Tot het doen van de schriftelijke mededeling, bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de wet zijn bevoegd:
de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, en de door hem voor dit doel aangewezen plaatsvervangers;
de commandant, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Politiewet 2012, en de door hem voor dit doel aangewezen plaatsvervangers;
de betrokken officier van justitie;
de directeur van het CBR.