kwestie en het massa- of seriële karakter van het productieproces.

  3. Een aangewezen instantie beschikt over de noodzakelijke middelen om de technische en administratieve taken, die zijn verbonden met de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, op passende wijze uit te voeren en heeft toegang tot alle noodzakelijke apparatuur en faciliteiten.

Artikel 1A.5.6

Het personeel van de aangewezen instantie dat verantwoordelijk is voor de conformiteitsbeoordelingstaken beschikt over:

  1. een gedegen technische en beroepsopleiding die alle relevante conformiteitsbeoordelingsactiviteiten omvat waarvoor de instantie is aangewezen;

  2. een voldoende kennis van de eisen inzake de beoordelingen die de aangewezen instantie verricht en voldoende bevoegdheden om deze beoordelingen uit te voeren;

  3. voldoende kennis van en inzicht in de essentiële veiligheidseisen, de toepasselijke geharmoniseerde normen en de relevante bepalingen van de harmonisatiewetgeving van de Europese Unie en van het bij of krachtens dit besluit bepaalde; en

  4. de bekwaamheid om certificaten, dossiers en rapporten op te stellen die aantonen dat de beoordelingen zijn verricht.

Artikel 1A.5.7

  1. De aangewezen instantie waarborgt haar onpartijdigheid en die van haar leidinggevenden en haar personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht.

  2. De beloning van leidinggevenden en personeel van de aangewezen instantie hangt niet af van het aantal uitgevoerde beoordelingen of van de resultaten daarvan;

Artikel 1A.5.8

De aangewezen instantie heeft een geldige aansprakelijkheidsverzekering.

Artikel 1A.5.9

  1. Het personeel van een aangewezen instantie is gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie waarvan het kennisneemt bij de uitoefening van de taken van de aangewezen instantie uit hoofde van bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen of bij of krachtens dit besluit. De eigendomsrechten worden beschermd.

  2. Het beroepsgeheim, genoemd in het eerste lid, geldt niet ten opzichte van de bevoegde autoriteit.

Artikel 1A.5.10

  1. De aangewezen instantie neemt deel aan of zorgt ervoor dat haar personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, op de hoogte is van:

    1. de relevante normalisatieactiviteiten, en

    2. de activiteiten van de coördinatiegroep van aangemelde instantie die is opgericht uit hoofde van de desbetreffende harmonisatiewetgeving van de Europese Unie.

  2. De aangewezen instantie hanteert de administratieve beslissingen en geproduceerde documenten van de coördinatiegroep, genoemd in het eerste lid, onder b, als algemene richtsnoeren.

Artikel 1A.5.11

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie die aantoont dat zij voldoet aan de criteria in de ter zaken doende geharmoniseerde normen of delen ervan, waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, wordt geacht aan de eisen, genoemd in artikel 1A.5.3 tot en met 1A.5.10, te voldoen, op voorwaarde dat de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen de eisen dekken.

Artikel 1A.5.12

  1. Indien de aangewezen instantie specifieke taken in verband met de conformiteitsbeoordeling uitbesteedt of door een dochteronderneming laat uitvoeren:

    1. waarborgt zij dat de onderaannemer of dochteronderneming aan de eisen, genoemd in artikel 1A.5.3 tot en met 1A.5.10, voldoet;

    2. brengt zij Onze Minister hiervan op de hoogte;

    3. neemt zij de volledige verantwoordelijkheid op zich voor de taken die onderaannemers of dochterondernemingen verrichten, ongeacht waar deze gevestigd zijn;

    4. houdt zij de relevante documenten over de beoordeling van de kwalificaties van de onderaannemer of dochteronderneming en over de door de onderaannemer of dochteronderneming uit hoofde van bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen uitgevoerde werkzaamheden ter beschikking van Onze Minister.

  2. Activiteiten mogen uitsluitend met instemming van de klant worden uitbesteed of door een dochteronderneming worden uitgevoerd.

Artikel 1A.5.13

  1. De aangewezen instantie voert conformiteitsbeoordelingen uit. Zij voldoet aan de eisen die in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen aan haar worden gesteld.

  2. De aangewezen instantie is bij uitvoering van de conformiteitsbeoordelingen, genoemd in het eerste lid, in elk geval bevoegd tot het nemen van de volgende besluiten:

    1. beslissen omtrent afgifte van een verklaring van EU-typeonderzoek in het kader van de toepassing van module B, als bedoeld in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, onder 6;

    2. beslissen omtrent afgifte van een aanvullende goedkeuring in het kader van de toepassing van module B, als bedoeld in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, onder 7;

    3. beslissen omtrent beoordelen of opnieuw beoordelen van het kwaliteitssysteem in het kader van de toepassing van module D, als bedoeld in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, onder 3.3 en 3.5.

  3. De aangewezen instantie voert de conformiteitbeoordelingen op evenredige wijze uit, waarbij zij voorkomt dat de marktdeelnemers onnodig worden belast. De aangewezen instantie houdt hierbij naar behoren rekening met de volgende aspecten, waarbij zij de striktheid en het beschermingsniveau eerbiedigt die nodig zijn opdat het vuurwerk of het pyrotechnische artikel voor theatergebruik voldoet aan de essentiële veiligheidseisen:

    1. de omvang van de onderneming;

    2. de sector waarin zij actief is;

    3. de structuur van de onderneming;

    4. de relatieve technologische complexiteit van de producten; en

    5. het massa- of seriële karakter van het productieproces.

Artikel 1A.5.14

  1. De aangewezen instantie kent registratienummers toe ter identificatie van het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die aan een conformiteitsbeoordeling zijn onderworpen en ter identificatie van de fabrikanten van deze artikelen.

  2. De aangewezen instantie houdt een register bij van de registratienummers van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik waarvoor zij conformiteitcertificaten heeft afgegeven.

  3. Bij het bijhouden van het register gebruikt de aangewezen instantie het model en het formaat daarvan dat is vastgelegd in de bijlage bij dit besluit.

  4. Het register moet ten minste de in de bijlage bij dit besluit vermelde informatie over producten bevatten. Deze informatie wordt gedurende tien jaar bewaard na de datum waarop de aangemelde instantie de documenten, bedoeld in artikel 1A.5.13, heeft afgegeven.

  5. De aangewezen instantie werkt het register regelmatig bij. Zij maken het register bekend via internet.

  6. Wanneer de aanmelding van een conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt ingetrokken, draagt deze instantie de registers onverwijld over aan een andere aangemelde instantie of aan Onze Minister.

Artikel 1A.5.15

De aangewezen instantie verleent geen conformiteitscertificaat indien zij vaststelt dat een fabrikant niet heeft voldaan aan de essentiële veiligheidseisen of aan de overeenkomstige geharmoniseerde normen of andere technische specificaties. Zij verlangt dat de fabrikant de passende corrigerende maatregelen neemt.

Artikel 1A.5.16

  1. De aangewezen instantie verlangt dat de fabrikant passende corrigerende maatregelen neemt, indien zij bij het toezicht op de conformiteit na verlening van een certificaat vaststelt dat vuurwerk of het pyrotechnische artikelen voor theatergebruik niet meer in overeenstemming is met de essentiële veiligheidseisen, de overeenkomstige geharmoniseerde normen of andere technische specificaties. Zo nodig schorst zij het certificaat of trekt zij dit in.

  2. Indien geen corrigerende maatregelen als bedoeld in het eerste lid worden genomen, worden de certificaten naargelang het geval door de aangewezen instantie geschorst, beperkt of ingetrokken.

Artikel 1A.5.17

De aangewezen instantie neemt rechtstreeks of via aangestelde vertegenwoordigers deel aan de werkzaamheden van het forum van aangemelde instanties.

Artikel 1A.5.18

  1. Onze Minister ziet toe op de rechtmatige en doeltreffende uitvoering van het bepaalde bij of krachtens dit besluit door de aangewezen instantie.

  2. De aangewezen instantie brengt Onze Minister op de hoogte van:

    1. elke weigering, beperking, schorsing of intrekking van certificaten;

    2. omstandigheden die van invloed zijn op de werkingssfeer van of de voorwaarden voor de aanwijzing;

    3. informatieverzoeken over conformiteitsbeoordelingsactiviteiten die zij van de markttoezichthouder of de marktautoriteiten uit andere lidstaten, ontvangen;

  3. Op verzoek van Onze Minister brengt de aangewezen instantie Onze Minister op de hoogte van de binnen haar werkingssfeer verrichte conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, waaronder grensoverschrijdende activiteiten en uitbestedingen.

  4. De aangewezen instantie verstrekt relevante informatie over negatieve conformiteitsbeoordelingsresultaten en op verzoek over positieve conformiteitsbeoordelingsresultaten aan de andere aangemelde instanties die soortgelijke conformiteitsbeoordelingsactiviteiten voor dezelfde pyrotechnische artikelen verrichten.

Artikel 1A.5.19

De aangewezen instantie beschikt over een behoorlijke administratie waarin de gegevens die samenhangen met en betrekking hebben op de uitvoering van haar taken, op een systematische wijze zijn vastgelegd. Aan de hand van deze gegevens zijn de beoordeelde pyrotechnische artikelen afdoende te identificeren.

Artikel 1A.5.20

  1. Indien is gebleken dat de aangewezen instantie niet langer voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 1A.5.3 tot en met 1A.5.10, of haar verplichtingen niet nakomt, kan Onze Minister de aanwijzing beperken, schorsen of intrekken, afhankelijk van de ernst van het niet-voldoen aan die eisen of het niet-nakomen van die verplichtingen.

  2. Onze Minister stelt de andere lidstaten van de Europese Unie en de Europese Commissie onverwijld op de hoogte van de maatregelen, genoemd in het eerste lid.

  3. Wanneer de aanwijzing wordt beperkt, geschorst, of ingetrokken, of de aangewezen instantie haar activiteiten heeft gestaakt:

    1. stelt deze instantie, ook nadat de aanwijzing is beperkt, geschorst of ingetrokken, de dossiers op verzoek van Onze Minister, ter beschikking aan Onze Minister en de markttoezichthouder, of

    2. draagt deze instantie de dossiers over aan een andere aangemelde instantie.

← terug naar Vuurwerkbesluit