Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Inhoud

Artikel 10:3

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. Betrokkene, de vertegenwoordiger of een nabestaande van betrokkene kan een schriftelijke en gemotiveerde klacht indienen bij de klachtencommissie over de nakoming van een verplichting of een beslissing op grond van artikel:

    1. 1:5;

    2. 4:1, tweede lid;

    3. 7:3, met uitzondering van klachten betreffende de ambtenaar van politie;

    4. 8:4;

    5. 8:7;

    6. 8:9;

    7. 8:11;

    8. 8:12;

    9. 8:13;

    10. 8:14;

    11. 8:15;

    12. 8:16, eerste, tweede en derde lid;

    13. 8:17;

    14. 8:18, achtste en twaalfde lid;

    15. 8:20;

    16. 8:21;

    17. 8:34, met uitzondering van klachten betreffende de officier van justitie, de rechter, de psychiater, bedoeld in artikel 5:7, de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders;

    18. 9:3;

    19. 9:4;

    20. 9:5;

    21. 9:6;

    22. 9:7;

    23. 9:8;

    24. 9:9.

  2. Indien uitvoering wordt gegeven aan artikel 6:4, vierde en vijfde lid, of sprake is van de situatie zoals omschreven in artikel 8:12, achtste lid, kan betrokkene, de vertegenwoordiger of een nabestaande van betrokkene een schriftelijke en gemotiveerde klacht indienen bij de klachtencommissie over een beslissing op grond van artikel 3.4, eerste of tweede lid, van de Wet forensische zorg, artikelen 42, vijfde lid, 44, of hoofdstukken V, VI of VII van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden.

01-07-2025 Huidig 01-01-2025 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-01-2022 Historisch 06-11-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 31-10-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 19-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 06-11-2021.

Tekst van deze versie

  1. Betrokkene, de vertegenwoordiger of een nabestaande van betrokkene kan een schriftelijke en gemotiveerde klacht indienen bij de klachtencommissie over de nakoming van een verplichting of een beslissing op grond van artikel:

    1. 1:5;

    2. 4:1, tweede lid;

    3. 7:3, met uitzondering van klachten betreffende de ambtenaar van politie;

    4. 8:4;

    5. 8:7;

    6. 8:9;

    7. 8:11;

    8. 8:12;

    9. 8:13;

    10. 8:14;

    11. 8:15;

    12. 8:16, eerste, tweede en derde lid;

    13. 8:17;

    14. 8:18, achtste en twaalfde lid;

    15. 8:20;

    16. 8:21;

    17. 8:34, met uitzondering van klachten betreffende de officier van justitie, de rechter, de psychiater, bedoeld in artikel 5:7, de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders;

    18. 9:3;

    19. 9:4;

    20. 9:5;

    21. 9:6;

    22. 9:7;

    23. 9:8;

    24. 9:9.

  2. Indien uitvoering wordt gegeven aan artikel 6:4, vierde en vijfde lid, of sprake is van de situatie zoals omschreven in artikel 8:12, achtste lid, kan betrokkene, de vertegenwoordiger of een nabestaande van betrokkene een schriftelijke en gemotiveerde klacht indienen bij de klachtencommissie over een beslissing op grond van artikel 3.4, eerste of tweede lid, van de Wet forensische zorg, artikelen 42, vijfde lid, 44, of hoofdstukken V, VI of VII van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg