-
De opsporingsambtenaren zijn in het belang van de opsporing bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen.
-
Voor inbeslagneming van voorwerpen ter verbeurdverklaring uit hoofde van artikel 7, onder e, behoeven zij evenwel de machtiging van de officier van justitie.
Inhoud
Artikel 18 (Inbeslagnamebevoegdheid WED)
Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
01-07-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
22-11-2025
Historisch
18-07-2025
Historisch
01-07-2025
Historisch
09-05-2025
Historisch
04-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
19-12-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-05-2024
Historisch
01-04-2024
Historisch
30-03-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
30-12-2023
Historisch
15-11-2023
Historisch
01-07-2023
Historisch
20-06-2023
Historisch
01-06-2023
Historisch
19-04-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
22-12-2022
Historisch
01-11-2022
Historisch
01-10-2022
Historisch
03-09-2022
Historisch
16-07-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-06-2022
Historisch
02-03-2022
Historisch
01-02-2022
Historisch
28-01-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-08-2021
Historisch
23-07-2021
Historisch
01-07-2021
Historisch
30-06-2021
Historisch
26-05-2021
Historisch
26-04-2021
Historisch
21-04-2021
Historisch
01-03-2021
Historisch
17-02-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
04-12-2020
Historisch
15-10-2020
Historisch
01-10-2020
Historisch
03-09-2020
Historisch
01-09-2020
Historisch
08-07-2020
Historisch
01-07-2020
Historisch
21-05-2020
Historisch
19-03-2020
Historisch
31-01-2020
Historisch
23-01-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
-
De opsporingsambtenaren zijn in het belang van de opsporing bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen.
-
Voor inbeslagneming van voorwerpen ter verbeurdverklaring uit hoofde van artikel 7, onder e, behoeven zij evenwel de machtiging van de officier van justitie.
1 verwijzing(en)
Hoge Raad
|
21-12-2010
|
18-02-2026
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.