Ontheffing als bedoeld in artikel 9.2.2.1a, vierde lid, van de Wet milieubeheer kan door de burgemeester uitsluitend worden verleend als ten minste aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de aanvrager is een vereniging of stichting met lokale binding die staat ingeschreven in het handelsregister;
de aanvraag gaat vergezeld van een naar het oordeel van de burgemeester afdoende veiligheidsplan met situatietekening en een overzicht van het af te steken vuurwerk waarin wordt beschreven hoe de ingevolge artikel 2.3.2a, eerste lid, aan de ontheffing te verbinden voorschriften zullen worden nageleefd;
het afsteekterrein waarop de aanvraag ziet, is niet de binnenruimte van een gebouw, is goed bereikbaar voor de hulpdiensten, is zodanig gelegen dat voldoende ruimte bestaat voor de voorgeschreven veiligheidszone waarin zich geen zeer kwetsbare gebouwen en locaties bevinden, bedrijfsmatig dieren worden gehouden, brandbare objecten of voer- of vaartuigen bevinden en is, naar het oordeel van de burgemeester, geschikt voor het op veilige wijze tot ontbranding brengen en het daaraan voorafgaand bewaren van vuurwerk zoals aangevraagd;
de aanvraag heeft betrekking op maximaal 200 kg verpakt bij ministeriële regeling aangewezen vuurwerk van categorie F2;
de aanvrager wijst een of twee supervisors aan die ter plaatse verantwoordelijk zijn voor een goede gang van zaken alsmede ten hoogste acht ontbranders die vuurwerk tot ontbranding mogen brengen en overlegt een telefoonnummer waarop de supervisor of supervisors bereikbaar zijn;
het door de burgemeester vastgestelde beleid, waaronder zo nodig het maximumaantal ontheffingen, staat niet aan verlening in de weg.