-
Een bestuurder die tegen overlegging van bewijsstukken, afgegeven door bevoegde autoriteiten van andere lidstaten van de Europese Unie, ten genoegen van het CBR kan aantonen dat hij een gedeelte van de nascholing aldaar heeft gevolgd, kan het voor hem nog resterende gedeelte van de nascholing in Nederland met goed gevolg voltooien.
-
Het CBR kan bij de toetsing van de in het eerste lid bedoelde bewijsstukken de hulp van de Dienst Wegverkeer inroepen.
-
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de toekenning van de nascholing.
Inhoud
Artikel 156t
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 28-09-2024.
Deze versie geldt vanaf 28-09-2024.
01-01-2026
Huidig
01-07-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
28-09-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-09-2023
Historisch
01-07-2023
Historisch
01-04-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
15-09-2022
Historisch
14-09-2022
Historisch
01-09-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-11-2021
Historisch
13-10-2021
Historisch
01-06-2021
Historisch
01-04-2021
Historisch
01-03-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
12-12-2020
Historisch
01-12-2020
Historisch
04-09-2020
Historisch
01-09-2020
Historisch
01-08-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
-
Een bestuurder die tegen overlegging van bewijsstukken, afgegeven door bevoegde autoriteiten van andere lidstaten van de Europese Unie, ten genoegen van het CBR kan aantonen dat hij een gedeelte van de nascholing aldaar heeft gevolgd, kan het voor hem nog resterende gedeelte van de nascholing in Nederland met goed gevolg voltooien.
-
Het CBR kan bij de toetsing van de in het eerste lid bedoelde bewijsstukken de hulp van de Dienst Wegverkeer inroepen.
-
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de toekenning van de nascholing.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.