Visserijwet 1963

Inhoud

Artikel 2

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-02-2002.
  1. Tot uitvoering van het bepaalde krachtens de artikelen 3<em>a</em>, 4, 5, 9 en 16, kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur de medewerking worden gevorderd van het bestuur van een bedrijfslichaam.

  2. Indien de van het bestuur van een bedrijfslichaam gevorderde medewerking bestaat in het stellen van nadere regelen bij verordening, behoeft zodanige verordening de goedkeuring van Onze Minister.

  3. Krachtens een verordening van een bedrijfslichaam genomen besluiten behoeven, voorzover dit bij of krachtens de maatregel als bedoeld in het eerste lid is bepaald, de goedkeuring van de daarbij aangewezen autoriteit.

  4. Een verordening, als bedoeld in het tweede lid, is verbindend voor een ieder voor zover daaruit niet het tegendeel blijkt.

  5. Indien de gevorderde medewerking bestaat in het nemen van besluiten zonder algemene gelding, kunnen deze besluiten ten aanzien van een ieder worden genomen.

01-04-2024 Huidig 01-01-2023 Historisch 01-01-2019 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-07-2014 Historisch 25-01-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-04-2011 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-03-2005 Historisch 01-01-2003 Historisch 12-07-2002 Historisch 01-02-2002 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-01-2015.

Tekst van deze versie

  1. Tot uitvoering van het bepaalde krachtens de artikelen 3<em>a</em>, 4, 5, 9 en 16, kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur de medewerking worden gevorderd van het bestuur van een bedrijfslichaam.

  2. Indien de van het bestuur van een bedrijfslichaam gevorderde medewerking bestaat in het stellen van nadere regelen bij verordening, behoeft zodanige verordening de goedkeuring van Onze Minister.

  3. Krachtens een verordening van een bedrijfslichaam genomen besluiten behoeven, voorzover dit bij of krachtens de maatregel als bedoeld in het eerste lid is bepaald, de goedkeuring van de daarbij aangewezen autoriteit.

  4. Een verordening, als bedoeld in het tweede lid, is verbindend voor een ieder voor zover daaruit niet het tegendeel blijkt.

  5. Indien de gevorderde medewerking bestaat in het nemen van besluiten zonder algemene gelding, kunnen deze besluiten ten aanzien van een ieder worden genomen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Visserijwet 1963