Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Inhoud

Artikel 7:6

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. Betrokkene kan door middel van een schriftelijk en gemotiveerd verzoek binnen drie weken na de dag waarop de burgemeester de crisismaatregel heeft genomen, bij de rechter beroep instellen tegen de crisismaatregel.

  2. Met betrekking tot de behandeling van het beroep bij de rechter is artikel 6:1, eerste, tweede, derde, vijfde lid, eerste en tweede volzin, zesde tot en met negende lid, van overeenkomstige toepassing. De rechter kan de burgemeester verplichten te verschijnen.

  3. Het instellen van beroep heeft geen schorsende werking.

  4. De rechter doet zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk vier weken na indiening van het beroepschrift, uitspraak.

  5. De griffie van de rechtbank zendt een afschrift van de beslissing van de rechter aan:

    1. betrokkene;

    2. de vertegenwoordiger;

    3. de advocaat;

    4. de burgemeester;

    5. de geneesheer-directeur;

    6. de inspectie;

    7. de officier van justitie.

  6. Tegen de beslissing van de rechter, bedoeld in het vierde lid, staat geen hoger beroep open.

01-07-2025 Huidig 01-01-2025 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-01-2022 Historisch 06-11-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 31-10-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 19-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 06-11-2021.

Tekst van deze versie

  1. Betrokkene kan door middel van een schriftelijk en gemotiveerd verzoek binnen drie weken na de dag waarop de burgemeester de crisismaatregel heeft genomen, bij de rechter beroep instellen tegen de crisismaatregel.

  2. Met betrekking tot de behandeling van het beroep bij de rechter is artikel 6:1, eerste, tweede, derde, vijfde lid, eerste en tweede volzin, zesde tot en met negende lid, van overeenkomstige toepassing. De rechter kan de burgemeester verplichten te verschijnen.

  3. Het instellen van beroep heeft geen schorsende werking.

  4. De rechter doet zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk vier weken na indiening van het beroepschrift, uitspraak.

  5. De griffie van de rechtbank zendt een afschrift van de beslissing van de rechter aan:

    1. betrokkene;

    2. de vertegenwoordiger;

    3. de advocaat;

    4. de burgemeester;

    5. de geneesheer-directeur;

    6. de inspectie;

    7. de officier van justitie.

  6. Tegen de beslissing van de rechter, bedoeld in het vierde lid, staat geen hoger beroep open.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg